La Naissance Des Pieuvres (Water Lilies)




Regie en scenario : Céline
Sciamma
Met : Pauline Acquart, Louise
Blachère, Adele Haenel, Warren Jacquin
85
min/ FR/ 2007

Iets voor het eerst doen of meemaken, heeft altijd iets magisch.
De eerste stuntelige liefdesverklaring, de eerste keer voor een
grote groep spreken, de eerste keer in een vliegtuig, de eerste
keer pannenkoeken tegen het plafond gooien, de eerste keer jezelf
bewusteloos drinken, de eerste keer een seksshop binnenlopen…
Sommige eerste keren overvallen je, gaan vrijwel ongemerkt of
onverwacht voorbij. Naar andere kijk je dagen, weken, jaren uit.
Die ‘keren’ gaan altijd gepaard met hoge verwachtingen, je maag
springt spontaan in een dubbele zeemansknoop als je er nog maar aan
denkt en wanneer de ervaring eindelijk achter de rug is, neemt soms
een mooie herinnering (de eerste keer aan zee) plaats in je
geheugen, soms een nooit meer af te schudden trauma (de eerste
slow). Teleurstelling is bijna inherent aanwezig bij zoveel
verwachtingen, maar het grote voordeel is dat je het vaak later nog
eens opnieuw kan proberen. En opnieuw. En dat geldt ook voor het
debuut van Céline Sciamma. Eerste keren zorgen nu eenmaal voor
vergevingsgezindheid: het zit nog niet helemaal juist, maar de
geruststelling en de hoop is er, dat het de tweede keer
ongetwijfeld veel beter zal gaan.

De flitsende vuurdoop die de jonge cineaste maakte, doet haar
alleszins niemand na. Ze vloog op een raket de filmwereld binnen.
Als een zomerhit die meteen naar nummer één stijgt, uit het niets
en zonder omwegen. ‘La Naissance des Pieuvres’ is Sciamma’s
afstudeerproject voor de Franse filmschool La Fémis. Ze vond meteen
een enthousiaste producent bereid, die er op de koop toe van
overtuigd was dat ze haar scenario het beste zelf kon regisseren.
En de film werd prompt geselecteerd op het Festival van Cannes voor
de ‘Un certain regard’ -sectie. Niet slecht voor een eerste
keer.

Een debuutfilm die over ‘dé eerste keer’ gaat, het kan bijna
niet toepasselijker. Maar Sciamma behandelt het taboeonderwerp niet
als een nostalgische, sentimentele reflectie over de ontdekking van
de liefde. Ze wijkt ver af van de kassucces-veilige traditie en
toont eerder op een confronterende wijze de ondoorgrondelijke
bochten waarin bitsige tienermeisjes zich tactloos wringen om hun
zin te krijgen en de vreemde kronkels die achter hun stilzwijgende
pruilmonden schuilgaan. De Engelse titel ‘Water Lilies’ belooft
braafjes stille waters met diepe gronden, maar de originele titel
legt na wat reflectie in één keer alle lagen van de film bloot:
‘pieuvres’ zijn octopussen, hier letterlijk refererend aan de
setting van de film, het zwembad. Het is de benaming binnen het
synchroonzwemmen voor de peddelende benen die je onder water ziet.
Aan de oppervlakte proberen de meisjes met de grootste glimlach hun
hoofd boven water te houden, terwijl niemand ziet wat er onder
water borrelt. Daar groeit het monster der verlangen en wordt er
gehunkerd om geliefd en bemind te worden. Waterlelies met
openbloeiende octopussy’s dus, om het even cru te stellen.

