My Brightest Diamond :: “Ik zal me steeds het zwarte schaap voelen”

mbd3.jpg

Nadat My Brightest Diamond opnieuw overweldigende tour de force
leverde in TRIX viel ons de grote eer te beurt om Shara Worden nog
even aan de tand te voelen over podiumprestaties, platen en
paarden. Aangezien ze met een lichte verkoudheid kampte, was het
niet aangeraden om een urenlange conversatie aan te knopen, maar
toch wilde ze zich met graagte even bij ons neervleien in de zetel
met een theetje in de hand.

Al van bij de hartelijke begroeting wordt duidelijk dat de
Shara Worden die we op plaat en op het podium zien allerminst een
fake creatie is. Ze spreekt met een grote passie over haar werk en
muziek in het algemeen, maar leukt het gesprek tussendoor op met
een fijn gevoel voor humor (“I hope you’re not a buddhist”,
gniffelt ze als ze de mug die me al vijf minuten lang ambeteert de
genadeslag toedient). U hoort het al: we zijn hier met ons gat in
de boter gevallen!

enola: Je bent nog maar net van het podium verdwenen. Hoe voel
je je na zo een energieke performance?

Worden:
De energie stroomt nog steeds door mijn lichaam, dat
duurt wel even eer het bekoeld is.

enola: Je leek er vanavond zelf een heel goed gevoel bij te
hebben …

Inderdaad, halverwege voelde ik echt dat er iets veranderd was. Ik
begon me plotseling weer dingen over muziek te herinneren die ik
soms wel eens vergeet.

enola: En wat veroorzaakt dat gevoel?
In dit geval was het vooral het geluidsaspect. In de eerste helft
van de set was ik een ware strijd aan het leveren met mijn
gitaargeluid. Als zoiets je bezighoudt, kan je niet meer duidelijk
op het hier en nu focussen. Eens het weer goed zit, kan je die zorg
achterwege laten. Zelfs op een dag als vandaag, wanneer ik
nauwgezet op mijn stem moet letten. En dan komt daar die dynamiek
van het publiek bij. Zij geven energie af, niet rechtstreeks aan
mij, maar aan een soort van overkoepelend gevoel. Ik weet niet wat
het is, ik kan het zelfs niet omschrijven, maar dat is de reden
waarom ik dit doe en waarom muziek zo verslavend wordt. Je wil
steeds opnieuw dat gevoel en die verbondenheid omdat je allemaal
intern hetzelfde beleeft.

enola: ‘Bring Me The Workhorse’ is al langer dan een jaar uit
en dit optreden is reeds je derde op Belgische bodem in een paar
maanden tijd. Andere bands slagen erin om geweldige songs op den
duur verdord te laten klinken, maar bij jou lijken de nummers
alleen maar aan kracht te winnen. Hoe zorg je
daarvoor?

Ik moet bij deze vraag meteen denken aan een poppenspeelster waar
ik in New York al mee samengewerkt heb. Een maand lang voerde ze
elke avond dezelfde show op, maar telkens waren daarbij enkele
minuscule wijzigingen die ervoor zorgden dat het nooit afgezaagd
leek. En dan zijn er ook bands zoals Rasputina: zij kleden
zich steeds op een andere manier dan de avond daarvoor. Dat is een
methode die ik zelf ook zal toepassen: gewoon nog maar eens van
outfit wisselen om een ander gevoel op te roepen. Daarenboven is er
natuurlijk steeds de uitdaging dat je zelf steeds kan blijven
groeien; die is heel belangrijk voor mij. Zo … zo blijf ik in leven
(lacht).

enola: Het album lijkt wel een verzameling sprookjes. Was dit
een sfeer waar je doelbewust naartoe werkte?

De nummers die daarop staan heb ik geschreven tussen 2001 en 2004,
dus ik zie het meer als een bloemlezing van de verschillende
imaginaire beelden en gevoelens die ik toen doormaakte.

enola: Een leidmotief is de aanwezigheid van dieren:
‘Dragonfly’, ‘The Robin’s Jar’, ‘Magic Rabbit’, ‘The Workhorse’

Op de volgende plaat zal dat minder het geval zijn, maar in die
songs grijp ik vaak terug naar mijn kindertijd. Mijn grootvader had
een boerderij en zelf leefden we op het platteland. We speelden
constant buiten. Ik koppel deze herinneringen aan de ervaringen die
je als volwassenene voelt. Ze kunnen staan voor een groot verlies
of een gelukzalig gevoel.

enola: Het paard krijgt de hoofdrol: een plaats op de cover van
de plaat, een vermelding in de titel en een eigen song. Vanwaar
deze voorkeur?

Het paard verenigt zowat alle mogelijke eigenschappen in één dier
in die zin dat je het als kind als een fantastiebeeld ziet, maar
het tevens symbool staat voor macht. Paarden zijn zo expressief en
je kan er echt een band mee opbouwen. Het boerenpaard staat dan
weer voor de gewone werkmens, een alledaagse en herkenbare
persoon.

enola: Vanavond bracht je de onuitgegeven track ‘Riding
Horses’, waaruit de zinsnede “mine is black and yours is
white”
mij opviel. Moet dit als een innerlijke duisternis
opgevat worden?

Dat nummer is eigenlijk al heel oud, maar de tekst staat voor iets
wat ongewijzigd blijft: ergens zal ik me steeds het zwarte schaap
voelen (schaterlacht).

Duizend haaientanden

enola: We hoorden ook al enkele nieuwe songs. Komt de nieuwe
plaat er in de nabije toekomst aan?

