Ratatouille





e.a.
110 min. / VS /
2007

Vanaf nu te koop op dvd

Was de wereld maar een beetje meer Pixar. Rivaliserend speelgoed
dat avonturen beleeft in de buitenwijken, insecten die ‘The Seven Samurai’
naspelen in de achtertuin, monstertjes die ons bezorgd in de gaten
houden vanuit de kleerkast, en haaien die ons leren dat vissen
vrienden zijn, geen voedsel. De wereld zou geen stoere, eenzame
heroes verbergen, maar superhelden met een buikje en een
midlife-crisis die nauwelijk hun gezin samen kunnen houden. En
bestaat er iets cooler dan een blitse racewagen met een eigen
willetje en de stem van Owen Wilson? I think not!

Boek me een reisje op een zalmroze pixelwolk richting planeet
Pixar en ik zal hier nog sneller verleden tijd zijn dan de
postmoderne knipogen van de neverending ‘Shrek’. Zeker nu ze daar
Remy hebben rondtrippelen. Een blauw ratje dat meer kooktalent in
z’n snorharen heeft zitten dan Piet Huysentruyt, Jamie Oliver en
Martha Stewart samen. ‘Ratatouille’, de elvendertigste bevestiging
dat Pixar heer en meester is van het genre, is een
instant-animatieklassieker die het publiek zal doen watertanden van
culinair genot terwijl ze wegdromen bij een betoverende ode aan het
feërieke Parijs van de kleine rat met het grote hart voor la
cuisine.

Remy (Patton Oswalt) is geen gewone rat : hij heeft
chef-kok-aspiraties en is dan ook dol op culinaire hoogstandjes.
Terwijl z’n broer Emile, z’n vader (Brian Dennehy) en de rest van
de rattenclan hun maaltijd zoeken tussen de vuilnisresten, droomt
Remy weg van overheerlijke gerechten. Wanneer een zoektochtje naar
saffraan in de keuken van een oud besje verkeerd afloopt, raakt hij
gescheiden van zijn familie en komt hij terecht in het paradijs
voor de cuisiniers, Parijs. Hij vlucht er naar het
restaurant van z’n overleden idool, chef Anton Gusteau (Brad Garret
met een smakelijk accent), die hem trouwens bijstaat als
gefantaseerde beschermengel. Daar maakt hij kennis met de
slungelige Linguini (Lou Romano), een vuilnisjongen die stiekem
probeert te koken. Wanneer Remy achter de rug van het personeel een
delicieus soepje klaarmaakt, denkt iedereen dat Linguini
verantwoordelijk is. Het ongewone duo slaan de handen en poten in
elkaar om samen de beste chef-kok van Frankrijk te worden. Maar dat
is buiten de achterdochtige chef Skinner (een grappige Ian Holm)
gerekend, die koste wat het kost Linguini’s kookgeheim zal
achterhalen.

There’s a rat in me kitchen, what am I gonna do? Je
gaat dat beestje koesteren, dat ga je doen. Misbegrepen ongedierte
in de keuken, een Parijse setting die het hart anderhalve slag laat
overslaan en evenveel aandacht voor het visuele festijn als voor de
narratieve invulling. Chef-kok Brad Bird mengt de ingrediënten als
een onnavolgbare artiste de luxe en laat het publiek
aanschuiven voor een niet te versmaden gastronomische schotel. Geen
toevlucht tot een celebrity-stemmencast die de personages
overheersen, geen nadrukkelijke doelgroepsegmentatie (hoe vaak kom
je een animatiefilm tegen met een titel die de spruiten niet kunnen
uitspreken?), maar gewoon ouderwetse storytelling,
ondersteund door een schitterende visuele vormgeving (die
gerechten! dat in romantische lichtjes badende Parijs!). Pixar is
al jaren een vaste waarde, en met Brad Bird hebben ze duidelijk een
wonderboy in huis gehaald, die de lat steeds hoger lijkt
te leggen. Hoewel het wel gezegd moet worden dat het
oorspronkelijke idee van ‘Ratatouille’ afkomstig is van Jan
Pinkava, regisseur van het Oscarwinnende Pixar-kortfilmpje ‘Geri’s
Game’. Oorspronkelijk ging hij ‘Ratatouille’ regisseren, maar na
het succes van ‘The
Incredibles’
besloot Pixar toch om goudhaantje Bird in te
schakelen. Begrijpelijk, veronderstel ik, hoewel Pinkava wat al te
nadrukkelijk wordt doodgezwegen door Disney.

