No Country for Old Men




“Ik begrijp de wereld niet meer,” horen we Tommy Lee
Jones kraken aan het begin van ‘No Country for Old Men’, in een
stem als een oude lederen portefeuille. “I surely don’t. I
don’t know what it is anymore, and I don’t want to know.”
Zo
heel af en toe weet ik hoe hij zich voelt. De genaamde Debby Pfaff
heeft onlangs in een met naam en toenaam vermelde kliniek een
borstcorrectie ondergaan, waardoor ze (denk en hoop ik) de eerste
vrouw ter wereld is geworden met een gesponsorde tiet. Probeer dàt
maar eens te lezen in de gespecialiseerde pers zonder je plotseling
oud en triest te voelen. I don’t know what it is anymore and I
don’t want to know, indeed.
Hoe dan ook, de sombere en
misantropische toon van Jones’ openingsmonoloog geeft meteen goed
aan hoe de rest van de film zich zal ontwikkelen. Na te lang in de
regionen van silly komedies te blijven steken (‘Intolerable Cruelty’
was nog oké, ‘The
Ladykillers’
allesbehalve) maken de broertjes een
come-back van jewelste met een duistere, soms
hypergewelddadige suspensethriller, waarin er geen plaats is voor
verlossing of voor oude mannen.

Josh Brolin (een oud-gediende van ‘The Goonies’ die in 2007
plotseling weer overal opdook) speelt Llewelyn Moss, een
Vietnamveteraan die nu met zijn vrouw Carla Jean (Kelly Macdonald)
ergens in het zuiden van Texas woont en werkt als lasser. Op een
dag vindt hij in het midden van de prairie enkele auto’s terug, met
daarin een aantal lijken, een gigantische lading drugs en een
koffertje met zo’n 2 miljoen dollar. Llewelyn neemt het geld mee
naar huis, maar dat is een beslissing die hij zich al snel zal
berouwen. De meedogenloze moordmachine Chigurh (Javier Bardem is
scary as hell) is namelijk ingehuurd om het geld te
recupereren en is niet van plan om op te geven voor hij dat heeft
gedaan. Aan de zijlijn staat ondertussen sheriff Ed Tom Bell (Tommy
Lee Jones), die weinig anders kan doen dan met stijgende verbazing
en verontwaardiging toekijken op het geweld dat in zijn achtertuin
is losgebarsten.

In zekere zin zijn de Coens voor ‘No Country for Old Men’
teruggekeerd naar hun roots: de voice-over aan het begin,
begeleid door lyrische, ondefinieerbaar onheilspellende beelden van
het Texaanse landschap, doet meer dan sterk denken aan de opener
van ‘Blood
Simple’
, hun debuut. Opnieuw is dit een moderne film
noir,
die zich niet afspeelt in de grauwe straten van een
vieze grootstad, maar op de broeierige vlaktes van het platteland.
Opnieuw wordt er weinig gesproken en worden situaties eindeloos
uitgerokken om er toch maar zoveel mogelijk spanning uit te
halen… Yup, de broertjes zijn weer thuis, en dat doet
hen duidelijk deugd. Ze kénnen de regels van dit genre door en
door, passen die feilloos toe waar ze dat nodig vinden en vegen er
vierkant hun voeten aan waar ze daar zin in hebben.

In de praktijk houdt dat in dat de Coens hun suspensescènes
filmen alsof ze ten alle tijden een gids bij de hand hebben,
allicht geschreven door Hitchcock himself, getiteld: “Hoe
doe ik een publiek zweten?” Zoals in hun eerdere films, nemen ze
rustig hun tijd om situaties op poten te zetten die langzaam maar
zeker intenser en intenser worden, tot ze bijna het breekpunt
bereiken. Neem nu een scène waarin Llewelyn zich in een hotelkamer
schuilhoudt. Aan de andere kant van de deur staat Chigurh, die zich
bedient van een machine die kogels afschiet onder hoge druk –
normaal gezien wordt daar vee mee gedood, maar Chigurh heeft er
andere doeleinden voor gevonden. We zien schaduwen verschijnen en
verdwijnen onder de spleet van de deur. Llewelyn zet zich klaar,
richt zijn pistool voor wanneer Chigurh binnenvalt. Het publiek
weet dat het gaat gebeuren en het wacht… wacht… wacht… En dan
wacht het nog een beetje, tot je van pure frustratie naar het
scherm wilt schreeuwen. Dat de Coens hun scènes (en dit is lang
niet de enige) tot op dat punt kunnen drijven, is een teken van een
immens talent. Ze nemen conventies (van montage, van tempo) die al
jaren bestaan en ze passen die vervolgens effectiever toe dan
eender wie. (Het helpt trouwens dat er bijna geen muziek te horen
is in de hele film, wat een benauwend effect heeft.)

