Elizabeth :: The Golden Age




Ergens in de tweede helft van ‘Elizabeth: The Golden Age’ zit
een scène waarin de zestiende eeuwse koningin, gespeeld door Cate
Blanchett, ontdekt dat één van haar dienstvrouwen zwanger is van
Walter Raleigh (Clive Owen), de ontdekkingsreiziger en avonturier
waarop Elizabeth zelf verliefd is. De Queen ontsteekt in een
Spaanse furie, scheldt het meisje in kwestie uit en gooit haar uit
het kasteel. Raleigh laat ze opsluiten. We zijn op dat moment al
zo’n klein anderhalf uur aan het kijken, maar het was wel toen dat
ik me plots realiseerde dat dit de eerste geloofwaardige, volstrekt
overtuigende menselijke emotie was die ik van Elizabeth had gezien
in de film. Het eerste moment waarop ze handelde vanuit zichzelf,
als mens, en niet als een wandelende, pratende illustratie uit een
weinig betrouwbaar geschiedenisboek. De film fleurde er gelijk van
op, heel eventjes bevrijd van de last van de kostuums, belichting
en setting om wat gevoel mee te geven. Jammer genoeg was het een
korte scène.

Regisseur Shekar Kapur lanceerde zo’n tien jaar geleden zijn
carrière in de Engelstalige cinema met ‘Elizabeth’, een krachtig
thriller-drama over de vroege jaren van the virgin queen.
De bastaarddochter van Henry VIII wist koningin te worden ondanks
hevige politieke tegenstand, vond een compromis voor het
godsdienstconflict in haar land, overleefde moordaanslagen en
weigerde te trouwen om zelf haar volk te kunnen besturen. Maar
onder dat alles zagen we Elizabeth als een jonge vrouw die in een
wereld werd gesmeten van oudere mannen en zich staande moest zien
te houden. Die haar faalangst en onzekerheden verborg achter een
masker van lijkbleke make-up en koninklijke authoriteit. Nergens
raakte Kapur de link kwijt met de menselijkheid van zijn
hoofdpersonage, en dàt maakte er juist zo’n straffe film van. Het
is ook daar dat Kapur deze keer jammerlijk faalt.

In dit tweede deel (de regisseur heeft al meegedeeld dat hij van
plan is om er een trilogie van te maken) zien we Elizabeth anno
1585 – volgens de geschiedenisboeken was ze toen 52 jaar oud, wat
niet bepaald overeenkomt met de Cate Blanchett die we hier te zien
krijgen, maar never mind. Als protestantse koningin is
Elizabeth een doorn in het oog van Filips II van Spanje, een
katholieke pilaarbijter van het zuiverste water, die niet liever
zou willen dan heel Engeland met een beetje hulp van de Inquisitie
bekeren tot het Rooms christendom. Wanneer diplomatie en
huwelijksaanzoeken niet meer helpen, besluit Filips om
Groot-Brittannië aan te vallen met zijn beruchte armada.

Tussendoor gaan we van tijd tot tijd naar Mary, Queen of Scots,
de in een afgelegen kasteel gevangen gezette, katholieke nicht van
Elizabeth. Zij smeedt een complot om de koningin te vermoorden, die
haar uiteindelijk letterlijk het hoofd zal kosten. Mary wordt
gespeeld door Samantha Morton, die een prestatie levert waaruit je
kunt opmaken dat de actrice iets interessants weet over het
personage dat ze van de regisseur en scenaristen niet aan het
publiek mag vertellen. De intensiteit van de emoties die ze steeds
onder de oppervlakte van haar woorden legt, is opmerkelijk, maar
Kapur besteedt zo weinig tijd bij haar dat we nooit precies te
weten komen wat er nu met haar aan de hand is. Want er is nog een
derde plotlijn die de filmmakers willen opvolgen, en dat is die
tussen Elizabeth en Raleigh, die door Clive “yeah, I’m so
cool”
Owen wordt gespeeld als een Errol Flynn-figuur die leeft
voor het afmaken van Spanjaarden en het bezwangeren van
hofpersoneel.

