Kurt Wagner, 25 November 2007, Handelsbeurs

Ze staan normaal met minimum tien op een podium. Het is dus een buitenkans om Lambchop in de vorm van zanger Kurt Wagner solo aan het werk te zien. Alleen met zijn gitaar en een wasdraad toerde hij een maand lang Europa rond. Afsluiten doet hij, na een passage in Leuven, in Gent. Een memorabele avond.

Kurt Wagners leven leest als een roman. Als tegelzetter in Nashville, Tennessee richt hij met twee schoolvrienden een countrygroep met soulinvloeden op. Lambchop debuteert in 1994 en ziet het aantal bandleden gestaag aanzwellen met ondermeer pianist Tony Crow. Nixon uit 2000 zet commercieel de deuren open. Twee albums later wordt er bij Wagner mondkanker vastgesteld. Genezen legt hij die donkere periode vast in het toepasselijke Damaged, uitgebracht vorig jaar.

Het is de eerste keer dat Kurt Wagner alleen optreedt. Wanneer hij zich “Give It” — het nummer dat hij maakte voor het houseproject X-Press 2 — half jodelend, half schreeuwend door het publiek een weg baant naar het podium, voelen we het aan ons water dat dit een bijzondere avond zal worden.
Een amper belichte stoel en een wasdraad vormen het decor voor twee uur ouderwets vertier. Wagner put voor deze soloavonden voornamelijk uit nieuw en — naar eigen zeggen — obscuur werk. Het nieuwe werk, in de lijn van de laatste, verstilde Lambchop-platen, komt rechts van de wasdraad te hangen. Het oudere werk komt links te hangen. Het is eenvoudig, maar grappig. Alsook de frontman zelf. Is hij op Lambchop-concerten samen met Tony Crow een komisch duo, dan buit hij het comedygehalte op deze avonden volledig uit.
Of er vragen zijn, klinkt het out of the blue na het eerste nummer. Volgen grapjes over stenen Mariabeelden, rinkelende gsm’s en het begin van telecommunicatie.

Nieuwe nummers uitproberen op publiek, zich wanend in zijn kelder in Nashville, is het opzet van deze tour. “Sounded good on paper,” smaalt Wagner, die vanavond zijn onmisbare baseballpet ingewisseld heeft voor een klassevolle hoed. De reden daarvoor wordt in het lang en het breed uitgelegd na een door Wagner als “zeer journalistiek” beoordeelde vraag uit het publiek.
Oud Lambchop-materiaal komt al snel op tafel met een ontroerende versie van “Autumn’s Vicar” (Is A Woman). Wagners bariton is zonder twijfel de mooiste mannenstem die wij kennen en krijgt ons steevast aan het huilen. Vanavond krijgt die stem alle ruimte en ook alle nummers worden uitgebeend tot het essentiële. “I Would Have Waited All Day”, geschreven vanuit een vrouwelijk perspectief voor soulzangeres Candi Staton, wordt een beetje verknoeid door reverb, maar raakt met “I’m saving up my moments / For the next time that we meet” nog steeds een erg stil Gents publiek. “Let’s Go Bowling” uit de debuutplaat I Hope You’re Sitting Down is volwassen geworden in vergelijking met de jonge Dylanesque studioversie.

Wanneer we op vraag van de gastheer rechtstaan en een nummer te horen krijgen met in elke zin “Stand” — weer een mopje van Wagner — hebben we een dikke twee uur geluisterd naar een man en zijn gitaar zonder decor, zonder band. Opgelucht dat dat nog kan, trakteert Wagner ons nog — na enkele vruchteloze verzoeken uit het publiek — op “I Believe In You”, een cover van countryzanger Don Williams. “I don’t believe in superstars / Organic food and foreign cars / … / That right is right and left is wrong /That north and south can’t go along / …/ But I believe in love / And I believe in babies”.
De wereld wordt een beetje mooier met Kurt Wagner.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × twee =