Fennesz/Sakamoto :: Cendre

Na de Sala Santa Cecilia-ouverture zetten Christian Fennesz en Ryuichi Sakamoto hun samenwerking verder met een full-cd die erg verschilt van het voorgaande werk. Als vervolg op het ruisduet van vorige keer, is op Cendre de stilte aan zet: de minimalistische combinatie van piano en spaarzame laptopmanipulatie is het geluid van een rokend hoopje as, van wat rest na de brand.

Was Sala Santa Cecilia een samenspel tussen twee mannen achter een laptop, dan kiezen Fennesz en Sakamoto op Cendre voor meer gedefinieerde rollen. De Oostenrijker hield zich bezig met laptop en gitaar, terwijl de Japanse componist zich concentreerde op piano en er occasioneel ook wat laptop bij nam. De samenwerking vond vooral plaats via de post: Fennesz zond een track elektronica of gitaar, Sakamoto antwoordde met een pianostuk. Of omgekeerd: Sakamoto begon met een pianocompositie, waar Fennesz dan op reageerde. Af en toe kwam het duo samen voor een liveshow, terwijl er via het internet werd overlegd en ideeën uitgewisseld werden tot de finale mix af was.

Door die modus operandi ligt het evenwicht tussen de twee muzikanten op Cendre heel wat meer in het midden dan op de mini, waarop toch vooral de overbekende Fennesz-ruis het hoge woord voerde. De tweede samenwerking tussen Fennesz en Sakamoto brengt wat je kan verwachten: uitgebeende, minimalistische pianostukken zoals Sakamoto die ook leverde voor films als Merry Christmas Mr. Lawrence, waarbij Fennesz de ruimte tussen de noten vult met subtiele geluidsmanipulaties. Zoals David Lynch de stilte in zijn films geladen maakt door haar onderbewust vol geluidjes te steken, zo krijgt ook de pianomuziek op deze manier veel meer spanning.

Voor het eerst klinkt Fennesz ook niet zo vol als op zijn eigen platen. Waar op parels als Endless Summer en Venice elk hoekje volgeplamuurd zit met clicks-‘n-cuts, nemen ze hier maar af en toe het voorplan. De dans wordt geleid door Sakamoto’s piano die uit die achtergrond van ruis druppelt zoals ook Satie zo mooi de leegte tussen de muziek kon laten weerklinken. Slechts zelden, zoals in “Trace”, gaat Fennesz iets luider tot de Japanner hem met enkele welgemikte piano-aanslagen opnieuw doet inbinden. De laptop dient op Cendre enkel om een auditieve ruimte te creëren waarin de echte instrumenten hun dialoog voeren.

De muzikanten maken elkanders zinnen af, vullen gedachten aan. Luister hoe die plotse akoestische gitaar in “Glow” praat met de piano van Sakamoto. In “Haru” durft de pianomelodie bijna romantisch te klinken, maar slaat ze net op tijd af om niet klef te worden, en ook in “Abyss” wordt een gevoelig toontje aangeslagen zonder melig te worden. Meer nog dan Venice of Endless Summer verdient Cendre het bijvoeglijk naamwoord “mooi”.

Wie ooit afknapte op eerder werk van Fennesz, maar toch geïntrigeerd bleef door het clicks-’n-cuts-genre, heeft aan Cendre misschien een aanknopingspunt: dit behoort tot het toegankelijkste dat de Oostenrijker tot nog toe uitbracht. Maar Fennesz en Sakamoto hebben samen ook gewoon een erg knappe plaat gemaakt. Cendre is mooie, verteerbare luistermuziek, en dat bedoelen we alleen maar als een compliment.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 11 =