Akron/Family + Phosephorescent

Een treinrit naar Brussel bezit een zekere contemplatieve kracht;
er is net genoeg tijd om gedachten te ordenen en verwachtingen te
catalogeren, als u dan al een concertganger bent, alvorens de
verveling de kop opsteekt. Op deze avond waren het vooral de
herinneringen aan een fijn Domino 2007 die de
kille wind buitenhielden. Toen was Akron/Family ook al te
bewonderen (net als het jaar daarvoor, overigens), met een optreden
dat nog steeds een brede grijns induceert. Het was dus uitkijken
naar meer gekke dansjes, oncomfortabele hoeveelheden interactie en
een al even oncomfortabele hoeveelheid lichaamsbeweging. Dat
Akron/Family alweer in de club stond, hoeft in zekere zin niet te
verbazen; wij durven niet te speculeren over het succes van deze
band in een grotere zaal. In ieder geval kunnen we dit formaat
gerust appreciÎëen, ook al was de opkomst ietwat aan de bescheiden
kant.

Eerst was het de beurt aan Matthew Houck, die misschien beter
bekend staat als bezieler van Phosphorescent. Het
is een man die misschien wel een hoofdprogramma kan belichamen,
althans als we het reeds uitgebrachte materiaal in acht nemen.
Onlangs verscheen nog het door merg en been snijdende ‘Pride’, al
koos Houck tijdens zijn set vooral voor het oudere materiaal (onze
theorie luidt dat de nummers uit ‘Pride’ een stuk moeilijker op een
podium te zetten zijn als je lineup één man telt).

Het eerste wat bij Houck opvalt, is natuurlijk die zoutige,
krakende stem die steeds weer een catastrofale teloorgang lijkt te
suggereren, maar toch dodelijk efficiënt uithaalt. Met opener
‘Wolves’ gingen we meteen goed van start, en terwijl het publiek
langzamerhand de club binnenstroomde, bouwde Houck rustig voort aan
zijn bescheiden reputatie. Dat zijn medebrooklynites later
een heel ander stoofpotje onder onze neus gingen duwen, deed hem
uiteraard maar weinig. Hij bracht gewoon de klassiekers uit die
andere onderschatte plaat, ‘Aw Come Aw Why’. Van ‘Joe Tex, These
Taming Blues (Are Killing Me)’ tot ‘South (of America)’; Houck gaf
ons genoeg redenen om zacht mee te wiegen en weg te dromen. Deden
we natuurlijk niet, want er moest die avond nog uitbundig bewogen
worden.

Tijd om de pinten te ledigen en Seth Olinsky en co. te verwelkomen.
Misschien hadden we meteen een rockende progjam verwacht, of een
inleidend nummer uit de nieuwste plaat, maar in plaats daarvan
kreeg de verzamelde meute nog eens iets uit die illustere
debuutplaat te horen. ‘Franny, You’re Human’ stond nu niet bepaald
hoog op ons lijstje van ‘te verwachten tracks’, maar het zorgde in
ieder geval voor een intrigerend begin. De band zag tevens de kans
schoon om het publiek op vers materiaal te trakteren, en wat had u
gedacht: er zat nog maar eens iets belachelijk vreemds bij.
Akron/Family maakt de dag van vandaag namelijk
kinderliedjes, althans dat probeert men. Het eerste experiment werd
met enig enthousiasme onthaaald, mede omdat de neuzen collectief de
lucht ingingen bij het opsoren van de eerste ritmische klanken.
‘Don’t worry, we’ll all have a dance party later’, aldus
Ryan Vanderhoof, en dat zouden we geweten hebben.

De nieuwe aanwinst Love Is Simple werd
dan eindelijk geëxploiteerd, naast enkele oude klassiekers. Zo
beginnen we ons stilaan af te vragen waar Akron/Family nog heen kan
met ‘Blessing Force’, een nummer dat na jaren toeren angstaanjagend
veel op een nummer van Soft Machine begint te lijken (iets waar we
overigens erg blij om zijn). Synthetisch gewauwel, hyperkinetische
drums en een stevig assortiment lawaai brachten ons stilaan
richting vocale climax. Voor de toeschouwers de kans kregen nog
eens rustig adem te halen, kwam ‘Raising the Sparks’ als een
brullende pantserdivisie aangerold (hyperbolen zijn er om
neergeschreven te worden, vindt u ook niet?). Het blijft toch wel
een van de meer overtuigende trucjes die deze folkies in huis
hebben, en we gingen ook dit keer voor de bijl.

Ook het nieuwe materiaal maakte indruk. ‘Phenomena’ kletterde en
blies dat het een lieve lust was, ‘Crickets’ zorgde voor de
perfecte adempauze (naast die immer cruciale derde pint), en ‘Of
All the Things’ was een chaotische troep met toegevoegde
geluidsmuur. Ook ‘Lakesong’ wist indruk te maken, vooral toen
Akron/Family zichzelf transformeerde tot een percussietrio. Zeggen
dat dit alles een ideale set gaf, zou overdreven zijn, maar
afwisselend was het in ieder geval wel.

Uiteindelijk moest er nog één keer stevig gefeest worden, iets waar
Akron/Family de gepaste ingrediënten voor bezit, samengevat onder
‘Ed Is a Portal’. Op plaat mag dit nummer dan wat flets en
ingestudeerd klinken, live blijft het een knaller van jewelste, en
het gaf de toeschouwers ook de kans om het podium te beklimmen en
incoherent lawaai te produceren. Wie houdt daar nu niet van? Het
dak vloog er ei zo na af, de ovatie was welverdiend. Toch was de
sfeer niet dezelfde als op het Domino-festival eerder dit jaar. het
kon met andere woorden gerust beter. Wat er ook van zij, dit blijft
een erg warme en niet te missen show, een show die dit jaar reeds
drie keer in Belgische zalen te bewonderen was. Nu nog die plaat
voor kinderen (aan de lsd), en we kunnen van een achtbaancarrière
spreken.

Love Is
Simple
is uit bij Young God/Konkurrent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − negen =