The Enemy :: We’ll Live And Die In These Towns

Na Radiohead, Coldplay en The Libertines is het nu aan Arctic Monkeys om als blauwdruk voor nieuwe Britse groepjes en als hoofdreferentie in recensies te fungeren. Ook het debuut van The Enemy is duidelijk schatplichtig aan Alex Turner en de zijnen, maar de groep heeft zeker het talent om het epigonisme te overstijgen.

We’ll Live And Die In These Towns was tot voor kort vrij goed aan onze aandacht ontsnapt. De lezers van Q bleken recent echter The Enemy als beste nieuwe act te beschouwen, waardoor het schijfje nogmaals uit de kast mocht. En we begrijpen voor 100 % dat de lezers van Q zo wild zijn van The Enemy. Niet dat we er hier noodzakelijk van beginnen te schuimbekken.

The Enemy surft geïnspireerd mee op de gitaarrockgolf in het zog van de Arctic Monkeys. Ze komen — zoals de halve Britse hitparade — uit één van de steden rond Londen en weten met hun uit het leven gegrepen teksten nogmaals de aandacht te vestigen op het jonge leven, weg van de grootstad. De gemiddelde Europeaan begrijpt zoiets niet, ook al leven we met zijn allen nog verder van het hippe Londen.

Nauwelijks gehinderd door het hogere alcoholpercentage in onze Stella, wist een Brit ons dat omstandig uit te leggen op een leeglopende Werchter-weide, nadat we terloops even hadden durven te melden dat Arctic Monkeys toch wel lichtjes overroepen is. Zijn grootmoeder bleek van Sheffield en kan vanuit haar raampje dagelijks de songteksten van de Arctic Monkeys live bezichtigen. Welja, echt begrijpen kunnen wij dat — comfortabel sociaal beschermd — dus niet, maar we zijn van goede wil.

Het jonge leven in grauwe voorsteden is een dankbaar thema in de Britse populaire cultuur sinds The Jam, dat punk van een geëngageerd sociaal-realistisch randje weet te voorzien. The Enemy komt van Coventry, ruwweg geschat ergens tussen het Woking van Paul Weller en Sheffield (waar leven en werk van Alex Turner en de zijnen zich afspeelt) in. De groep klinkt ook zo: als een kruising tussen The Jam en Arctic Monkeys. Als we The Enemy mogen geloven, is ook Coventry een vrij uitzichtloos plekje.

Helaas weten ze die boodschap nog niet met een overtuigend Eigen Geluid over te brengen. Zo hebben de strofes en het brugje van de uitstekende titelsong behoorlijk dicht tegen "Going Underground" van The Jam liggen rijpen en zou "Aggro" een b-kantje van Arctic Monkeys kunnen zijn. Er zijn natuurlijk slechtere referenties te bedenken. Bovendien weet The Enemy goede songs te brouwen met zijn invloeden, wat ook niet iedereen gegeven is.

Ook tekstgewijs weet de groep regelmatig te bekoren. "Aggro" en "We’ll Live And Die In These Towns" zijn puntige observaties van het uitzichtloze voorstadsleven. Vooral de hilarische amoureuze avonturen uit "technodancophobic" en "40 Days and 40 Nights" zijn memorabel. Alleen aan enkele pogingen tot maatschappijkritiek vertilt The Enemy zich, maar dat heeft allicht alles met de (jonge) leeftijd van de groepsleden te maken.

We’ll Live And Die In These Towns is zeker niet het beste debuutalbum dat ooit van over het Kanaal kwam, maar charmeert — misschien door onze hype-allergie — minstens even sterk als het debuut van Arctic Monkeys vorig jaar. Bovendien is het een van de weinige recente albums die niet halverwege inzakken als een mislukte shepherd’s pie. The Enemy weet van de eerste tot de laatste minuut te boeien en trekt in de laatste songs zelfs nog een overtuigend sprintje met anthem "This Song" en fijne plakker "Happy Birthday Jane". Het gebrek aan absolute wereldsongs wordt dan ook best gecompenseerd door het constante niveau van dit debuut. Niet van een niveau of originaliteit om wekenlang mee te dwepen, maar voor liefhebbers van het genre zijn er redenen genoeg om de oren te spitsen en uit te kijken naar een tweede album.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − 8 =