Zoals te verwachten was, valt er visueel op ‘The Golden Age’
maar weinig op te merken: elke haar ligt op zijn plek, de
garderobe, pruiken en kostuums schreeuwen uit dat ze veel geld
hebben gekost en elk shot is minutieus gecomponeerd. De grijze
wolken boven de Engelse kust rolden nog nooit zo fotogeniek
voorbij. Dat de historische werkelijkheid daarbij onder tafel wordt
geveegd, is niet eens zo erg. ‘t Is tenslotte een gek die naar
films kijkt om feitelijke informatie te krijgen. Sir Walter Raleigh
wordt hier afgebeeld als een stoere boekanier (yes, ik heb
het woord “boekanier” kunnen gebruiken, hoe vaak lukt je dat als je
niet Willy Vandersteen bent?) die van het éne schip naar het andere
slingert om te vechten voor zijn koningin. In werkelijkheid bleef
hij de hele tijd aan wal, ver van de actie, en was hij bovendien
een groot criticus van de oorlogsstrategieën van Elizabeth. Zo zie
je maar weer. Anyway, wie kan dat wat schelen? De eerste
‘Elizabeth’ was
in hetzelfde bedje ziek. Zo lang het maar werkt als een boeiend,
goed verteld drama, zal het mij een worst wezen – als ik écht meer
wil weten over Queen Elizabeth zal ik wel een boek lezen.

Alleen werkt het deze keer niet als dramatische ervaring. Je
wordt als kijker overspoeld met visueel en auditief bombast. De
regisseur krijgt er maar geen genoeg van om zijn camera in een
cirkel van 360 graden rond Elizabeth te draaien, alsof hij betaald
werd per meter die er werd gereden op de dolly tracks. En
dat alles gaat continu vergezeld van epische
owohoooo!-muziek die elke gebeurtenis en emotie niet
alleen onderstreept, maar ook nog eens in hoofdletters zet en met
een fluostift markeert. Als je je collega’s eens serieus liggen
wilt hebben, moet je deze score maar eens in je gsm zetten als
beltune. Minstens één hospitalisering telkens je opgebeld wordt,
gewoon van het schrikken.

Het gevolg van die sensorische overkill (hopla, nog een
travelling, hoezee, weer een koor dat uit volle borst zingt!) is
dat de inhoud van de film er zachtjes door versmacht wordt. De
hofintriges en internationale conflicten zijn interessant, maar de
personages die er de hoofdrol in spelen bestaan enkel en alleen in
de context van die intriges. Het mooie aan de eerste ‘Elizabeth’ waren de
kleine momentjes: de koningin die bloednerveus haar speech voor het
Hogerhuis inoefende, haar vriendschap met Francis Walsingham (nog
steeds gespeeld door Geoffrey Rush), haar beslissing om “een maagd
te worden” aan het einde van de film. Enfin, wat het interessant
maakte, was de glimp die we opvingen van de vrouw onder het harnas
van haar majestueuze jurken. Ditmaal echter, blijft er nauwelijks
iets anders over dan juist de aankleding. De nevenpersonages worden
allemaal zo haastig afgeraffeld dat ze nauwelijks een eigen
identiteit kunnen ontwikkelen (Samantha Morton is daar het zwaarste
slachtoffer van, maar ook Clive Owen moet het grotendeels met zijn
charmante grijns redden). En ook Elizabeth zelf verroert zich
nauwelijks achter haar koninklijke masker. Hier en daar krijgen we
de kwetsbare kant van de koningin te zien, maar het is niet genoeg
om haar tot leven te laten komen.

De schuld daarvan ligt niet bij Cate Blanchett, die moedig haar
best doet, noch bij één van de andere acteurs. Ik geloof dat het
meer te maken heeft met een regisseur die zo gefascineerd was door
de decors en kostuums, dat het bijna irrelevant werd wie er in
rondliep. Zo lang ze dat maar mooi belicht deden, terwijl de muziek
kweelde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − zes =