Wist je trouwens dat een octopus drie harten heeft (leve
national geographic!)? Net genoeg voor de drie personages
uit het verhaal. En met drie bedoel ik ook echt drie, Marie, Anne
en Floriane en niemand komt ook maar in de buurt van een
noemenswaardige bijrol. Marie ziet er nog als een meisje uit (ze is
klein en kan nog geen A-cupje vullen), maar zo voelt ze zich niet
meer. Wanneer ze uit verveling toevallig een demonstratie bijwoont
van een groepje synchroonzwemsters, krijgt ze een crush op
de kapitein van het team, de vroegrijpe neus-in-de-lucht Floriane.
Met tien jongens aan elke vinger, is Floriane niet echt populair
bij de meisjes en dat speelt in Marie’s voordeel. Ze wordt haar
vertrouwelinge en hun ‘omgang’ zet haar vriendschap met de mollige
Anne flink onder druk. Anne is zelfbewust en geobsedeerd door de
zwembink François, maar die heeft alleen oog voor Floriane. Een
driehoeksverhouding ontspint zich tussen de drie meisjes met
dezelfde blinde zucht naar vrouw-zijn en de allesoverheersende,
verlammende onzekerheid die hieraan voorafgaat.

Céline Sciamma is in één opzet met grote onderscheiding
geslaagd: de wereld van de drie meisjes afbakenen, tot we enkel nog
de realiteit beleven zoals zij die zien. De beperkte wereld van de
drie – het zwembad en de nabije omgeving – wordt onder de loep
genomen en zonder gêne blootgelegd (Anne komt bijvoorbeeld frontaal
naakt in beeld). Je kan de badpakken haast tegen de gespierde
lijven voelen kleven, de chloor in je neusgaten ruiken, de wratten
aan de sierlijke voeten voelen opstoten. In hun wereld is geen
plaats voor volwassenen, die dan ook helemaal niet in beeld komen.
Ouders en volwassenen vormen op die leeftijd toch gewoon een
obstakel voor hun verlangens en geluk. Hun wereld is beperkt tot
henzelf. Hun gevoelens zijn driemaal uitvergroot en hun universum
wordt tienmaal kleiner – geen wonder dat het dan al eens te krap
wordt. Die ‘massadichtheid’ geeft Sciamma prachtig weer. Waar zijn
ze mee bezig? Met hun lichaam, met zichzelf en met hun
leeftijdsgenoten van het andere (of hetzelfde) geslacht. In de
leegte van de zomerse verveling zoekt Marie een opvulling en dat is
Floriane en nee, daar kan niets of niemand meer bij.

Naast de volwassenen, worden ook van de jongens enkel de
contouren afgetekend. François vormt het lustobject van twee
meisjes, maar voor de rest worden de Y-chromosoomdragers nogal
beestachtig en oppervlakkig voorgesteld in een scène waarin ze
ronddansen met hun zwembroeken op hun hoofd. Já, dit is een
vrouwenfilm. Maar dat betekent niet dat een jongedame (zoals ik)
het vreemde gedrag van de meisjes veel beter zal begrijpen dan een
jongen. De stemming is in dat opzicht vergelijkbaar met ‘The Virgin
Suicides’ – de kijker (M/V) kan niet altijd volgen waarom de
meisjesdoen wat ze doen. Het onvoorspelbare en zwaarmoedige gedrag
van het trio (waarom is er zo weinig plaats voor zorgeloos
gegibber?) maakt dat identificatie met de personages veel gevraagd
is. En daar frunnikt het dus nog een beetje aan plotontwikkeling en
personageopbouw. De jongedames acteren verbijsterend sterk en
naturel, maar er is altijd een zekere afstandelijkheid, het blijft
het ‘observeren van een visbokaal’ en je krijgt nergens echt
contact (of een ‘klik’) met hen, waardoor de verwachte
verpletterende impact op de kijker uitblijft.

Sciamma heeft frisse ideeën en is een kiemend talent: de beelden
glanzen als blitse zwempakken, ze weet de actrices (met de juiste
leeftijd) perfect de goede richting in te sturen en de muziek duwt
alles tot een heerlijke bedwelming, maar toch lopen de grappige
situaties en mooie dialogen zoals ‘de plafondscène’ wat verloren in
een verhaal dat maar weinig vrolijkheid of diepzinnigheid toelaat.
Al bij al eentje om van te genieten en rustig te laten
bezinken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × drie =