Running With Scissors





116 min. / USA /
2006

De disfunctionele gezinskomedie is een genre dat nog niet zo gek
lang bestaat, maar nu al last begint te krijgen van overbevolking.
In 1999 kwam er een officieus startschot met ‘American Beauty’, en
sindsdien vliegen de excentrieke families ons rond de oren.
Depressieve tennissers in ‘The Royal Tenenbaums’, schrijvers die in
scheiding liggen in ‘The Squid and the Whale’, vuilbekkende opa’s
en miniatuur-schoonheidsprinsesjes in ‘Little Miss Sunshine’. Elk
jaar krijgen we wel een familie met een hoek af over de vloer, met
als gevolg een oververzadiging van de markt die ervoor zorgt dat er
titels tussen de voegen glippen. Titels als ‘Running With
Scissors’, bijvoorbeeld. Nauwelijks tot in de bioscoop geraakt,
trekt dit regiedebuut van Ryan Murphy de lijn van zijn voorgangers
regelrecht door. Staan op het menu: zwaar gedrogeerde moeders,
14-jarige homoseksuele pubers met een identiteitscrisis en
psychiaters die goede voortekens zien in de vorm van hun
uitwerpselen. Nee, écht.

Het verhaal is gebaseerd op de autobiografische roman van
Augusten Burroughs – in zijn plaats had ik dat autobiografische
aspect nochtans volledig stil gehouden. Augustens moeder Deirdre
(Annette Bening) is een mislukte dichtster die wanhopig blijft
wachten op haar grote doorbraak, en in afwachting alvast
antidepressiva slikt als waren het M&M’s. Zijn vader Norman
(Alec Baldwin) zuipt als een Zwitser en zoekt na zijn scheiding van
Deirdre zijn heil bij zo jong mogelijke vrouwen. Wanneer Deirdre
een finale meltdown beleeft, trekt Augusten van armoe in
bij het gezin van haar psychiater, Dr. Finch (Brian Cox).
Surprise, surprise, bij die familie zijn ze collectief nog
gesjeesder dan bij Augusten thuis. Moeder Agnes (Jill Clayburgh)
zit heelder dagen apathisch op de bank, oudste dochter Hope
(Gwyneth Paltrow) verrekt van de seksuele frustratie en jongste
dochter Natalie (Evan Rachel Wood) kijkt lijdzaam toe hoe haar
vader zich dagelijks terugtrekt in wat hij zijn “masturbatorium”
noemt. Olé olé. Temidden van die collectie wacko’s moet
Augusten proberen om zijn leven op orde te krijgen.

Het gevaar met dit soort van (tragi)komedies, die tot de nok
gevuld zitten met excentrieke personages, is dat de uitzinnigheden
van je hoofdfiguren op den duur de film gaan overnemen. ‘American
Beauty’ was weinig minder dan een meesterwerk, omdat je in eerste
instantie mensen had die zeer reële, herkenbare problemen hadden en
zich daardoor vreemd gingen gedragen. Kevin Spacey geilde op de
vriendin van zijn dochter, maar dat was niet het punt van zijn
personage: het punt was de eenzaamheid en isolatie die hem zover
dreven. Meer en meer lijken filmmakers echter de neiging te krijgen
om excentriciteiten op te voeren als op zichzelf staand
verkoopsargument. Hoe gekker de personages, hoe beter je je film
kunt marketen. ‘Little Miss Sunshine’ was een goede film, maar was
er een inhoudelijke rechtvaardiging om van die opa zo’n viespeuk te
maken? Nope, maar een ranzige oude knar is nu eenmaal
gewoon grappig, punt uit (en grappig was hij, daar niet van). Er
wordt nauwelijks nog vertrokken vanuit een inhoudelijk idee –
tegenwoordig zijn er vaak eerst de grappige gedragsafwijkingen, en
daarna pas de plot waarin die moeten functioneren.