Hoe dan ook, ‘Ratatouille’ is voortreffelijk kijkvoer geworden
om verschillende redenen. In tegenstelling tot de
animatie-concurrentie wordt er effectief een verhaal op poten gezet
(dat ergens wel een Pixareske update lijkt te zijn van Cyrano de
Bergerac), in plaats van enkel een losse aanleiding te creëren om
moppen, schattige personages en aantrekkelijke visuals op
de kijker los te laten. Daar is op zich niks verkeerd mee, maar
Pixar weigert om zich te beperken tot louter een ‘grappige
animatiefilm’. ‘Ratatouille’ is méér dan dat. Eerlijk gezegd is de
film zelfs niet hilarisch grappig, maar eerder charmant grappig.
Remy die Linguini manipuleert als een marionet door onder diens
koksmuts aan zijn haren te trekken levert schitterende slapstick op
waar Charlie Chaplin nog trots op zou geweest zijn, maar voor de
rest moet ‘Ratatouille’ het van rijkere elementen hebben. Het
romantisch evocatieve sfeertje bijvoorbeeld, of het niet compleet
verrassende maar altijd intelligente verhaaltje, dat nét iets meer
diepgang en hart meekrijgt dan we gewend zijn (wedden dat je echt
gaat inzitten met Remy’s levensdilemma). Maar de grootste troef is
de manier waarop de passie voor voedsel zo magisch in beeld wordt
gebracht. De scène waar Remy zijn broer leert proeven en genieten
van eten is ongetwijfeld één van de mooiste momenten van
‘Ratatouille’. Net zoals Remy’s eerste kookkunsten boven een pot
soep. Of de aandoenlijke wisselwerking tussen Colette (een leuke
Janeane Garofalo als Française met een farse smoel) en Linguini. En
zo zou je eigenlijk de complete film kunnen uiteenrafelen als
stukjes magie in beweging.

Visueel kijkt de film al even lekker weg, zeker wanneer de
hachelijke avonturen vanuit Remy’s standpunt worden getoond. Zie
hem wegvluchten tussen openslaande deuren, vuurspuwende fornuizen
en pruttelende potten en pannen – het is adembenend en op het
geschifte af gedetailleerd geanimeerd. De personages krijgen, net
zoals bij ‘The
Incredibles’
, een aangename cartoony look (chef
Skinner is met z’n dwaze kop en kleine gestalte een goudmijn voor
visuele humor), die volledig bij hun gedragingen en karaktertrekken
past. Mijn favoriet was Anto Ego (geweldig ingesproken door
filmlegende Peter O’ Toole), een arrogante kookcriticus die met een
expressionistisch lijkbiddersgezicht door de kleurrijke omgeving
wandelt. Hij lijkt wel weggelopen uit ‘Tim Burton’s Corpse
Bride’
. Een gevoel dat enkel maar versterkt wordt als je z’n
kantoor, volledig in de vorm van een doodskist, te zien krijgt.

Eigenlijk bestaan er niet genoeg goedkope metaforen of flauwe
woordspelingen om het lichtjes fantastische ‘Ratatouille’ aan te
prijzen. Dit is een tijdloze familiefilm (zucht, ik kijk al uit
naar mijn zoveelste visie over twintig jaar) die zowel werkt voor
volwassenen als voor jonge kijkers. Animatie om duimen en vingers
bij af te likken, een fris verhaaltje dat moeiteloos de clichés en
moraalpreken van het genre overstijgt en de magic touch
van Brad Bird om het net dat beetje extra te geven. Snel naar de
bioscoop en achteraf gezellig tafelen met een een vlot naar binnen
glijdend flesje wijn. C’est délicieux.

NB : Naar goede gewoonte krijgt de kijker als opwarmertje een
Pixar-kortfilm met hoog gniffelgehalte te zien. Deze keer gaat het
over een beginnend UFO-pilootje die z’n vliegexamen moet afnemen.
Een perfect voorgerechtje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =