Róisín Murphy :: “Ik ben een professional!”

roisin4.jpgBij Moloko
voerde ze samen met haar toenmalige lief Mark Brydon jarenlang de
dance-scene aan, met haar solodebuut kreeg ze
de critici en muziekliefhebbers aan haar voeten en met haar
nieuwste wapenfeit lijkt ze naar een wereldheerschappij toe te
werken. De voorbije maanden kon je niet naast Róisín Murphy kijken:
zowel in de charts als in de vakpers werd haar ‘Overpowered’ met
open armen ontvangen en het ziet ernaar uit dat ze samen met haar
nieuwe single ‘Let Me Know’ en het eraan gekoppelde album een
hattrick zal scoren. In november staat Murphy twee keer voor een
uitverkochte AB, maar onlangs bracht ze ons land al een bezoekje om
de pers te woord te kunnen staan. En daar was enola natuurlijk als
de kippen bij!

Bij het betreden van de strakke lobby van het Brusselse hotel
loop ik Murphy al even tegen het lijf. Gehuld in een zakelijk
ogend, doch vrouwelijk zwart pak met witte blouse eronder schudt ze
me beleefd de hand. Wanneer ik even later haar suite betreed, heeft
ze haar vest al aan de kant gegooid, prijken enkele parmantig
rechtopstaande peuken in de asbak en ploeft ze onderuitgezakt in de
zetel neer. Weg met het stijve gedoe; Róisín zit lekker relax en is
dus klaar voor het vragenvuur over haar carrière in verleden, heden
en toekomst.

“Alles wat met drugs te maken heeft, krijgt een leeg
gevoel”

enola: Na een meer organisch klinkend ‘Ruby Blue’ keer je met
de stomende electro van ‘Overpowered’ terug naar de dansvloer.
Vanwaar deze switch?

Ik wou een discoplaat maken, daar had ik zin in. Ik wist ook dat ik
een sterke visie moest hebben rond dit album als ik het wilde maken
samen met een hele groep mensen. Het moest onder een strikter
toezicht geplaatst worden dan ‘Ruby Blue’ zodat het in dezelfde
sfeer zou blijven. En … wel, dat was dat!

enola: Na Moloko en ‘Ruby Blue’, dat volledig in samenwerking
met Matthew Herbert werd opgenomen, is dit de eerste plaat waarvoor
je met zoveel verschillende producers samenwerkte. Was het daardoor
net niet moeilijker om het totaalbeeld te behouden?

Je moet een sterk idee hebben over wat je gaat doen voor je eraan
begint. Bij de andere platen die ik gemaakt heb, was de attitude
steeds meer: laten we zien wat er gebeurt als we experimenteren.
Deze keer was ik veel duidelijker wat referenties betreft alsook
over het vakje dat aangekruist moest worden opdat de muziek op
verschillende niveaus zou kunnen functioneren.

enola: Zoals je al zei: dit is een dance-plaat. Door de
kritische geest wordt dit wel eens als een vuil woord beschouwd.
Voel je de druk dat je je binnen dit genre als artiest extra moet
bewijzen?

Ik denk dat het genre vaak deze kritiek verdient. Ik heb veel
zielloze nachtclubs gezien, waar mensen gewoon dansen om iets te
doen en het niet om de muziek gaat, maar om drugs en geld, waardoor
het zeer leeg wordt. Alles wat rond drugs draait, krijgt sowieso
snel dat lege gevoel. Toch heb ik ook al veel plezier beleefd op de
dansvloer. Soms ontstaat er een fantastische communicatie tussen de
dj en de massa. Ik heb dj’s aan het werk gezien die oude platen die
nooit hits waren tot anthems maken en een thuis creëren voor deze
muziek. Ik hou van de northern soul scene in Groot-Brittannië, zeer
interessant! Het begon in de jaren zeventig en was dan al een
retrospectieve scene die teruggreep naar de soul van de sixties:
Amerikaans materiaal, zeldzame platen die aan een heel nieuw
publiek, aan een nieuwe generatie blootgesteld werden. Daarnaast
adoreer ik disco: ik hou ervan hoe een disco-smartlap
tegelijkertijd opbeurend en melancholisch kan zijn. In mijn eigen
performances en eigenlijk in heel mijn eigen leven voel ik
diezelfde spanning; daar zit een zekere poëzie in. House kan op
dezelfde manier ontroerend zijn. Dat is de muziek waarmee ik
opgroeide, waar ik op uitging en die vormend voor mijn leven was.
Daarin wou ik zelf nu ook eens een prestatie afleveren.

enola: Met dit materiaal, dat in de clubs zijn bakermat kende,
trek je nu op tour. Hoe laat je die songs tot hun recht komen in
een concertzaal?

