Avril Lavigne :: The Best Damn Thing

RCA, 2007

Toen een nog piepjonge Avril Lavigne uit het niets een
supersterretje werd dankzij de grijsgedraaide radiohit
‘Complicated’ kon het nog alle kanten met haar uitgaan. Hoewel
debuutplaat ‘Let Go’ hoogstens tot het niveau van guilty pleasure
opgetild kan worden, kon er toch gewag worden gemaakt van meer
potentieel. Tussen haar vuilbruine sluike lokken door zette het
onderdeurtje een grote mond op waarmee ze haar collega’s, wiens
imposante décolletés belangrijker waren dan indrukwekkende
songstructuren, neersabelde en verkondigde dat ze geen speeltje van
platenbonzen wilde zijn maar eerder met de gitaar bij de hand zelf
achter de schrijftafel wilde kruipen. En inderdaad, hoewel Lavigne
nog een lange weg te gaan had, was ze met ‘Under My Skin’ – door de
Amerikaanse tienermassa uitgeroepen tot een ‘duisterder’ opvolger;
het juiste woord dat ze zochten was natuurlijk ‘matuurder’ – toch
duidelijk al het juiste pad ingeslagen.

Een voorlopig vruchteloze zoektocht om haar naam ook op filmposters
te laten schitteren en een hopelijk iets beter geslaagde
trouwpartij later keert de Canadese anderhalve meter nu terug naar
de hitparades. Singlekeuze ‘Girlfriend’ is daarbij onvoorspelbaar
te noemen, hoewel wij “onvoorstelbaar teleurstellend” een betere
woordkeuze vinden. Stompzinnige lyrics, een choreografie waarvan
enkel de line-dancing liga van Erps-Kwerps onder de indruk zou zijn
en een nieuwe look met peroxideblonde lokken: Avril heeft zichzelf
officieel heruitgevonden als veertienjarig leeghoofd. Om de
gemoederen te bedaren werd deze losse flodder tot pastiche
uitgeroepen, maar nu is er het full album om deze stelling tegen te
spreken. Het overaanbod aan krampachtige poses in netkousen en
roostinten in het begeleidende boekje was al een eerste indicatie,
voor een verder toonbeeld van ondraaglijke lichtheid moet een mens
slechts één keer het schijfje door de boxen laten schallen.

Gemakshalve valt de tracklist voor ‘The Best Damn Thing’ op te
splitsen in drie categorieën, die vanzelfsprekend netjes
afwisselend verdeeld zijn over de gehele speelduur. De plaat wordt
natuurlijk geopend door de lead single, die verder gevolgd wordt
door enkele gelijkaardige afkookseltjes van de bubblegum pop-brij.
De meest schaamteloze kopie is de titeltrack, met meer ritmisch
handgeklap, pijnlijke lyrics (“I hate it when a guy doesn’t
understand why a certain time of month I don’t want to hold his
hand”)
en hey hey hey‘s de nog waterachtiger sequel
op ‘Girlfriend’. Het is dan ook enkel ‘Hot’ dat in de aangekondigde
opzet slaagt om een knipoog naar de overdadig gesuikerde retropop
te werpen en zo nog het voordeel van de twijfel gegund wordt.

Mede onder invloed van halve trouwboek Derek Whibley (mijn excuses
dat ik deze oude wonde nog even moet openrijten: u kent hem ook van
de aanval op de smaak die Sum 41 heet) is ook een rijkelijke portie
pretpunk voorzien. Een sowieso wat pijnlijk genre dat op ‘I Don’t
Have To Try’ een nieuw dieptepunt bereikt: een draak die, ingeleid
door een Peaches-achtige rap (“I’m the one, I’m the one who
knows the dance / I’m the one, I’m the one who’s got the prance /
I’m the one, I’m the one who wears the pants”)
,door een
levenloze riff voortgestuwd wordt naar de ultieme blamage: Lavigne
die het nodig vindt om in een aanzwellende gitaarzee de screamo uit
te hangen en zo enkele losse flodders uitkrijst. De portie
tienerfilosofie ‘Everything Back But You’ is in dit rijtje het
enige exemplaar dat ons op een zwak moment nog tot enig
vingergetokkel zou kunnen verleiden, maar over de gehele lijn
hadden we toch gehoopt dat Lavigne geleerd zou hebben om na het
misbaksel ‘Sk8ter Boy’ dit genre met rust te laten.

Drie keer raden onder welke noemer de derde klasse songs te
sorteren valt: de ballad natuurlijk. Een proto-Billboardplaat heeft
nu eenmaal behoefte aan die meeslepende rustpunten om de eerste
prille liefde bij op te hemelen of net te leren vergeten. Met ‘When
You’re Gone’ trakteert Avril ons alvast op de ‘Because Of You’ van
2007, die als tweede single de zomer van wat goedkoop sentiment
moet voorzien; ‘Keep Holding On’ zorgt dan weer voor die typisch
filmische eindnoot van de plaat (de song werd vorig jaar dan ook al
gebruikt voor Eragon). Toch ontvingen
we binnen deze context de meer ingetogen momenten met open armen.
Niet alleen omdat ze de eenzijdigheid even doorbreken, maar ook
omdat ze als enige exemplaren blijk geven van oprechtheid in
Lavigne’s muziek. ‘Innocence’ is daarom het lichtpunt van de plaat
te noemen: in se een weinig ophefbarende en behoorlijk melige slow,
maar wel de best gezongen track op de plaat (elders worden we op
enkele uitschuivers getrakteerd) en een veel geloofwaardiger
portret van Lavigne anno 2007: een jonge vrouw die de
tienerrebellie ontgroeid is en na een snelle start van haar
carrière nu in een rustiger leven het geluk gevonden heeft. Voor
dat karige handvol charmante popdeuntjes krijgt Avril nog een kus
van de reviewer, maar haar derde langspeler komt toch terecht op
het allerlaatste schap van de audiotheek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 3 =