Anderzijds zijn de broertjes ook nog altijd speelvogels, die al
eens graag met de voeten van het publiek rammelen. Zo worden niet
alle vragen beantwoord en krijgen we een onconventioneel einde
(geen zorgen, ik verraad niks) dat heel wat kijkers wel eens met
een bevreemdend gevoel zou kunnen achterlaten. Vormelijk spelen de
Coens volgens de regels, ja – inhoudelijk doen ze hun eigen zin, en
alle losse eindjes aan elkaar knopen hoort daar duidelijk niet
bij.

Door bepaalde zaken ambigu te houden, stellen de Coens hun
verhaal open voor verschillende interpretaties. Het is duidelijk,
uit de openings- en slotmonologen van Tommy Lee Jones en uit de
toon van de hele film, dat ‘No Country for Old Men’ geen vrolijke
bedoening is. Het gaat over mensen die slechte dingen doen zonder
daar iets bij te voelen, of die slechte dingen zien gebeuren zonder
te kunnen helpen. Sheriff Bell heeft weinig anders te doen dan de
scherven op te rapen en een sombere getuige te zijn van de
gebeurtenissen, terwijl hij hardop droomt dat er “ergens in de
nacht nog een vuur brandt”. Dat er ergens tussen al het kwade nog
ruimte is voor iets goeds. Over Chigurh komen we nooit iets te
weten, behalve dan dat hij moordt voor de kost en daar behoorlijk
professioneel in is. Maar doordat de Coens zoveel dingen open laten
in hun film, past dat gebrek aan informatie daar wel bij. Het maakt
niet uit waar hij vandaan komt of wie nu precies zijn rekeningen
betaalt – hij is gewoon het kwade, waarvan het maar de vraag is of
het overwonnen kan worden.

Dat soort ambiguïteiten zijn mooi, maar het verhindert niet dat
het einde een teer punt is. De Coens slaan een onverwachte richting
uit en als cinefiel moet je dat dan heel gedurfd en thematisch
interessant noemen… maar als gewone cinemaganger was ik toch
enigszins teleurgesteld dat de regisseurs niets vinden dat de
voorgaande suspensescènes kan overtreffen. Een hele film lang zit
je op het puntje van je stoel, met in je achterhoofd de gedachte:
“als dit allemaal al in de eerste 90 minuten zit, stel je dan eens
voor hoe dat laatste half uur gaat knetteren!” Maar dat doet het
dus niet. De broers gaan een heel andere richting uit. Boeiend, ja,
inhoudelijk interessant, ja… Maar op een gut level toch
niet helemaal bevredigend. Het einde komt niet genoeg uit de
buik,
zoals ze bij ons zeggen. Het is te zeer gemikt op het
verstand en te weinig op de emotie.

Josh Brolin zat in een paar van de beste (‘American Gangster’) en
meest amusante (‘Planet Terror’) films
van het voorbije jaar, en bovenop ‘No Country for Old Men’ zit hij
zeer binnenkort ook nog eens in ‘In the Valley of Elah’. Van een
come-back gesproken. Hier levert hij een intense, goed getimede
vertolking af die fascinerend blijft ook al heeft hij vaak
scèneslang niets te zeggen. Javier Bardem steelt echter de show als
killing machine Chigurh, een Spaanse Terminator met een
fout kapsel. Niet alleen is Bardem hier cooler dan cool (die
luchtfles waar hij heel de tijd mee rondloopt!), hij is ook
verreweg het meest angstaanjagende filmpersonage van 2007.

Vind maar van het einde wat je wilt, maar één ding is zeker: ‘No
Country for Old Men’ is de triomfantelijke terugkeer van de Coens
naar hun favoriete genre.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vijf =