Before the Devil Knows You’re Dead




117

De titel is afkomstig van een oude Ierse toost: “May you be
in heaven half an hour before the devil knows you’re dead.”
Of
simpel uitgedrukt: moge je af en toe gewoon eens hoerenchance
hebben en ergens mee weg komen. Een ironische naam voor deze nieuwe
van Sidney Lumet, want de film is nog geen half uur bezig voor we
beseffen dat dit het verhaal is van twee personages die geen schijn
van kans hebben. Ze kunnen doen wat ze willen, maar de duivel zal
hen inhalen. Wat hen natuurlijk niet tegenhoudt om te blijven
rennen. 83 is Lumet er ondertussen, maar terwijl de meeste van zijn
leeftijdsgenoten in de weer zijn met een stoma of hun kleinkinderen
vervelen met verhalen uit de oorlog, staat deze überregisseur
sterker dan ooit: ‘Before the Devil Knows You’re Dead’ is zijn
beste film sinds ‘The Verdict’ uit 1982. En eigenlijk nóg beter dan
die.

Het verhaal draait rond twee broers: Hank (Ethan Hawke) is de
klungel van de familie, die nooit genoeg geld heeft om zijn
alimentatie te betalen en in een luizig flatje optrekt. Andy
(Philip Seymour “ik verdien een oscarnominatie” Hoffman) is
ogenschijnlijk veel succesvoller. Hij is de personeelschef bij een
groot immobiliënkantoor, is getrouwd met de aantrekkelijke Gina
(Marisa Tomei), woont mooi en heeft een dikke slee onder z’n kont.
Maar ook hij zit pijnlijk in geldnood: hij heeft een dure
drugverslaving en probeert zijn huwelijksproblemen af te kopen met
reisjes naar Rio die hij eigenlijk niet kan betalen. Om zowel zijn
eigen cashflow-probleem als dat van zijn broer op te lossen, doet
Andy een voorstel aan Hank – een overval op een kleine juwelier.
Geen security-agenten, weinig personeel, snel binnen en buiten. De
twist: de juwelierszaak is eigendom van Andy en Hanks eigen
ouders.

Het spreekt voor zich dat die overval fenomenaal misgaat. Wat er
dan volgt, is een reeks steeds wanhopiger pogingen van de twee
broers om de schade te beperken. Maar met elke move die ze
maken, werken ze zichzelf dieper in de shit. Wat begon als een
misdaadthriller wordt dan ook steeds meer een soort
noodlotstragedie, waarin we het onafwendbare zich langzaam maar
zeker zien voltrekken.

Het is niet veel regisseurs gegeven om zo laat in hun carrière
en hun leven nog nieuwe dingen uit te proberen, maar dat is exact
wat Lumet hier doet. Waar de meeste van zijn vorige films
traditioneel chronologisch gestructureerd waren, werkt hij nu, voor
de eerste keer, met een script dat de tijdlijn danig verhaspelt. Na
een korte maar krachtige proloog in Rio (het eerste shot is er één
van Philip Seymour Hoffman die steunend en zwetend Marisa Tomei op
z’n hondjes neemt, olé olé), gaan we rechtstreeks naar de overval
zelf. Daarna krijgen de laatste drie à vier dagen vóór de overval
te zien. Twee keer zelfs: eerst vanuit het perspectief van Hank,
daarna dat van Andy. Vervolgens zien we de dag van de overval nog
eens, maar dan met meer informatie over de context. En daarna
krijgen we de week nà de overval, opeenvolgend getoond vanuit het
perspectief van Hank, Andy én hun vader. ‘t Moet zijn dat
scenariste Kelly Masterson ambitie heeft om de volgende Iñárritu te
worden. Wat me niet eens onmogelijk lijkt – dit was haar eerste
script; een sterker debuut kan ik me zo zonder hulplijnen of
hallucinogene drugs niet direct inbeelden.

