Summer Palace





140 min. / China /
2006

Films maken is altijd een kwestie geweest van formules. Van
weten op welke knopjes je moet drukken om een reactie te krijgen
van een bepaald publiek. Hoe maak je een film voor een publiek van
twintigjarige jonge gasten die na de cinema nog van plan zijn om
een foute discotheek op te zoeken en er een breezersletje te
scoren? Simpel: je steekt er een paar knappe grieten in, wat
opgefokte auto’s, veel dingen die vroem en boem
doen, et voilà. ‘t Is geweldig leuk om op die films neer te kijken,
maar een gelijkaardig procédé gaat op voor cinefiele cinema. Hoe
maak je een film die zal scoren bij een publiek van
meerwaardezoekers, die wekelijks de Knack lezen, alleen Canvas in
hun tv hebben geprogrammeerd en het oeuvre van Fellini van buiten
kennen? Lange, geladen stiltes, een paar seksscènes met een
pompeuze voice-over er op, veel symboliek en een historische
achtergrond helpen altijd. Het is allemaal een kwestie van
formules. Van knopjes indrukken. Chinees regisseur Ye Lou heeft dat
alvast goed begrepen, en geeft ons met ‘Summer Palace’ een
arthouse film die de regels van het spel tot op de letter
volgt. Het uiterlijke vertoon van diepzinnigheid is in elke seconde
van de prent nadrukkelijk aanwezig, maar schud er eens mee, en je
ontdekt dat het om een lege doos gaat.

Het verhaal draait rond Yu Hong (Lei Hao), een achttienjarig
meisje uit een klein Chinees grensstadje, die toegelaten wordt tot
de universiteit van Peking. Daar ontdekt ze een intellectuele en
seksuele vrijheid die ze nooit eerder heeft meegemaakt (en waarvan
de seksuele variant uitgebreid in beeld wordt gebracht, terwijl de
intellectuele kant van zaken grotendeels theoretisch blijft). Ze
begint een heftige relatie met medestudent Zhou Wei (Xiaodong Guo),
en raakt op die manier ook betrokken in de studentenprotesten op
het Tiananmen-plein van 1989. In de chaos van de door de politie
bloederig onderdrukte acties, raken Yu Hong en Zhou Wei elkaar
kwijt. Zhou Wei wordt achteraf naar een militair kamp gestuurd
(maar knipper vooral niet met je ogen, want anders mis je die
informatie misschien), en verhuist daarna naar Berlijn, ook een
stad waar de tegenstelling tussen het communisme en de oprukkende
westerse wereld voor de nodige troubles heeft gezorgd. Yu Hong
blijft ondertussen in China en fladdert van de ene kortstondige
affaire naar de andere. Maar ze kunnen elkaar niet vergeten.

Als je ‘t zo navertelt, klinkt dat als de plot van een
doordeweekse tranentrekker, met gedoemde geliefden die uit elkaar
gerukt worden door de geschiedenis. Maar dat is dan buiten
regisseur Ye Lou gerekend, die zich er pijnlijk van bewust is dat
hij kunst aan het maken is en zich navenant gedraagt. Hij lijkt
meer geïnteresseerd te zijn in symboliek dan in het creëren van
geloofwaardige personages of meeslepende situaties. En zo komen we
uit bij scènes die zo zelfbewust artistiekerig zijn, dat Ye Lou er
net zo goed een tekst in neonletters op had kunnen zetten: dit
is kunst.
Wat dacht u bijvoorbeeld van dialogen als: “Ik wil
dat we uit elkaar gaan, omdat ik je niet kan verlaten”? Of de
pluimpjes die te pas en te onpas uit de hemel vallen (surrealisme
werkt zelden als het niet consequent als de stijl van de hele film
wordt gebruikt)? Of de vele seksscènes, zeker tijdens de tweede
helft van de film, die vergezeld gaan van dagboekfragmenten van Yu
Hong? Terwijl er een potige kerel op of onder haar ligt te beuken,
horen we haar dan dingen zeggen als: “Ik kon niks voelen.” Nou.

