The Fleshtones :: Take a Good Look



Beste lezer, wij hebben het zo niet gewild. Voor u zit een gebroken
man met een gebroken hart, een verpulverde en/of platgetrapte ziel.
Uw voorspellingsdrang laat u niet in de steek: we gaan het in deze
eerste paragraaf over Candie Payne hebben. U zult misschien net als
deze belabberde jongeling geglimlacht hebben toen een niet nader
vernoemd individu (we weten het echt niet meer) op StuBru wist te
vertellen dat deze jonge deerne de goeie ouwe ‘sunshine pop’ zou
doen herrijzen. Jaja, wij lachten de gebleekte tanden bloot, wij
allen. Het was van erg korte duur, die glimlach. U herinnert zich
misschien nog ‘One More Chance’, het lyrische wonderkind van Payne.
We citeren nog even: “Today will be the saddest day / because
my love has gone away”
. Misschien plooit u, net als deze
uitgetelde, gestupifieerde loser, nog eens dubbel bij het lezen van
deze wonderbaarlijke lyriek.

De genocide die we achter de naam van Payne mogen schrijven, is een
van de meer recente gevallen uit een lange reeks misdaden in de
muziekgeschiedenis. Afijn, we dienen eigenlijk genuanceerder te
werk te gaan: een act als Candie Payne veronderstelt dat de
sunshine pop uit de zestiger jaren overwegend van hoge kwaliteit
was. Die monstrueuze, gele ballon zullen we dan maar meteen
doorprikken. “It’s like a yellow balloon / on a rainy
afternoon”
.

Dit alles is relevant. The Fleshtones behoren tot een lange lijst
van garage-rockrevivalisten. Toch gaat het hier niet om de eersten
de besten, maar wel om een band met een heuse reputatie als
podiumbeesten en kanjers van artiesten. Ze zijn dan ook al sinds de
jaren ’70 actief, en nog steeds bouwen Peter Zaremba en maats op
regelmatige basis feestjes in New York en ver daarbuiten. We zeiden
reeds ‘garage-rock’, maar volgens de Fleshtones zelf gaat het hier
om ‘super-rock’, een soort amalgaam van al het goede dat rockmuziek
te bieden heeft. We kunnen er echter niet duidelijker in zijn: als
‘Take A Good Look’, de nieuwe Fleshtones, alles belichaamt dat goed
ende prettig is aan rockmuziek in het algemeen, dan willen wij er
liever niets mee te maken hebben.

Onlangs poneerde een dj bij het invloedrijke WFMU (dé Amerikaanse
radiozender bij uitstek) dat The Fleshtones de beste band zijn
sinds het teloorgaan van The Sonics. Openingstrack ‘First Date’
weet enigszins geloof te wekken in die stelling. Later zal echter
blijken dat The Fleshtones op deze plaat één grote fout begaan
(waar ze die vroeger minder of helemaal niet maakten): het geheim
van een goede, stevige rockplaat bestaat erin goed op de productie
te letten. Het is een idee dat zelfs de Fuzztones goed onder de
knie hadden, ten tijde van ‘Leave Your Mind At Home’. Op ‘Take A
Good Look’ kan het moeilijk schever lopen, zo lijkt het. We krijgen
een opengesperde, alomvattend beeld van de band, met proper
gekanaliseerde instrumenten, een zee van ruimte voor de percussie,
en een verrassend gebrek aan clichématige doch doeltreffende
effecten. Er steekt geen stuwende kracht achter de gitaren, de
keyboards weten nauwelijks indruk te maken, en blaasinstrumenten
vervullen een hoogst arbitraire rol.

Dit alles dwingt ons bijna om op de lyriek van Zaremba en co. te
letten. Ieder van ons weet dat dit in vele gevallen slecht nieuws
is; garage-rock is nu eenmaal niet gemaakt om onderworpen te worden
aan een literair-kritische analyse. ‘Feels Good to Feel’, ‘Back to
School’, en dit alles gezongen door een kranige zestiger. Moeten we
doorgaan? ‘Never Grew Up’ (of wordt u stilaan seniel?), ‘Shiny
Hiney’, het blijft maar duren. Dit laatste nummer blijkt dan nog
een hoogtepunt op de plaat te zijn. En nogmaals, dit hoeft allemaal
geen kritiek te zijn, ware het niet dat The Fleshtones het op ‘Take
A Good Look’ gewoon niet kunnen verkopen. Het lijkt wel alsof ze
zich er dit keer makkelijk vanaf gemaakt hebben. Zo lezen we dat
men er blijkbaar fier op is dat deze plaat op tape opgenomen is.
Mooi is dat, maar dit feit draagt absoluut niets bij aan het
resultaat, buiten ruis aan het begin en het einde van elke track.
De muziek zelf klinkt glashelder, tape of geen tape.

Kijk, wij durven er niet aan te twijfelen dat The Fleshtones dit
materiaal best aardig kunnen brengen in een live-setting. Helaas
lukt het op plaat helemaal niet, en we mogen toch met enige
aandrang stellen dat dit al vijf jaar lang het geval is. De
titeltrack is muzikaal gezien nog interessant, maar Zaremba’s
oudemansgeprevel over die vuile jonge hipsters en lelijkaards met
zichtbare onderbroeken komt ruimschoots te laat en klinkt
jammerlijk hol. Gelukkig komt er nog een documentaire aan over
Amerika’s grootste garage-band, want het huidige materiaal is
bepaald niet om over naar huis te schrijven.

http://www.myspace.com/fleshtones

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × een =