The Chemical Brothers :: We Are the Night

Virgin, 2007

Waar een albumaftrap vroeger altijd een verzegelde topper in de
muzieklijsten betekende voor The Chemical Brothers en een
vreugdedansje langs mijn kant, stelt ‘Do It Again’ toch enigszins
teleur. Misschien waren de verwachtingen te hoog of is het gewoon
even wennen aan de nieuwe sound, er blijft iets tegensteken en
datzelfde gevoel wordt alleen maar versterkt na het beluisteren van
de langspeler. Meesterbreinen Tom Rowlands en Ed Simons lijken niet
meer te weten waar de cool nog te halen valt en maken een uitstapje
in elk subgenre van de dance scene en zelfs daarbuiten. Dit deden
ze wel meer op vorige platen, maar deze keer hebben ze precies niet
genoeg onderzoek gedaan om zich het beste uit elke scene meester te
maken, want waar er hoogvliegers zijn, zijn er minstens evenveel
echte grondkruipers.

The Chemical Brothers – die samen met The Prodigy en Underworld een
overblijfsel zijn van de big beat generatie uit de jaren negentig –
hebben het niet slecht gedaan voor zichzelf door hun
kameleonvermogen en het vasthouden aan een steevaste formule: plak
een zware beat op eender welk popmelodietje, huur een semi-bekende
gastvocalist in en je hebt het recept voor verkoopcijfersucces.
Deze formule trekt de chemische broertjes ook nu door de helft van
hun nieuwe schijf, maar niet altijd op een oorbevredigende manier.
Zo klinkt de samenwerking met Ali Love, ‘Do It Again’, in eerste
instantie als een regelrechte hersenplakker, maar na meerdere
luisterbeurten wordt het catchy “Oh My God, what have I done?
Do It Again!”
een beetje oud. Nog erger gesteld is het met de
verveelde en vervelende stem van Fatlip over ‘The Salmon Dance’.
Het kinderlijke geheel trekt beelden in je hoofd van een plastic
zalm aan de muur die steeds hetzelfde liedje meezingt als je op een
rood knopje drukt. Denk daar nog eens de slome voice-over van een
Amerikaanse natuurdocumentaire bij en je komt in de buurt van de
irritatie die dit ogenschijnlijk funky geachte plaatje
teweegbrengt. De funk slaagt dan wel op de samenwerking met de
Klaxons, een mooi staaltje van fusie tussen het aparte geluid van
twee heel verschillende artiesten.

In de rangen van de instrumentale tracks bekoren de onheilspellende
minimal constructie van opener ‘No Path to Follow’, het stevige
acid house nummer ‘Saturate’, en de zwoele, psychedelische trance
van ‘Das Spiegel’ op een manier waar we de Chemical Brothers het
liefst mee associëren. Dit geldt ook voor de neo-eighties glans van
‘A Modern Midnight Conversation’ die me mijn schouders bijna
spontaan uit de kom deed schudden. Daartegenover staan dan echter
weer evenveel opvullers als ‘Harpoons’ en ‘Battle Scars’. ‘The
Pills Won’t Help You Now’ doet denken aan Air op een mindere
dag en de zware synths en wegdraaiende loops van ‘Burst Generator’
halen even de gekoesterde dagen van ‘Hey Boy, Hey Girl’ voor ogen,
maar zijn die vergelijking uiteindelijk in de verste verte niet
waard.

Met ‘We Are the Night’ gaan The Chemical Brothers een hele
waarderingsschaal af, van “niet aan te horen” tot “hemels”.
Progressief en vernieuwend kunnen ze nergens meer genoemd worden,
maar je moet het hen nageven na al die jaren nog steeds verrassend
uit de hoek te kunnen komen, al gaan ze om die hoek meermaals op
hun bek. De eclectische sound die vroeger zo wist te bekoren maakt
iets te vaak plaats voor een ongelukkige disoriëntatie in de
hedendaagse dance scene. Warm ondanks dit alles die springspieren
toch maar op, want er blijft genoeg voer over voor menige
festivalweide en dansvloer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 2 =