Johnny Handsome




Zoals mijn grootmoeder vroeger wel eens zei toen ze met haar
derde fles jenever in de hand naar de volle maan lalde: “Dame
Fortuna, ge zijt een slet.” Niet veel mensen kunnen daar zo goed
over meepraten als Walter Hill. De man veerde van enorme hits
(’48 Hrs’) naar
immense flops (‘Streets of Fire’) en
weer terug. Hij maakte geweldige genrefilms (‘Southern Comfort’),
absolute rubbish (opnieuw, ‘Streets of Fire’) en dan nog
prenten van die meest frustrerende soort – de halve mislukking. De
teleurstelling waar je heel duidelijk een veel betere film doorheen
kunt zien schemeren. ‘Johnny Handsome’ behoort tot die categorie.
Op z’n beste momenten is dit een fascinerend drama rond de vraag
waardoor een mens bepaald wordt – door z’n daden, z’n intenties, of
door de manier waarop andere mensen naar hem kijken? Op z’n
slechtste momenten is het echter een doodordinaire B-film met een
banaal wraakverhaaltje. Het drama wint op punten van het
wraakverhaal, maar niet met veel voorsprong.

John Sedley (Mickey Rourke) is een kruimeldief die van bij zijn
geboorte zwaar misvormd door het leven moet gaan. Hij ziet eruit
als een verre neef van the elephant man en zijn stem
klinkt alsof zijn tong zich ergens ter hoogte van zijn neus bevindt
– zijn bijnaam is “Johnny Handsome”. Tijdens een overval wordt John
verraden door zijn handlangers, en hij belandt in de gevangenis.
Daar doet een plastisch chirurg (gespeeld door een jonge Forest
Whitaker) hem echter een voorstel dat zijn leven zal veranderen:
door middel van een reeks experimentele operaties beweert de dokter
zijn gezicht te kunnen herconstrueren. Johnny komt inderdaad als
een fysiek ander mens van de operatietafel gekropen, maar hij wil
wel nog steeds wraak nemen op de dirty bastards die hem
achter de tralies deden belanden (een olifant vergeet nu eenmaal
nooit iets).

Hoe pretentieus het ook klinkt, ‘Johnny Handsome’ draait voor
een groot deel rond het idee van een maakbare mens. Als je éénmaal
een crimineel bent, wil dat dan ook zeggen dat je dat voor altijd
zult blijven, of is het echt mogelijk om te veranderen? En stel dat
dan echt mogelijk is, waar hangt die verandering van af? Die twee
standpunten worden elk vertegenwoordigd door een ander personage:
enerzijds is er de optimistische plastische chirurg, die vol goede
hoop aan Johnny vertelt dat “plastische chirurgie al heeft geholpen
om recidivisme te vermijden” – door iemand een ander uiterlijk te
geven, verander je ook zijn innerlijk, gelooft hij. Aan de andere
kant van dat spectrum staat Morgan Freeman als rechercheur Drones,
een flik die al zijn halve carrière lang met Johnny’s criminele
uitstapjes te maken heeft. Hij gelooft geen seconde dat Johnny in
staat is tot verandering, of hij nu een nieuw gezicht heeft of
niet. Eens een lowlife, altijd een lowlife. (Het
is een eigenaardig detail dat deze twee personages, die je zou
kunnen vergelijken met het duiveltje en het engeltje op de
schouders van Johnny, allebei gespeeld worden door zwarte acteurs.
Da’s zo’n element dat heel goed puur toeval kan zijn, maar ook een
bewuste keuze, om een extra laag aan het scenario toe te
voegen.)

