Von Südenfed :: Tromatic Reflexxions

De som van de delen en hoe ermee om te gaan. Von Südenfed bestaat uit twee derde Mouse On Mars plus Mark E. Smith van The Fall, een combinatie die op papier veelbelovend is. De plaat die het drietal aan hun samenwerking overhoudt, raakt echter maar ternauwernood met de hakken over de sloot en bevestigt nogmaals dat zogenaamde supergroepen niet noodzakelijk het vleiende prefix verdienen.

Mark E. Smith heeft niet bepaald de naam een makkelijke mens te zijn. Met het aantal door hem afgedankte The Fall-leden kan je makkelijk een middelgrote woonkamer vullen. Het overmatige alcoholgebruik waarvan Smith zich bovendien sinds jaar en dag bedient, heeft geleid tot een muzikale biografie die bol staat van de ups en downs. Toch kon Smith samen met The Fall in de late jaren tachtig mee de opbloei van de madchesterscene op zijn conto schrijven, een periode van experiment waar Von Südenfed nu enigszins naar lijkt terug te grijpen.

Mouse On Mars mag zich, op zijn beurt, een van de pioniers van het Duitse, en nog steeds überhippe, electrogeluid noemen, ook al veroveren collega’s als T. Raumschmiere en Apparat momenteel een veel breder publiek. Platen als Iahora Tahiti en Glam vormden halverwege de jaren negentig een belangrijke aanzet voor de snel expanderende Berlinerbeweging. De onconventionele elektronica van het Duitse collectief vormt als vanzelfsprekend de hoofdmoot op Tromatic Reflexxions.

De eerste helft van de plaat bestaat uit nummers die stuk voor stuk interessant of aardig kunnen worden genoemd. De elektronica dribbelt heerlijk rond Smiths gescandeerde zang heen en songs als “Speech Contamination/ German Fear Of Österreich” of “Serious Brainskin” zijn geïnjecteerd met heel aanstekelijke en natuurlijke energie. “Fledermaus Can’t Get It”, zonder twijfel de uitschieter van de plaat, moet met zijn punchy beats elke nachtclub doen ontploffen en Von Südenfed kan in dit nummer nog het best worden omschreven als the dirty man’s LCD Soundsystem. Lekker. Het repetitieve “Flooded” is met zijn stuiterende ritme een andere dansbare sterkhouder en ook iets minder geïnspireerde tracks als “The Rhinohead” en “The Young, The Faceless And The Codes” zijn nooit minder dan goed.

Het is vanaf het richtingloze “Duckrog” dat Tromatic Reflexxions aan een steile neergang begint. Niet toevallig, zo lijkt, zakken verschillende “nummers” hier onder de drieminutengrens, alsof de heren zelf beseffen dat ze met kwalitatief minderwaardig materiaal bezig zijn. Weg zijn de punch van de beats en de strakke ritmes in nummers als “Duckrog” en “Chicken Yiamas”. Het lunaparkgeluid dat er voor in de plaats wordt gesteld is zelfs irritant genoeg om af te dingen op de volledige plaat. Elke kritische geest had deze misbaksels genadeloos in de prullenbak gekeild. In het veel te lang uitgesponnen “That Sound Wiped” schemert bovendien zelfs een zekere zelfgenoegzaamheid door die de muziek bepaald niet ten goede komt. Smith leutert minutenlang een onnozele tekst over een lauwe Mr. Oizo-beat en de zes minuten die dat in beslag neemt zijn er ruim te veel aan. “Jbak Lois Lane” — het is onuitspreekbaar, maar gelukkig hoeft u er werkelijk met geen woord over te reppen — lijkt nog het meest op de opname van een gesprek tussen twee buurmannen, waarvan er één het gras afdoet. Jazeker.

Von Südenfed had materiaal voor een uitstekende e.p., maar vond het nodig ons met een full-length album te verblijden. Het tweede deel van het album is echter zodanig minderwaardig aan het eerste dat het grappig wordt. Wij hadden er evenwel mee kunnen leven mocht ook die tweede helft, puur om te lachen, naast de eerste op e.p. verschenen zijn, en dan vooral omdat we met “Just Push Skip” meteen ook al een titel voor het vehikel hadden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + vijftien =