Stephanie Dosen :: A Lily For The Spectre

Er was eens Stephanie Dosen, een Amerikaanse elfachtige deerne die
opgroeide op een pauwenkwekerij. Op een dag trof ze tijdens een
ontdekkingstocht op zolder een gitaar aan die ze gebruikte om
liedjes te schrijven over en voor de jongens op school en haar
lievelingshuisdieren. Naarmate ze ouder werd, wijzigden de
onderwerpen maar bleef de passie onveranderd. Ze trok van staat tot
staat met haar composities, steevast begeleid door een oude
taperecorder die ze Jean-Pierre doopte. Het levensverhaal zou
alvast een mooie basis vormen voor een uit pastelkleuren
opgetrokken prentenboek en dit snoezige debuut kan daar een goede
ondersteuning voor bieden.

Wanneer je de eerste nummers van ‘A Lily For The Spectre’ afspeelt,
zou je eender wie kunnen wijsmaken dat dit de vijfde langspeler van
Alanis Morissette is. Dosens stem is de minder nasale maar voorts
bijna identieke variant van die van haar Canadese collega en een
gelijkgestemd sfeertje plaatst hen verder in hetzelfde schuifje.
Spijtig genoeg hebben we het dan niet over de bitserige toon van
‘Jagged Little Pill’ of het zwartgallige ‘Supposed Former
Infatuation Junkie’, maar de zeemzoete Alanis die haar ‘So Called
Chaos’ nog maar moeilijk aan de man kreeg. Gelukkig werkt Dosen
meer gemodereerd op deze eerste langspeler door minder adorabele
lyrics neer te pennen en met eenvoudige akoestische arrangementen
een sober effect na te jagen.

Hoewel de doorheen het hele album nagenoeg ongewijzigde formule
aanvankelijk weinig variatie prijsgeeft, komen na enkele
luisterbeurten enkele duidelijke uitstekers boven water. Ons
feelgood-nummer van de plaat is ‘Death And The Maiden’, dat
balanceert op de grens met goedkoop sentiment, maar keurig aan de
goede kant blijft. Het meest basic klinkt ‘Lakes Of Canada’, een in
se ongelooflijk melige ballad die echter helemaal onweerstaanbaar
wordt omdat hij zo oprecht klinkt. Ook ‘Owl In The Dark’ is weinig
origineel – een bitterzoet sprookje dat door het gebruik van
strijkers extra feeëriek moet klinken – maar bewijst hierdoor net
nogmaals de effectiviteit van dit recept. De enige echte verrassing
komt aan het einde van de plaat met de titeltrack, die niet alleen
muzikaal een gothic-invloed prijsgeeft, maar ook tekstueel de
donkerste paden verkent: “I swallowed a knife, I hold it in and
every single time I breathe, I cut a bit of me”
. Tussen de
lijnen door klinkt een echo van Within Temptation, maar dan ontdaan
van alle bombastisch franjes die de songs op den duur voorbijlopen.
In plaats van met een overdreven tearjerker te eindigen, zorgt deze
obscure eindnoot ervoor dat de plaat meer body krijgt.

Doorheen ‘A Lily For The Spectre’ levert Stephanie Dosen een
constante strijd om niet in de stroperigheid te verzuipen en
natuurlijk kan ze niet na elke veldslag victorie kraaien. Met een
bijna identieke riff en een braaf stemmetje klinken ‘By And By’ en
‘Way Out’ veel te middelmatig om te blijven hangen. Toch gaat de
plaat slechts één keer echt de dieperik in, meer bepaald tijdens
het veel te optimistische ‘Only Getting Better’. Niet elke plaat
moet een standaardklaagzang bevatten die registreert hoe deze
wereld naar de knoppen gaat, maar dit sfeerbeeld van een
vriendschappelijke massa die met een zuiver hart de aardbol een
andere koers laat varen, klinkt wel heel naïef.

Deze plaat is er een voor de romantische zielen onder ons en zal op
sommigen enkel een laxerend effect uitoefenen. Verrassen doet
Stephanie Dosen met dit materiaal niet, maar toch staan er op deze
schijf enkele beeldige songs die je hun clichématige karakter wel
moét vergeven. Een hele collectie kunnen we hier onmogelijk mee
uitbouwen, maar ter afwisseling doet ‘A Lily For The Spectre’ goed
dienst. Het moet ook niet elke dag een grindcorefest zijn,
nietwaar?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 2 =