It’s a Free World




97 min. / UK
/ 2007

In een carrière die onderhand al zo’n veertig jaar meegaat, is
het opvallend dat Ken Loach nooit zonder onderwerpen is gevallen
waar hij zich kwaad over kan maken. Misschien is het daarom dat de
man nog zo kwiek is voor zijn leeftijd: een fatsoenlijke dosis
morele woede van tijd tot tijd houdt de geest jong. Of het nu het
conflict tussen de Britten en de Ieren is (‘Hidden Agenda’,
‘The Wind That
Shakes the Barley’
), het lot van alleenstaande moeders (‘Ladybird Ladybird’) of
Engelse arbeiders (‘Riff-Raff’), Loach
heeft altijd al de gave gehad om sociale wantoestanden in zijn
eigen land passioneel aan te klagen, zonder daarom zijn gevoel voor
cinema te verliezen. Nadat hij een uitstapje maakte naar het
historisch drama met ‘The Wind That Shakes the
Barley’
(zo af en toe heeft die mens dat al eens nodig, zo
blijkt, getuige daarvan ook het schitterende ‘Land and Freedom’),
keert Loach weer naar zijn thuisbasis terug met ‘It’s a Free
World’. Een onguur en grauw Londen vormt eens te meer de setting
voor een geëngageerd drama met (het zal een knappe zijn die dat kan
ontkennen) een duidelijke linkse politieke voorkeur.

Nieuwkomer Kierston Wareing speelt Angie, een alleenstaande
moeder die voor een Londens rekruteringsbureau werkt, tot ze wordt
ontslagen omdat ze de avances van een mannelijke chef afslaat.
Gefrustreerd en nog geen klein beetje pissig, besluit ze samen met
haar vriendin Rose (Juliet Ellis) haar eigen arbeidsbureau op te
starten. Aanvankelijk is het de bedoeling dat alles legaal gebeurt:
Angie en Rose leveren ongeschoolde arbeiders aan fabrieken die
dagwerkers nodig hebben en krijgen in ruil een deel van hun loon.
Maar al snel maken de twee dames een simpel rekensommetje, en komen
ze er achter dat er veel meer geld valt te verdienen aan illegale
arbeiders. Reken maar uit: je moet er geen belastingen op betalen,
ze hoeven niet verzekerd te worden en je kunt ze eender welke
rotjob geven aan eender welk hongerloontje – naar wie zullen ze
lopen om te klagen? Het duurt dan ook niet lang voordat Angie
vluchtelingen uit het Midden-Oosten en kansarmen uit Oost-Europa
met onuitspreekbare namen in haar bestelwagentjes laat proppen om
hen te verschepen naar mistroostige fabrieken waar ze miserabel
werk mogen verrichten in de hoop er ooit een beetje geld voor te
zien.

Het is niet verrassend dat Ken Loach een film maakt over dit
thema; wat wél eigenaardig is, is dat de regisseur misschien voor
de eerste keer niet de kant van de slachtoffers kiest, maar wel dat
van degene die hen uitbuit. In plaats van het lot te illustreren
van de arbeiders, gaat hij ditmaal voor het perspectief van de
mensenhandelaar. Angie is dan ook één van de meest ambigue
personages die hij in lange tijd heeft opgevoerd. Enerzijds is ze
een bitch eerste klas, die alle moraliteit gaandeweg laat
vallen in haar streven naar meer geld en meer sociaal succes. Ze
blaft haar werknemers af en buit hen zelfs seksueel uit. (Loach is
overigens bij mijn weten de eerste filmmaker die durft te
suggereren dat dit soort van uitbuiting beide richtingen uit kan
gaan, wat een gewaagde zet is. Let’s face it, wie zou er
niet op z’n minst eens glimlachen als een man zei dat hij misbruikt
werd? En tóch kan dat.) Maar anderzijds maakt de regisseur ook
duidelijk dat Angie zelf een slachtoffer is – een alleenstaande
moeder die zonder werk komt te vallen omdat ze het niet graag had
dat haar baas aan haar kont zat. De grote schuldige, lijkt Loach te
willen zeggen, is het systeem dat ervoor zorgt dat het veel
lovender is om de dingen illegaal aan te pakken dan legaal. De
verleiding om de regels te breken is enorm – je kunt er immers veel
mee verdienen en de pakkans is quasi nihil.