Ye Lou heeft wel degelijk een aantal dingen te melden, waarvan
de belangrijkste te maken hebben met de tijdsgeest van China anno
1989. Overal was de wereld aan het veranderen. De koude oorlog liep
op z’n einde, het communisme was terrein aan het verliezen. Voor
het eerst sinds de dood van Mao begonnen er serieuze rommelingen te
komen in de onderbuik van de Chinese samenleving. De
studentenopstand van ’89 was geen goed georganiseerde, overdachte
actie, maar eerder een onbezonnen uitbarsting van jonge mensen die
zelf de veranderingen wilden ervaren die ze in andere landen zagen
plaatsvinden. Vrijheid van pers, van meningsuiting, een minder
gecontroleerd leven. ‘Summer Palace’ gaat voor een groot deel over
die jeugdige energie, die érgens een uitlaatklep moet vinden. Yu
Hong voelt die energie, die onrust ook, hoewel ze niet helemaal
lijkt te begrijpen wat het is, laat staan wat ze ermee moet
aanvangen. Aanvankelijk vindt ze een uitlaatklep in seks, daarna in
de Tiananmen-protestacties. Het is pas nadat ze gescheiden raakt
van Zhou Wei dat de depressie toeslaat. Gescheiden van de man
waarmee ze zo’n goeie seks heeft gehad (van liefde wil ik niet
spreken) en opgesloten in een wereld die na Tiananmen al bij al
bitter weinig veranderd is, weet ze niet meer waar naartoe met die
energie, met dat gevoel van “moeten”. En dus pikt ze maar
verschillende mannen op, waarvan er niet één Zhou Wei kan
vervangen. Op die manier wordt ‘Summer Palace’ een verhandeling
over een mislukte revolutie en de gevoelens van teleurstelling en
verlatenheid die zo’n revolutie achterlaat.

Ook dat klinkt weer interessant als thema, maar Ye Lou weigert
om een traditioneel drama rond die thematiek te vlechten. Hij gaat
rechtstreeks voor de symboliek, in vaak protserige scènes, zonder
dat hij op zoek gaat naar dramatische spankracht. We krijgen veel
seksscènes, ja, maar net zoals veel regisseurs die hem vooraf zijn
gegaan, ontdekt Lou al snel dat je maar weinig over je personages
kunt vertellen door hen te laten zien terwijl ze aan het neuken
zijn. Nergens krijgen we een scène tussen Yu Hong en Zhou Wei
waaruit duidelijk wordt waarom ze zich tot elkaar aangetrokken
voelen. Er is nergens een reëel menselijk contact tussen hen, want
dat soort contact kun je maar moeilijk tot leven wekken via
lyrische, symbolische momenten – daarvoor moet je je verlagen tot
doordeweekse dingen als geloofwaardige dialogen of eenvoudige
menselijke emotie, dingen waar Ye Lou zich niet door kan laten
storen in zijn mars op het cinefiele pantheon.

Alles wat de film op narratief vlak meeslepend had kunnen maken,
wordt ofwel compleet verwaarloosd, ofwel haastig afgeraffeld: de
relatie tussen de hoofdpersonages is schijnbaar louter seksueel,
voor de rest is er niks tussen hen. Waarom ze dan al die jaren zo
naar elkaar blijven verlangen, is dan ook een raadsel. Politieke of
historische achtergrond wordt er nauwelijks gegeven, dus wie geen
weet heeft van Tiananmen kan maar best eerst even onze goeie vriend
Wikipedia raadplegen. De protestacties zelf worden zo kort in beeld
gebracht, dat je je achteraf afvraagt wat daar nu zo tragisch aan
was – totdat je de informatie erover opzoekt, en ontdekt dat er
honderden, indien geen duizenden doden zijn gevallen onder de
studenten. Uit de film wordt dat niet duidelijk. Een hiaat in het
verhaal van zo’n acht jaar wordt opgevuld via een onhandige montage
met veel tekst. En ook de parallellen tussen China en Duitsland als
twee (op z’n minst gedeeltelijk) communistische landen die nu
geconfronteerd worden met de westerse wereld, komen er absoluut
niet uit, hoe zeer Ye Lou ook probeert.

‘Summer Palace’ is een perfect voorbeeld van hoe een cinefiele
film fout kan aflopen. Je kunt nog zoveel thema’s hebben, nog
zoveel hoogdravende kunstgrepen, nog zoveel onderliggende ideeën,
maar als je je publiek geen boeiende narratieve lijn geeft om te
volgen, dan haalt het allemaal niks uit. (Of je moest natuurlijk
radicaal de David Lynch-toer opgaan, da’s dan weer iets helemaal
anders.) Dit is een drama dat niet de moeite wil doen om een drama
te zijn, omdat het zo graag kunst wil wezen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =