Band Of Horses :: Cease To Begin

Ze kwamen niet uit het Oosten, noch uit het niets, en toch doken ze onverwacht op. Hun variant van de psychedelische countryrock zoals My Morning Jacket die placht te spelen, maakte van hen de zoveelste lieveling onder indierockers. En terecht: wat ze brachten was niet nieuw, maar wel een welkome verademing.

Na acht jaar ploeteren met Carissa’s Wierd, lachte het geluk Mat Brooke en Ben Bridwell eindelijk toe. Hun nieuwe groep Band Of Horses trok de aandacht van SubPop, waarna hun debuut Everything All The Time haast de hemel ingeschreven werd. Origineel of anders waren ze niet, maar de manier waarop ze grandeur wisten te koppelen aan ingetogenheid gaf hen wel het nodige krediet.

Op de opvolger Cease To Begin brengt Bridwell samen met Rob Hampton en Creighton Barret — Brooke verliet de groep in juli 2006 — meer van hetzelfde. De plaat duurt opnieuw een slordig half uur en wisselt rockers af met meer ingetogen songs. Zo is er de sterke opener “Is There A Ghost”, die Bridwells falset schaamteloos uitspeelt. Na de eerste minuut barst de song majestueus open met breed uitwaaierende gitaren en rollende drums.

Dat grandioze visitekaartje wordt evenwel moeiteloos gepareerd door zijn tegenpool “No One’s Gonna Love You”, een meeslepende liefdesverklaring die zelfs de meest cynische grijsaard laat mijmeren over die eerste grote en nooit vergeten liefde. Waar “Detlef Schrempf” daarna kiest voor een weemoedige piano en strompelende drum, geeft afsluiter “Window Blues” de voorkeur aan voorbijglijdende gitaren en een haast onmerkbare banjo. De songs vormen een tweespan van slepende (alt.)countryballads die net niet verdrinken in de eigen tranen, maar ook een troostende schouder bieden aan hen die daar naar verlangen.

“The General Specific” is stilzwijgend aanwezig bij zoveel verdriet. Het rijke instrumentarium (drum, gitaar en orgel) fluistert zacht zijn ritme en melodie opdat Bridwells zalvende woorden nergens overstemd zouden worden. Dat in dit aardse tranendal echter ook gelachen en gefeest mag worden, hoeft niemand aan “Cigarettes, Wedding Bands” te vertellen. Het nummer bloeit open dankzij de hoge meezingfactor van het refrein, maar herbergt ook enkele zorgvuldig geplaatste weerhaakjes die vooral in het gitaarwerk terug te vinden zijn.

In “Marry Song” blaast de groep dan weer het stof van de versterkers en gitaren door een stevige rocker neer te poten en het gejaagde tempo een nummer lang vol te houden. Ook “Ode To LRC” valt onder de noemer snedige rocker, waarbij Bridwell opnieuw uittorent boven de afgemeten drumpatronen en ritmisch meebeukende gitaren. De tot handgeklap uitnodigende piano en drum zorgen in “Lamb Of The Lam (In The City)” daarentegen voor een stevige countrystamper die net niet tot een linedance uitnodigt.

Het is weinig bands gegeven te boeien in twee verschillende disciplines: de ene schittert vooral met het stevigere gitaarwerk, terwijl de andere vooral weet te raken met intieme kampvuursongs die recht naar het hart gaan. Band Of Horses slaagt er vooralsnog in om in beide categorieën te excelleren. Het zijn dan ook vooral de nuanceverschillen die Cease To Begin anders maken dan het debuut: de epiek is minder aanwezig en meer gedoseerd. De songs klinken daardoor beheerster, en dat komt het album alleen maar ten goede.

Voor het tweede jaar op rij weten Bridwell en co. handig het gat te vullen dat My Morning Jacket heeft achtergelaten. Met twee sterke albums onder de arm is het maar een kwestie van tijd vooraleer Band Of Horses zelf een referentienaam wordt voor fans en luie recensenten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + zes =