Steamer Cry Wolf :: A Common Story

Arsonist, 2007

In het grote dierenbos van alternatieve bands worden veel
onzichtbare grenzen gerespecteerd en dat is maar goed ook. Zo zou
Steamer Cry Wolf in het met lover bedekte stuk woud van Jesse Sykes voor
behoorlijk wat nervositeit zorgen. Dit Gents/Aalsters collectief
huilt namelijk niet vol wanhoop naar de maan, maar gromt en
ontbloot de tanden jegens alles wat hun straal van nijdige decibels
betreedt. In tegenstelling tot de zinkende americana-schone opteert
Steamer Cry Wolf ook niet voor dandyesk gedweep met het
einzelgängerschap, maar kiest de band ervoor om de luisteraar als
een geoliede roedel te omcirkelen en te achtervolgen tot de
uitputting nabij is. ‘A Common Story’ is het volwaardige debuut van
de band en wie de trip achteloos en vol zelfvertrouwen aanvat, zal
gauw op zijn of haar stappen moeten terugkeren. In het zweterige,
koortserige bos van Steamer Cry Wolf wordt de jager namelijk al
snel de prooi.

In verschillende bezettingen volgt Steamer Cry Wolf al jaren een
bloedspoor door het woeste landschap van de underground, waar de
bulldozers van de commercialiteit nog niet voor geëffende paden
gezorgd hebben. De band is kind aan huis bij het
Rarefish-collectief: een organisatie die het opneemt voor onbekend
talent en undergroundartiesten de kans geeft om zich te ontplooien.
Na de opname van verscheidene cd(-r)’s is de band nu tot volle
wasdom gekomen en de Oost-Vlamingen pakken op ‘A Common Story’ uit
met kervende noiserock die heerlijk snijdt en schuurt, maar
tegelijkertijd de nodige melodieuze pleisters niet uit het oog
verliest.

De opener ‘And Today’ maakt onmiddellijk veel duidelijk over de
sound die Steamer Cry Wolf zich aanmeet: gitaren graven diep in de
mijnschachten van Sonic Youth en hoewel
de kanarie al lang verloren is door het gas, blijven de
noisestructuren verder hameren. “I took my chances”,
klinkt het met de urgentie van Steve Albini op speed, terwijl de
noise deze sleper naar een emotionele climax stuwt die op ‘Dirty’
of ‘Goo’ niet zou misstaan hebben. ‘Tinnitus’ gaat dan weer van
start als een compactere rocksong met de drive van Bloc Party, maar de
compositie wordt geleidelijk in de verdediging gedrukt door een
noisejam waarna Thurston Moore een decennium geleden z’n gitaar
kapot zou geramd hebben. Net zoals Dave Fridmann (deel van het
meubilair van Flaming Lips en
Mercury Rev)
de sound van Sleater-Kinney op
‘The Woods’ naar een distortionfestijn met poppy passages sleurde,
laat Karel De Backer zich hier ook gelden als producer. De songs
sprankelen wanneer nodig, maar laten even goed venijnige
gitaarvirussen door de kamer wervelen waartegen geen vaccin bestand
is.

Steamer Cry Wolf teert echter niet alleen op noise-ejaculaties, de
band draait z’n hand ook niet om voor loepzuivere popsongs waar de
gitaren een paar stevige salvo’s op afsturen. Zo neigt ‘After All
This Waiting’ naar het vroegere werk van Confuse The Cat en
roepen ‘The Hills’ en de prachtige afsluiter ‘Bombshow’ echo’s op
van The Sheila Divine. Deze variatie maakt van ‘A Common Story’ een
uitgebalanceerd geheel dat de teugels van de spanning nergens laat
vieren.

Na In-Kata
bewijst Steamer Cry Wolf dat de Belgische gitaarunderground
scheurt, sprankelt en knalt. Het zijn bands die in een
rechtvaardige wereld hoge ogen zouden gooien in De Afrekening, maar
voorlopig sluiten enkel de fijnproevers van het betere snaren- en
drumwerk zich bij de roedel aan. Zorg dat u erbij bent!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − drie =