Seventeen Evergreen :: Life Embarrasses Me On Planet Earth

“Eerst blabla en dan boemboem!” Mieke Vogels’ bekende oneliner werd enkele jaren geleden op schamper gelach onthaald. Nochtans zei het bewuste zinnetje in de context precies wat er gezegd moest worden en is het ook op een hele rist andere situaties toepasbaar. Neem nu de lyrische perstekst bij deze Seventeen Evergreen-plaat: een hele hoop blabla, die de boemboem van de muziek op het eerste gehoor met luide trom overstemt.

Ze schrijven hun reviews liever zelf, sommige dames en heren van de platenfirma. Het klinkt zo en zo en zo, en dit en dat leiden tot dat, zodat u si en la, etc. Vaak is het een hele boterham en meestal is er nog iets van aan ook. Seventeen Evergreen klinkt inderdaad anders en Seventeen Evergreen klinkt inderdaad uitdrukkelijk niét als al die herkauwingen van herkauwingen die zo graag door ongeïnspireerde koeien in de grote groene wei van muziekland worden gedropt.

Ergens tussen Boards Of Canada en britpop in, en die combinatie op downers: zo klinkt deze band als we er ons in Britse boekjesstijl vanaf maken. We horen een traag, gezapig maar niet geruisloos geluid dat enkele keren de kans moet krijgen om door de attention span te priemen, maar dat daarna een prikkelende laag nieuwsgierigheid achterlaat. Onconventioneel of atypisch poppy willen klinken, je moet je eraan willen zetten. Dit duo levert met zijn debuut een geslaagde poging af.

“Music Is The Wine” is, helemaal vooraan, zowat de meest uptempo track van de plaat en staat om die reden maar half model voor wat komen moet. Een laidback zomergeluid van akoestische gitaren, spaarzame elektronica en een verfrissend koortje kabbelt een eind weg, maar is wel verrassend genoeg om ons bij onze lurven te grijpen. Het klinkt als een wereld die zijn deuren ontsluit, met Sufjan Stevens ergens wat verderop en zanger Caleb Pate die met zijn warme bromstem de ingangtickets controleert. “Have a nice day”, fluistert hij u in het oor.

Vaak komt Life Embarrasses Me niet verder dan het zwoele meanderen van een vederlicht instrumentarium en houdt Pate het zingen — noem het luidop mijmeren — al ergens halverwege voor bekeken. “Sazerac” verbeeldt zo bijvoorbeeld niet meer dan de film van een man die thuis de deur achter zich dichttrekt om op een onbestemde trein in slaap te vallen, en ergens op een zonniger plaats de eindhalte te bereiken. Ook in “Lunar One” liggen we ergens tussen het groen wat willekeurig natuurschoon gade te slaan. Een loom “ah-ah-ah”-koortje spuit een toef slagroom op de taart.

Op z’n best is Seventeen Evergreen, ondanks het gewaardeerde experiment, wanneer het de warme stem van Pate aan het woord laat. Naast “Music Is The Wine” behoort daarom ook single “Haven’t Been Yourself” tot het beste wat hier te rapen valt. Opnieuw voorzien die slome sound en een elektronische begeleiding de song van een zweverige sluier die amper te ontmantelen lijkt. Het rockgerichte “Sufferbus” klinkt dan weer als een verloren Baxter Dury-nummer, dat op het tweede deel van de plaat voor een welgemikte portie distortion zorgt.

Het mooie, instrumentale “Grays” en het wat langdradige “Ensoniq” behelzen de meer uitgesproken elektronische component van Seventeen Evergreen, een component die, zoals reeds gezegd, sterk bij het geluid van Boards Of Canada aanleunt, maar evengoed hiphopinvloeden verraadt. “Ensoniq” neigt sterk naar cLOUDDEAD, om maar één band te noemen, en het prefix “avant” komt, binnen het SE-geluid, voorzichtig om de hoek loeren.

Oklakoma zijn ze ontvlucht, een band is opgericht en nu is er een debuutalbum dat nergens minder dan aardig, interessant of hoogst belangwekkend klinkt. Caleb Pate en Nephi Evans presteerden het, en hey, dan mag daar al wel eens wat blabla aan vooraf gaan. Het is de boemboem die in orde moet zijn.

Seventeen Evergreen speelt op 18 september samen met Windmill in de AB.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − negen =