De gigs moeten ware feestjes worden: ik wil mensen zien dansen van
begin tot eind. Het is nooit gemakkelijk om een studioproductie
live te vertalen; daar kruipt heel wat moeite in, maar dat ben ik
gewoon want ik word daar steeds mee geconfronteerd. Ik hou van het
live-gevoel en ik hou van muziekvakmanschap, hoewel ik ook de
technische ingrepen apprecieer. Die kunnen namelijk een heel ander
facet blootleggen.

enola: Bij de laatste tour hield je je strikt aan je solo-werk.
Ben je nu van plan om ook enkele van de Moloko-hits terug het
podium op te gooien?

Er staan er enkele op het programma, maar we gaan voorzichtig
tewerk daarmee. Ik denk niet dat ik al meteen ‘Sing It Back’ terug
wil zingen. Laat me eerst wat werken met het nieuwe materiaal voor
ik de oldies weer uitmelk.

enola: Ik herinner me nog levendig een optreden op Marktrock
waar je enorm verbaasd leek van de enthousiaste reactie van het
aanwezige publiek. Kan een energieke live-ervaring je nog steeds
overdonderen of is het toch meer een job aan het
worden?

Wel, de absolute hoogtepunten krijg je inderdaad minder
gemakkelijk, maar naarmate je ouder wordt, vind je wel plezier in
andere dingen: het heft in eigen handen nemen als performer en
weten dat je dat kan doen. Er zijn avonden dat ik er zelf minder
zin in heb, maar dat mag niemand in het publiek doorhebben. Ik ben
een professional!

enola: Wanneer ben je zelf 100 % tevreden?
Als ik zelf een uitmuntende prestatie geleverd heb en het publiek
zich ook volledig gaf: beide aspecten zijn nodig. Voor een écht
goede gig, moet je een zaal vol fans voor je hebben. Daarom is het
ook zo lastig om showcases te doen: er is meer media aanwezig dan
publiek.

roisin1.jpg“Misschien dachten ze dat Róisín nu maar eens volwassen
moest worden. Nee maar!”

enola: Ten tijde van ‘Ruby Blue’ vertelde je dat je na het
laatste optreden van de ‘Statues’-tour niet meer tegen Mark Brydon
had gesproken. Is daar al verandering in gekomen?

We zijn ondertussen alweer enkele keren aan de praat geraakt.

enola: Voel jij zelf nog de neiging om die draad weer op te
pikken of geef je de absolute voorrang aan je
solo-carrière?

O, ik denk zeker nog niet zo ver vooruit: op dit moment zit enkel
de live-show in mijn hoofd. Ik heb zelfs nog geen idee hoe mijn
volgende plaat zal klinken. Maar er zal er zeker nog een komen
natuurlijk! (lacht)

enola: Je begon aan ‘Ruby Blue’ toen Moloko het hoogtepunt van
zijn populariteit bereikt had. Hoe lastig is het om dan aan een
soloplaat te beginnen? Heb je niet het gevoel dat je voor jezelf
een nieuwe artistieke persoonlijkheid moet
uitvinden?

Ik had geluk. Ik liep Matthew Herbert tegen het lijf en die was
heel voedend en lief voor mij. Het hele opnameproces van ‘Ruby
Blue’ was experimenteel, persoonlijk, intiem en fun. Ik gaf mezelf
dezelfde vrijheid die ik bij Moloko gekend had. We leefden toen in
Sheffield als in een luchtbel. We hadden een relatie én een band;
dat was heel wat. De platenfirma bemoeide zich ook nooit met de
platen die we maakten.

enola: Dat klinkt als een ideale situatie.
Hoh, die is niet ideaal of eender wat. Zolang het album goed is,
doet het er niet toe onder welke omstandigheden je het gemaakt heb.
Maar op diezelfde manier, met dezelfde vrijheid ging ik met Matthew
tewerk en leverde een afgewerkte plaat af. Ik was dan ook geschokt
toen ik te horen kreeg dat het de verkeerde plaat was.

enola: De critici lieten zich vol lof uit over ‘Ruby Blue’,
maar het grote publiek vond het iets te experimenteel, te
eigenzinnig.