Op een paar uitzonderingen na, heeft Loach altijd al graag met
onbekende acteurs gewerkt, en Kierston Wareing is geen
uitzondering. ‘It’s a Free World’ is de potige dame haar filmdebuut
en meteen krijgt ze de kans om een hele prent op haar
indrukwekkende schouders te dragen. Met een robuuste fysiek (wat
veronderstel ik een politiek correcte manier is om te zeggen dat ze
dikke tetten heeft) en een uitdagende, haast arrogante manier van
doen, weet ze een perfecte Angie neer te zetten. Wareing weet van
haar personage iemand te maken die duidelijk al zó veel tegenslagen
en vernederingen heeft moeten slikken, dat ze nu vastbesloten is om
alle anderen voor te zijn. Desnoods bijt ze zelfs in de hand die
haar voedt, omdat ze er van uitgaat dat die haar toch op een
bepaald moment zal proberen te slaan. Wareings vertolking weet de
kwetsbaarheid onder het staalharde uiterlijk te suggereren, wat nog
geen sinecure is.

Gezien de zware sociale thema’s die Loach keer op keer
aansnijdt, verplicht hij zichzelf ook elke keer opnieuw om een vage
scheidingslijn tussen filmisch drama en openlijke didactiek te
blijven bewandelen. Loach is een man met een boodschap (meer dan
één zelfs), maar boodschap of niet, er is nooit een excuus om met
het vingertje te staan zwaaien. Hoe goed ze verder ook zijn, in
het grootste deel van z’n films lijkt Loach naar het einde toe bang
te worden dat zijn standpunt niet honderd procent duidelijk is,
waardoor hij een scène inlast waarin hij het nog eens even
expliciet uitlegt. ‘The Wind That Shakes the
Barley’
had daar verleden jaar ook onder te lijden: een
uitstekend eerste anderhalf uur, gevolgd door een segment van zo’n
tien à vijftien minuten waarin de regisseur op z’n preekgestoelte
kroop om de hele politieke inhoud van de film eventjes van naadje
tot draadje uit de doeken te doen, wat het tempo ervan niet echt
hielp. En hier krijg je min of meer hetzelfde syndroom: tijdens het
eerste uur zie je een sterk drama met geloofwaardige motivaties
voor de personages. Maar daarna begint Loach toch weer te
drammen.

Onder het motto “better safe than sorry” legt hij de
clou van zijn verhaal er nog eens dubbel en dik bovenop. Zo wordt
Angie’s vriendin Rose steeds meer gebruikt als een
vertegenwoordiger van het geweten dat Angie zelf heeft verloochend.
Op den duur lijkt ze nauwelijks nog een onafhankelijk personage,
maar eerder een gemakzuchtig excuus voor Loach en zijn scenarist
Paul Laverty om regelmatig dingen te zeggen als: “Angie, wat je nu
doet is verkeerd, wànt…” Gevolgd door de gepaste uitleg. Ook een
sequens aan het einde van de film, waarin het verhaal plots een
verrassende wending in de richting van een thriller neemt, lijkt er
aan de haren bijgesleurd. Die scènes dienen een punt hoor, daar
niet van – alleen dienen ze veel te duidelijk een thematisch punt,
zonder dat ze op een natuurlijke manier in het verhaal passen.

Een Loach grand cru is dit dus niet, maar dat neemt
niet weg dat er hier knappe dingen te zien zijn. Loach weet immers
nog steeds een paar bijzonder knappe scènes in elkaar te boksen
(Angie die haar arbeiders verdeelt, het is fascinerend in z’n
mensonwaardigheid), en Kierston Wareing levert een prestatie die me
alvast doet hopen op een lange carrière. Als Loach z’n personages
nu maar eens wat meer vertrouwd had om voor zichzelf te
spreken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 2 =