Zo’n gefragmenteerde structuur is de laatste jaren natuurlijk
wat al te vaak gebruikt door filmmakers die zichzelf een air van
alternativiteit wilden aanmeten, of die gewoon een handig trucje
zochten om de zwaktes van hun verhaal te maskeren. Maar hier dient
het wel degelijk een erg praktische functie. Enerzijds is het
gewoon een kwestie van spanningsopbouw: elk deel van het verhaal
eindigt steevast op een knoert van een cliffhanger. Net
wanneer je naar het puntje van je stoel bent opgeschoven,
flasht Lumet terug naar een paar dagen eerder, bekeken
vanuit het standpunt van een ander personage. Maar anderzijds – en
dat is belangrijker – staat deze structuur ons toe om de
beweegredenen van elk personage beter te snappen. Eén van de
belangrijkste vragen bij elk filmscenario is: wie is de verteller?
Door wiens ogen zien we het verhaal? Dankzij de heen-en-weer-opbouw
van ‘Before the Devil Knows You’re Dead’ is het antwoord in dit
geval: door de ogen van iedereen. Of althans, van alle
hoofdpersonages. Het gevolg is dat we hen dichter op de huid
zitten. Elke beslissing die ze maken (meestal een domme), kunnen we
vanuit hun eigen standpunt mee ervaren. We begrijpen altijd waarom
ze doen wat ze doen, hoe waanzinnig het ook is.

En dat is voor een groot deel waar de film over gaat: mensen die
de éne grens na de andere overschrijden (de grenzen van de wet, van
de moraliteit, van hun eigen geweten) en die gaandeweg tegen de
sterren op beginnen te rationaliseren om het toch maar te kunnen
verantwoorden. “Mama en papa krijgen het geld van de verzekering
terug,” horen we Andy zeggen aan het begin van de film. “Dus die
zijn gedekt. En wij zijn uit de nood geholpen. Het is een misdaad
zonder slachtoffers.” Dat is de eerste rationalisering van vele –
degenen die er op volgen, zullen veel wanhopiger klinken. Het is
door de versplinterde structuur van de film dat we ermee kunnen
meeleven. Van buitenaf bekeken zou Andy enkel een crimineel zijn,
een louche figuur. Vanuit zijn eigen standpunt bekeken is hij een
fataal zwakke man, een verwaarloosde zoon die zijn hele leven door
z’n vingers ziet wegglippen.

Er zijn veel films die mikken op een combinatie van thriller en
drama, maar ik heb zelden een prent zo goed weten
marcheren op die beide niveau’s als ‘Before the Devil
Knows You’re Dead’. Bepaalde scènes zijn pareltjes van suspense
(een bezoekje aan Andy’s drugdealer tegen het einde van de film is
maar één voorbeeld), terwijl een confrontatie tussen Andy en zijn
vader wellicht één van de mooiste vader-zoon-scènes is sinds
Michael Corleone in de tuin een wijntje dronk met zijn vader in
‘The Godfather’.
De beide acteurs (Albert Finney heeft een sterke bijrol als papa)
houden zich opvallend in. Er is nauwelijks openlijke emotie
zichtbaar en de woorden die ze spreken zijn bedrieglijk eenvoudig
en to the point. Maar nog geen millimeter onder die
oppervlakte voel je decennia oude wonden openrijten en bloeden.

Philip Seymour Hoffman domineert de hele film als Andy. De man
die voor mollige kerels met ros haar hetzelfde betekent als Goedele
Liekens voor de emancipatie van de vagina heeft twee jaar geleden
pas een oscar gekregen voor ‘Capote’, maar verdient
er hier opnieuw één. Zijn vertolking is genuanceerd, subtiel, maar
toch krachtig genoeg om je minstens drie keer kippenvel te
bezorgen. Ethan Hawke staat haast onvermijdelijk een beetje in zijn
schaduw – zijn vertolking is goed, maar af en toe heeft hij de
neiging om over de top te gaan. Albert Finney is zijn eigen
oerdegelijke zelve als hun vader en Marisa Tomei is sterk als Gina.
Dat ze de helft van de film in haar blote borsten rondloopt, is
mooi meegenomen (we gaan daar vooral niet moeilijk over doen).

‘Before the Devil Knows You’re Dead’ is spannend, pakkend, slim
gestructureerd en uitstekend geacteerd. Was hij enkele weken
vroeger uitgekomen, dan had hij zonder twijfel in de
eindejaarslijstjes gestaan. Hoog bovenaan dan nog. Niet te
missen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + negen =