Dat is al één punt. Ik was heel trots op de goede kritieken die ik
kreeg, maar – dan toch een verandering toen ik solo ging – niemand
had me ooit tevoren gezegd dat ik de verkéérde plaat gemaakt had.
Misschien dachten ze dat ze dat nu konden zeggen. Misschien dachten
ze dat het allemaal aan Mark lag, dat hij het was die Moloko een
‘vreemde’ klank gaf en dat Róisín nu maar volwassen moest worden en
zich realiseren dat ze nu maar normale muziek moest maken met
normale mensen. Nee maar! (verbouwereerd lachje)

enola: Raken die opmerkingen je echt of schud je die gewoon van
je af?

Toch wel, vooral het feit dat ze me vertelden dat ik niet het
juiste werk afgeleverd had. Ik panikeerde, want ik dacht: o god,
dit kan wel eens een ernstige zaak worden. En dat werd het ook want
ik verliet de platenfirma.

enola: Maar je vocht terug!
Ik ging naar EMI en de verantwoordelijke daar vertelde me dat hij
‘Ruby Blue’ briljant vond. Waarop mijn reactie meteen was: “OK,
where do I sign?
” Ze lieten me terug plezier beleven. Ik had
deze plaat nooit op Echo kunnen maken, want het is best een duur
project geworden. Hiervoor reisde ik de hele wereld rond en werkte
ik met enkele ronkende namen – alsook een paar minder bekende
natuurlijk. Lekker gestroomlijnde mixes, perfecte mastering: ik
kreeg al het beste! Hieraan beginnen bij Echo zou nutteloos geweest
zijn, want het was financieel gewoon niet haalbaar
geweest.

roisin2.jpg“Ik ben heel
intens als ik uitga”

enola: Je verscheen terug in het vizier met ‘Overpowered’,
waaraan een zeer opmerkelijke clip gekoppeld werd. Als ik eraan
denk, krijg ik meteen het beeld van hét kleed voor ogen. Mode is
altijd al een belangrijke interesse van jou geweest. Gebruik je het
als een manier om je innerlijke status uit te
drukken?

Dat zou ik zelf niet beter kunnen verwoorden!

enola: We zien je kebab kopen, je tanden poetsen en in slaap
vallen in haute couture: het lijkt een sneer naar de diva-attitude
van 24 uur op 24 in designer gear rond te paraderen

Weet je wat? Een miljoen mensen zeggen duizenden verschillende
dingen hierover en ik denk dat wat de narratieve lijn achter de
beelden betreft er vele mogelijkheden zijn. Ik kan je persoonlijk
vertellen dat ik het blanco speelde, als een onbeschreven blad. Ik
vertrok en stapte op een bus, ik ging in mijn bed liggen, zong in
een café en liep over straat met zakjes in mijn handen. Dat ging er
door mijn hoofd. Anderen zeggen: je bent eenzaam of je spreekt over
het diva-fenomeen of over dit of dat … Voor mij zitten al die
spanningen erin vervat, maar het is aan jou om te beslissen hoe je
het wil interpreteren.

enola: In de clip van de nieuwe single, ‘Let Me Know’, zien we
dan weer hoe je een simpel restaurant in een discotheek omtovert.
Dit deed me denken aan een interview waarin je ooit zei dat het
bijna heilig is om iemand te zien dansen. Is de dansvloer jouw
heiligdom?

Oei, dat citaat klonk wat pretentieus. Ik ben heel intens als ik
uitga. Mijn vriend vraagt zich dan ook steevast af waarom ik me
niet gewoon kan amuseren; ik maak me steeds zorgen over wat de dj
draait enzo, weet je wel. Ik hou ervan om eens stevig uit te gaan,
de hele avond lang gewoon te dansen en daarna naar huis terug te
keren, maar dat is vaak niet mogelijk.

enola: Een hele generatie kent songs als ‘Sing It Back’, ‘The
Time Is Now’ en ‘Forever More’ als dé club anthems. Wat zijn jouw
eigen floorfillers?

Hoh … Even denken … (last een kort moment van intense bezinning
in)
‘No One Gets The Prize’ van Diana Ross of ehm … één van
mijn favoriete nummers ooit is van Jackie Moore en heet ‘This Time
Baby’. Dat krijgt me altijd in beweging, het is perfectie. Ik hou
ook van de Larry Levan mix van Gwen Guthrie’s ‘Seventh Heaven’ en …
van zoveel meer dingen nog die me nu even niet te binnen schieten.
Het zijn er héél veel. (Na een korte pauze) O, ‘Clouds’
van Chaka Khan!

enola: De klassiekers dus.
Yeah
, hoewel ik ook house kan appreciëren. Je weet wel:
proper lovely soulful house music! Met een beetje invloed
van gospel erin, daar hou ik enorm van.