Gebaseerd op een boek of niet, gebaseerd op ware feiten of niet,
‘Running With Scissors’ lijdt aan hetzelfde probleem. Alle
personages zijn zo geschift dat de film onvermijdelijk een soort
freakshow wordt, die nooit minder dan onderhoudend is en
soms zelfs bijzonder grappig, maar die daardoor ook nooit een kans
heeft om zich een plekje in je hart te veroveren. Een emotionele
connectie wordt bijzonder moeilijk, omdat je niet naar reële mensen
zit te kijken die zich gek gaan gedragen door hun problemen. Nee,
je kijkt naar weirdo’s die zich vanaf het begin laten
definiëren door hun afwijkingen.

Waarmee nog niet gezegd is dat ‘Running With Scissors’ geen
enkel inhoudelijk punt te maken heeft. Tussen de regels door kun je
immers een commentaar opvangen op de Amerikaanse fascinatie met
psychiaters. Maar al te veel mensen leggen al hun hoop, én de
verantwoordelijkheid over hun eigen leven en problemen, in de
handen van een therapeut, van wie ze vervolgens instant-oplossingen
verwachten. Een goede psychiater helpt mensen om zelf hun problemen
op te lossen, maar het is veel makkelijker om medicatie voor te
schrijven. Dr. Finch is geen goede psychiater – op een bepaald
moment stelt hij Augusten een nieuw, experimenteel antidepressivum
voor: “We weten nog niet precies wat het doet, maar probeer het
maar eens.” En in één van de meest memorabele scènes biedt hij de
jongen zelfs een uitweg aan om niet naar school te hoeven: “Probeer
zelfmoord te plegen, maar zorg dat het mislukt.” Mensen zijn zó
wanhopig op zoek naar makkelijke oplossingen voor moeilijke
emotionele problemen dat charlatans vrij spel hebben. En zo eindig
je bij figuren als Dr. Finch, Dr. Phil of eender wie die Prozac
verkiest boven de realiteit. ‘Running With Scissors’ laat zich
bekijken als het verhaal van een uitgebreide familie die de
vernieling in geholpen wordt door psychiatrie op z’n meest
onverantwoord.

Dat is dus zeker een thema dat het waard is om te verkennen in
een film, maar de mallotigheid van de personages staat een echte
connectie toch in de weg. Het is leuk om naar te kijken, er zitten
interessante ideeën in, maar je kunt er niet echt iets voor voelen,
omdat je nooit in de personages gelooft als mensen – hooguit zijn
ze bundelingen van hun verscheidene tics.

Die tics leiden hoe dan ook wel tot geestige situaties en
heerlijke one-liners. Een scène waarin Augusten en Natalie een
plafond afbreken, een confrontatie tussen Deirdre en haar ex aan
het einde van de film en een gedicht met de veelbelovende titel
The angry nun, leveren fantastische komische momenten op.
De vertolkingen zijn er dan ook naar: Brian Cox is heerlijk
onderkoeld als Dr Finch, Annette Bening gaat niét over de top als
Deirdre (iets wat ze in ‘American Beauty’ soms wél deed) en
nieuwkomer Joseph Cross zorgt voor een stevig anker als Augusten.
Hij is het die uiteindelijk de film moet dragen en voor de rode
draad moet zorgen tussen alle waanzin, en hoewel zijn rol minder
flashy is als die van sommige tegenspelers, weet hij toch
indruk te maken. Alleen de bijrol van Gwyneth Paltrow is
teleurstellend: ze heeft weinig te doen en doet dat niet met
specifiek veel panache.

‘Running With Scissors’ werkt wel als entertainment: het is
grappig, goed gespeeld, het gaat goed vooruit en inhoudelijk zit er
wel degelijk iets in. Maar echte substantie hoef je hier niet te
zoeken – daarvoor etaleren de makers de excentriciteiten van hun
personages te veel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in