En dat is dus het interessante deel van de film, omdat het ook
een vraag is die regelmatig terugkeert in politieke debatten en
tooggesprekken: geloof je dat mensen zich kunnen beteren? Geloof je
dat als een mens een nieuwe kans krijgt, een gelegenheid om met een
schone lei – letterlijk een nieuw gezicht – opnieuw te beginnen,
hij die kans ook zal waarmaken? De wereld loopt vol met engerds die
trots verkondigen dat alle moordenaars opgehangen moeten worden en
alle pedofielen gecastreerd – een tweede kans? Waar is de tweede
kans van de slachtoffers misschien? Hé? Dàt discours. ‘Johnny
Handsome’ gebruikt de misvorming van het hoofdpersonage als symbool
voor die mogelijkheid tot verandering, en Hill scoort een aantal
erg sterke scènes in dat deel van het verhaal. De relatie tussen
hem en de dokter is meeslepend en geloofwaardig – het moment waarop
Johnny HHvoor het eerst zijn nieuwe gezicht te zien krijgt, is zo
overtuigend en minimalistisch gespeeld en in beeld gebracht, dat je
er gegarandeerd kippenvel van krijgt.

Maar dan daarna is het tijd voor het misdaadverhaal om weer op
gang te komen, en daar gaat ‘Johnny Handsome’ reddeloos ten onder.
De plot rond de double cross is voorspelbaar en belegen,
en de twee slechteriken van dienst (een diabolisch koppel gespeeld
door Lance “typecasting” Henriksen en Ellen “kijk hoe
fucking gigantisch mijn kapsel is” Barkin) zijn zulke
clichés dat zelfs Willy Vandersteen ze nooit in een stripverhaal
had durven stoppen. Krimson was minder stereotiep dan deze twee.
Een voorbeeld? Tijdens de overval aan het begin van de film schiet
Barkin één van de andere handlangers neer. Enkele seconden later
komt Johnny aangelopen, en hij vraagt waar zijn neergekogelde maat
is. Barkin richt haar pistool op Johnny en zegt: “Right
here!”,
vooraleer ze ook hem trakteert op blauwe bonen. Dat
soort van scènes kan werken, als ze maar met genoeg gevoel voor
humor worden gebracht, maar hier krijgt je de indruk dat Hill het
echt allemaal serieus meent. Moet ook wel, gezien het gewicht van
de rest van de film.

Dat misdaadverhaal komt nooit tot leven en weet de kijker nooit
te betrekken. In allerijl wordt Elizabeth McGovern er zelfs nog
bijgesleurd als ware liefde van de recent herbouwde Johnny, maar
haar rol is slecht uitgewerkt en veel te duidelijk een constructie
om de veranderingen binnenin Johnny te illustreren. Filmpersonages
zouden eigenlijk nooit ten dienste mogen staan van andere
filmpersonages. Ze moeten ten dienste staan van zichzelf, of op z’n
minst van de regisseur.

Wanneer ‘Johnny Handsome’ scoort, doet hij dat met flair. Er
zitten erg sterke scènes in, die een gevoelige touch
vertonen die je niet snel in Walter Hills machocinema zou
vermoeden. Mickey Rourke is overigens goed bezig in de titelrol,
door nergens te hengelen naar de sympathie van het publiek. Hij mag
dan wel misvormd zijn geweest, maar hij is gewoon een
onverbeterlijke onnozelaar door zich telkens weer in hetzelfde
criminele milieu te wagen. Rourke heeft er geen schrik van om ook
die kant dik in de verf te zetten, wat leidt tot een mooi
uitgebalanceerde, geloofwaardige vertolking. Misschien zelfs z’n
beste na ‘Angel
Heart’
en ‘Barfly’. Maar waarom moest daar zonodig een flauwe
intrige aan worden vastgeknoopt? Oké, het haar van Ellen Barkin
laat zich eindeloos bekijken als een staaltje abstracte kunst (er
is een hoogtewerker aan te pas gekomen, ik ben er zeker van!), maar
verder komt dat gepang-pang er echt niks bij doen. Alsof Hill het
zodanig gewend was om politiefilms te maken dat hij gewoon niet
anders meer kón, ook al had hij dan een verhaal dat over veel
interessantere dingen ging dan dat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − acht =