Ik hoop ze tegen het eind van het jaar afgewerkt te hebben en ik
kan het je verzekeren: het zal best verrassend klinken! Zelf denk
je ook steeds dat je weet waar je heen aan het gaan bent, maar dan
komen er toch weer nieuwe bochten.

enola: Toen ‘Bring Me The Workhorse’ uitkwam, las ik op het
internet al over een ander project waar je aan werkte: ‘A Thousand
Shark’s Teeth’. Wat is er daarvan geworden?

Dat wordt de nieuwe plaat. Er zit al een lange geschiedenis aan
verbonden. Ik nam dat album op in het weekend voor we de drums voor
de huidige plaat vastlegden. Op dat moment dacht ik nog dat het een
werk voor een strijkerskwartet zou worden. Toen ik me dat
realiseerde, begon ik me af te vragen of het wel effectief haalbaar
zou zijn. Ondertussen is het een langlopend work in
progress
geworden. Ik heb er ook enkele rocksongs voor
opgenomen om een beter evenwicht te creëren met de kamermuziek. Die
klonk zeer introvert en bovendien zou ik nooit in staat geweest
zijn om ze live te spelen, aangezien het allemaal voor strijkers
geschreven was.

enola: Eerder dit jaar bracht je ook ‘Tear It Down’ uit, een
remixplaat. Een wat vreemde stap, want op het eerste gehoor zou je
niet zeggen dat de nummers van ‘BMTW’ zich daartoe
lenen.

Met mijn vorige band had ik al een ep met remixen uitgebracht in
samenwerking met enkele New Yorkse dj’s. Dit kan helpen bij
muzikale uitdagingen. Voor ‘Dragonfly’ bijvoorbeeld bleef ik maar
worstelen met de vraag of de meer rockgerichte drums pasten bij het
arrangement met strings. Om dit materiaal dan aan anderen te geven
en te kijken hoe zij deze songs benaderen is heel interessant.
Daarnaast hou ik er ook niet van om binnen een genre geplaatst te
worden. Ik zie mezelf eerder gewoon als een zangeres in plaats van
als een indierock-artieste. Dit concept zorgde ervoor dat ik dit
even kon doorbreken.

enola: Wat viel je het meest op bij deze
herinterpretaties?

Wat me enorm boeide was hoe er fragmenten van een nummer over
andere secties geplaatst konden worden en toch nog een goed
resultaat opleverden. Dat zorgde voor verrassingen. Daarnaast
merkte ik eveneens dat de muziek ook werkte met minder
alternaties.

Als een soort van trance…
Inderdaad.

Sarah en Sufjan

enola: Je werkte vroeger samen met Sufjan Stevens. Hoe heb je
die samenwerking ervaren?

Ik heb bij hem in de band gezongen en gitaar gespeeld voor een
tweetal jaar. Deze herfst zie ik hem terug en ik januari trekken we
samen weer op tour. Het was fantastische ervaring en een
belangrijke stap om voor zo iemand te spelen. Oop die manier is er
minder druk … wel, de verantwoordelijkheid weegt minder zwaar door.
Bovendien is het een kans om eens een ander facet te zien: plots
speel je voor zalen van 7000 man, terwijl ik als frontvrouw steeds
in het clubcircuit opgetreden heb.

enola: mbd.jpgIs het niet
moeilijk om naast je eigen projecten je muzikale talent plots in te
schakelen in de gevoelsbelijdenis van iemand anders?

Het is gewoon een heel andere manier van spelen. Je neemt de
ondersteunende rol op je schouders. Het is geen prioriteit om de
betekenis achter de songs volledig door te hebben, je bent er om
een nood op te vullen. Ook mijn bandleden weten niet waar elk
detail in mijn werk voor staat.

enola: En het doet het ook niet eerder als een job
aanvoelen?

Ik was aan het einde wel op een punt gekomen dat ik eens iets van
mezelf wou doen. Zolang ik dit zou voelen, kon ik geen tijd meer
spenderen aan een ander project. Ik bracht mijn plaat uit in
augustus en trok dan met Sufjan de baan op om het album in als zijn
voorprogramma voor te stellen. Nadien ben ik er even op mezelf op
uit getrokken, maar binnenkort zit ik weer in zijn groep. De timing
zit snor en dat is het voornaamste.

enola: In je eigen shows speel je heel uiteenlopende covers:
vanavond hoorden we onder meer Nina Simone en Roy Orbison, maar
soms breng je zelfs Led Zeppelin op het podium. Zijn er nummers die
je nooit zou durven aanpakken?

God, er zijn er zoveel. Hoewel ik soms al enkele van zijn songs
gebracht heb, zal ik me toch niet zo snel aan een Jeff
Buckley-cover wagen. Ook ‘Purple Rain’ zie ik me niet
brengen.

enola: Dat zou ook meteen een groot deel van je set
inpalmen.

(lacht)
Zo is dat! Ik sta ook altijd even op mijn benen te
trillen als ik Nina Simone zing, maar ja, ik hou nu eenmaal zo veel
van haar materiaal …

Tja, gelukkig maar dat deze knikkende knieën haar niet beletten
om deze pracht met ons te delen. En opdat ze deze ook de volgende
dagen aan haar publiek zou kunnen offreren, besluiten we hierbij
haar stem de welverdiende rust te gunnen. Met een knuffel nemen we
afscheid van één van de warmste vrouwen die ons hedendaagse
muzieklandschap bevolken om met een gelukzalige gloed in het hart
de Antwerpse nacht te trotseren.

Bring me
the Workhorse
en Tear It Down zijn
verkrijgbaar via Asthmatic Kitty/Konkurrent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =