Dungen :: Tio Bitar

Na veertig jaar populaire muziekgeschiedenis kunnen we zonder al te
veel overpeinzingen beweren dat Zweden, ten opzichte van eerder
zuidelijk gebieden, een erg eclectisch arsenaal aan artiesten en
wereldplaten heeft afgeleverd. Dit geldt overigens voor het Hoge
Noorden an sich. Dat er in die contreien nog steeds een stevige
cultuur bestaat, wordt keer op keer bewezen, en Gustav Ejstes mag
zonder veel schroom mee aan de tafel der overwinnaars plaatsnemen.
Zijn doorbraak is al van 2005 geleden, toen hij het fenomenale ‘Ta
Det Lugnt’ op de wereld losliet. Dit album werd hoofdzakelijk door
Ejstes zelf ineengestoken, al waren er heel wat kleinere rollen
weggelegd voor een gezonde portie lokaal talent.

Voor zijn nieuwste creatie koos Ejstes een vaste partner. Gitarist
Reine Fiske verscheen reeds met Ejstes op het podium als deel van
de polariserende Dungen liveshows. Ondanks deze samenwerking blijft
Dungens geluid voornamelijk de verantwoordelijkheid van de
solo-artiest. Het werd dus spannend afwachten om te zien hoe Ejstes
en Fiske het reeds verworven succes zouden opvolgen; vooraf werd
verklaard dat er naar meer verfijning en ‘zachtheid’ gestreefd
werd, iets wat ons toch wat deed woelen. De overtuigingskracht van
‘Ta Det Lugnt’ bestond voornamelijk uit twee omnipresente
elementen: slagkracht en een experimentele drift. We wisten dan ook
niet waar Ejstes nu plots heenwou, maar we kunnen nu alvast zeggen
dat het geluid van Dungen niet drastisch veranderd is, en daar was
op zich al niks mis mee.

Wanneer ‘Intro’ zichzelf op gang trekt, is er trouwens niet veel
van die nieuwe subtiliteit binnen de neopsychedelische traditie te
merken. Fiske en zijn overdubde zelf geven de luisteraar een ware
oplawaai, terwijl Ejstes zijn immer impressionante drumpartijen uit
de kast haalt. Het is de eerste in een reeks van instrumentale
tracks op dit album, en meteen ook een van de betere. Daarna gaat
Dungen even met een contrasterend tempo werken; eerst met het
gezapige ‘Familj’, en daarna met het tweezijdige ‘Gör Det Nu’. De
overdub op de vocals is hier werkelijk om van te smullen, terwijl
Fiske een fikse ketel vol venijn uit zijn gitaar perst.

Wat we ook onmiddellijk merken, is dat er komaf gemaakt is met de
uitgesponnen composities. ‘Tio Bitar’ is bovenal een erg directe
plaat met weinig subtiele omwegen of jazzy interludes. De
instrumentale intermezzo’s op deze plaat halen nooit het niveau van
de gekke pracht op ‘Ta Det Lugnt’ (denk maar aan de delicieuze
outtro van ‘Du E For Fin For Mig’), en als je dan nog weet dat er –
volledig volgens de logica uitgedrukt in de titel – slechts tien
tracks op deze plaat te vinden zijn, is het toch een beetje
hunkeren naar meer en vooral gewaagder materiaal.

‘Du Ska Inte Tro Att Det Ordnar Sig’ en ‘Mon Amour’ zorgen voor de
cohesieve gitaarrock van ‘Tio Bitar’, compleet met erg strakke mix
(die bij de drie volgende tracks nog terugkeert). Bij ‘Mon Amour’
leiden Fiske en Ejstes ons zelfs mee door een fantasietje zoals we
er maar weinig vinden op dit schijfje. Een fijne verrassing dus, en
dat in combinatie met een onweerstaanbare popsong zoals we die wel
vaker geserveerd krijgen door Dungen. Het driftige gitaarwerk komt
hier nogmaals de wet opleggen, iets wat we allerminst kunnen
benijden.

Na dit hoogtepunt wordt het helaas wat dweilen met de kraan open.
‘Så Blev Det Bestämt’ bevat enkele goeie concepten, maar ze worden
doorgaans maar mak uitgevoerd. Het eerste deel is überhaupt niet
overtuigend, waarna een improvisatorische ijsbreker hoort te
volgen. Helaas komt de mix, die zoëven de held van de avond was,
hier aardig roet in het eten gooien. De track krijgt de kampen met
onopgevulde ruimte die als een strop rond Ejstes’ nek gaat zitten.
Daar komt nog bij dat de saz hier niet echt op zijn plaats is, ook
al zijn we beslist blij dat Ejstes de weg heeft gevonden naar dit
prachtige instrument.

‘Ett Skäl Atl Trivas’ weet de meubelen enigszins te redden, met
delicieuze vocals en een niet noaardige melodie. De tomfetisj van
de drummende Ejstes moet u er wel bijnemen. ‘Svart Är Himlen’ weet
dan weer van geen hout pijlen maken, en zoeft nogal onopgemerkt
voorbij. De instrumentale track ‘En Gång I År Kom Det en Tår’ mag
als slotstuk van ‘Tio Bitar’ dienen, en weet zonder meer zijn
waardigheid te behouden. We horen de giftige gitaar van Fiske,
gecombineerd met zachte, post-rockachtige lijnen achter in de mix,
terwijl Ejstes wederom een briljante fluitpartij uit zijn mouw
schudt.

Het is niet zo makkelijk van ‘Tio Bitar’ een eindbalans op te
maken. Dit werk heeft op den duur wat weg van een avondje
popdeuntjes opnemen, al zou dat een onterechte slag in het gezicht
zijn voor een artiest die klaarblijkelijk meer werk in een album
steekt dan de meeste, individuele leden van een popgroep. ‘Tio
Bitar’ is absoluut geen slechte plaat, maar u begrijpt: wij zijn
meer gewoon. Daar komt nog eens bij dat ‘Ta Det Lugnt’ het werk op
het nieuwe album min of meer repliceert en overtreft. Een afknapper
is het dus niet geworden, maar een echte aanrader kun je dit
nauwelijks noemen.

http://www.myspace.com/dungen

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =