Sheeduz :: A Frozen Moment

2007

Kom dat tegen: drie Audreys die naast een voornaam ook nog dezelfde
smaak in muziek delen (in your face, K3) lopen elkaar
tegen het lijf. Onder het mom van Sheeduz kunnen ze hun artistieke
lusten botvieren en afwisselend in harde en zachte versnelling een
ode brengen aan een voornamelijk uit vrouwelijke namen bestaand
inspiratielijstje. Onder het goedkeurend oog van Freddy Martineau,
die onder meer Feist al in de studio mocht assisteren, namen ze in
2004 de demo ‘The Barefoot Fairies’ op en na een groeiproces op de
bühne leveren ze nu met ‘A Frozen Moment’ hun eerste langspeler
af.

Laat u niet misleiden door de etherisch klinkende titels van deze
twee werkstukjes: in plaats van broze nimfjes die hun dagboek de
toonladder opjagen hebben we namelijk te maken met drie vrouwen die
gerust de beide vuisten durven ballen. De aftrap die ‘Alone’
genoemd werd, is nog een uiting van verlangen naar een significant
other die het midden houdt tussen Tori Amos en PJ Harvey, maar toch
verbaast dankzij de kopersectie middenin. In het daarop volgende
‘Fair Fight’ gaat het er al wat harder aan toe en laat Audrey
Favier langzaamaan de banshee in zich opborrelen. Na het horen van
het obsessioneel uitgeschreeuwde “I’m coming back to you”
zouden we twee keer nadenken alvorens we haar op een date
meevragen, maar als muziekliefhebber weet ze ons wel meteen te
bekoren.

‘Sick Boy’ rakelt dit gestoorde liefje nog eens op, zij het in een
nog hogere fase van psychose, waarin ze haar slachtoffer zo graag
begint te zien dat ze gerust enkele van zijn ledematen zou kunnen
breken – en zo dook Kathy Bates meteen op in onze gedachten.
Muzikaal valt dit ruigste nummer op ‘A Frozen Moment’ ergens tussen
My Flea
Circus
en Made Out Of Babies te
situeren. Als leitmotiv horen we doorheen het album op
verschillende momenten soortgelijke verwijzingen naar riot grrrls
opduiken. De meeste verbanden legden we met Queen Adreena, niet
toevallig één van de favoriete groepen van dit trio. ‘Run’,
gedreven door pianospel dat ons naar de hoogdagen van Kate Bush
terugdrijft, doet denken aan de verdraaide sprookjes die KatieJane Garside
voor ‘Taxidermy’ schreef; in ‘Nothing Good’ horen we dan weer die
snuif stoner die ook op ‘The Butcher And The Butterfly’ present
was. Anders dan de genoemde links schakelt Favier slechts
sporadisch over naar screamo-modus, hoewel de dreiging meermaals
opgevoerd wordt tot net voor de explosie. In ‘Lost’ wekte het
gebrek aan een oerkreet bijvoorbeeld meermaals onze verbazing op,
een ingetogenheid die natuurlijk best een spannend effect
teweegbrengt.

Tussen al deze duisternis in worden ter afwisseling enkele
uitstapjes georganiseerd. Op ‘Welcome To The Mine’ lijkt het alsof
Tori Amos even naar de Weimarrepubliek teruggereisd is, wat meteen
ook de aanwezigheid van Dresden Dolls in de
bronnenlijst verklaart. ‘The Queen’s Prayer II’ borduurt hierop
voort, maar duikt dankzij een toegevoegde portie koper eerder de
nachtclub dan het cabaret in. Hoewel dergelijke experimentjes wel
eens falikant durven af te lopen, merken we in de tracklist weinig
dipjes op. Zelfs de akoestische ballad ‘Lullaby’ vermijdt, ondanks
de eenvoudige opbouw, de verveling. Enkel het midtempo ‘The End Of
Us’ komt maar niet echt dreef: een vullertje dus, maar nu ook weer
niet de draak die we als een ware inzinking zouden
beschouwen.

De plaat mist door de vele knipogen naar de grote namen van zowel
de main stages als het undergroundcircuit enige originaliteit, ook
op het vlak van de teksten (in een passage als “Cinderella lost
her charms, someone cut her wings and now she is dying”
kunnen
we wel enkele clichés uit het genre onderlijnen), maar is
desondanks wel een mooie bloemlezing van de vrouw in alternatieve
rock die toch niet zomaar als klakkeloos kopieerwerk aandoet.

http://www.myspace.com/sheeduzlegroupe

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vier =