“In disco moet een element van hedonisme aanwezig zijn”

enola: Op ‘Primitive’ zing je over onze dierlijke natuur. Om
hiernaar terug te keren zou men zich moeten ontdoen van alle
remmingen (“I wanna let you out of your cage and set you
free”
). Denk je dat de mens daar nog te vaak gebukt onder
gaat?

Hm, in sommige gevallen wel.

enola: Is jouw muziek de perfecte soundtrack om ons hiervan te
bevrijden?

In disco moet een element van hedonisme aanwezig zijn – in rock en
bij uitbreiding alle tastbare vormen van muziek ook trouwens. Ik
zou zelf echter niet te ver willen gaan in dit hedonisme; ik ben
niet het gezondste meisje op deze wereldbol, maar ik ben ook niet
het ergste geval: er is een balans. Ik hou van mijn werk, dat is
mijn redding.

enola: roisin5.jpgToch zei
je tijdens de promotie van ‘Statues’ dat je het gevoel had dat je
carrière zich te veel meester maakte van je privé-leven. Heb je
daar dan al een beter evenwicht voor gevonden?

Mijn lief is nu een artiest die ook zijn eigen baas is, dus daar
ontstaan parallelle levens die gelijkaardig zijn, maar toch
volledig van elkaar gescheiden. Dat levert veel stof voor gesprek
op, wat een zeer goede zaak is. Ik denk nog steeds dat ik het
merendeel van mijn tijd aan mijn werk aan het denken ben, maar ik
ben daar dan ook meer in geïnteresseerd dan in vakantieplannen,
uitstapjes of etentjes.

Live ben je één brok energie, maar naast het podium hou je
ervan om op het gemak wat in kunstboeken te snuisteren of lange
wandelingen te maken. Is dit ook een balans die je nodig
hebt?

Ik heb daarnaast ook niet zoveel energie meer. Als ik naar huis ga,
dan is het om thuis te zijn. Dat is mijn heiligdom. Thuis ben ik om
de hond uit te laten – (slaakt een zucht van vertedering)
god, wat hou ik van die hond – en daar is mijn lief en mijn boeken
en mijn muziek. Home is for chillin’!

“I’m a superbitch!”

enola: Op dit moment sta je volledig in de spotlights binnen de
muziekwereld. Hoe hou je je hoofd koel in dit
mediacircus?

Kom kom, er is geen mediacircus rond mij. Men weet juist dat dit
een goede plaat is en daar schrijven mensen over, niet over de
kleur van mijn ondergoed.

Maar dat is waarschijnlijk ook omdat je dat zelf niet zou
laten gebeuren …

Nee, toch niet. Ik denk niet dat iemand ooit kan voorspellen hoe
hij zou reageren wanneer hij met roem geconfronteerd wordt. En ik
heb geflirt met roem, maar ik ben nog niet beroemd geweest. Dus ik
heb er geen benul van, moest ik morgen plotseling beroemd zijn, hoe
ik me zou gedragen, hoe kennissen zich zouden gedragen rondom mij.
Dat zou weer een hele nieuwe dimensie zijn.

enola: En schrikt die je af of intrigeert die
je?

Oh, allebei! Het interesseert me wel, maar zoals je zegt: ik zou
toch ook wat angst voelen.

enola: In de Britse pers las ik dat je met deze plaat Kylie zou
kunnen out-Kylieën. Wil je je hiermee dan volledig in de
glamourwereld werpen?

Ik denk niet dat iemand Kylie kan out-Kylieën; Kylie is
als een prachtige kleine bloem. Iedereen houdt van haar en daar is
een zeer goede reden voor: ze is een zeer lieve persoon. Ik denk
niet dat ze dat faket, ik denk dat ze echt zo lief is. Dus ik zou
nooit een Kylie zijn want niemand denkt dat ik zo lief ben.

enola: Komaan, hoezo?
(smalend en op een geveinsd giftige toon) ’cause I’m a bitch! … I’m
a superbitch! … On stage, I’m a superbitch!

We hadden geen gevleugelder woorden kunnen dromen om ons
interview mee af te sluiten. In november zien wij elkander weer, al
zal het dan in plaats van bij een tête-a-tête tussen een massa uit
de bol gaande transpirerende lijven zijn.

‘Overpowered’ is nu verkrijgbaar en wordt verdeeld door EMI.
Beluister/koop de plaat hier.
Róisín Murphy is te zien in de Ancienne Belgique op 19 & 21
november.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × een =