Nine Inch Nails :: Year Zero

De twee stomende concerten in de AB deden het al vermoeden: Nine Inch Nails is terug. Niet alleen met vernieuwde live-energie, maar ook met één van de beste albums die Reznor al maakte.

Er is een tijd geweest dat Trent Reznor suïcidaal en psychotisch was. Drugs, drank en wonen in het huis waarin Charles Manson een bende hippies vermoordde, zullen daar wellicht toe bijgedragen hebben. Maar er was zeker ook een tijd dat Reznor alle shit van zich afgeschreven had en op zoek bleef gaan naar extremen om in Nine Inch Nails-sferen te kunnen geraken. We gokken dat dat ergens tussen The Downward Spiral en The Fragile in was. The Downward Spiral staat bol van woede, frustratie en (zelf)haat. The Fragile bevat nu ook niet meteen Donna-muziek, maar klinkt ondanks alle gekrijs, noise en distortion een stuk gladder. De woede is minder gefocust, bijwijlen zelfs aanstellerig. Het is op de koop toe een dubbelalbum: in veel gevallen een signaal dat de artiest niet goed weet wat te schrappen en wat niet. Er zit een nieuwe uppercut in The Fragile, maar hij blijft verborgen onder lagen puberwoede en fletse ambient.

Na The Fragile kickt Reznor af en lijkt Nine Inch Nails een tijdje op sterven na dood. Een liveplaat volgt, vergezeld van een semi-akoestisch album. Op de volgende studioplaat, With Teeth, is echter duidelijk dat Reznor nog maar moeilijk van zijn nieuwe gezond levende zelve in Nine Inch Nails-modus geraakt.

De oplossing blijkt echter simpel: zet het halve theater dat een Nine Inch Nails-concert is, gewoon op plaat. Een acteur die elke avond Romeo-gewijs bij het graf van zijn Julia dramatisch dient te sterven, is even geloofwaardig als Trent Reznor die elke avond "Hurt" zingt. De emoties mogen dan oprecht lijken, het is op de duur vooral het vakmanschap waardoor het publiek overdonderd wordt. In de AB werd de band daarbij geholpen door een desolate lichtshow, op Year Zero door een politiek-religieus concept.

Een conceptplaat dus, en dat durft al eens pretentieus of ronduit lachwekkend te worden. In het geval van Year Zero geeft het Reznor echter een inspirerend vehikel om zijn muziek aan op te hangen. Het resultaat is zijn beste album sinds The Downward Spiral. De thema’s zijn weinig origineel — religieus fanatisme, totalitaire politiek en grootheidswaanzin passeren de revue — maar muzikaal wervelt Year Zero als nooit tevoren: van stomende industrial over metal tot elektronica-experimenten.

Songs als "The Beginning Of The End", "Survivalism" en "Capital G" blijven nog relatief dicht bij het gekende NIN-geluid: catchy electropop die schuilgaat onder dikke lagen noise en gedreun. Maar Reznor heeft ook veel naar hiphop geluisterd. Saul Williams zingt bijvoorbeeld mee op "Me, I’m Not" en drukt er en passant flink zijn stempel op. Het fantastische "My Violent Heart" zou zelfs een outtake van Public Enemy kunnen zijn.

Het is echter pas voorbij de helft dat Year Zero echt nieuwe horizonten verkent. Vanaf "The Warning" komt de krakende elektronica meer en meer op de voorgrond. Op "The Greater Good" en "The Great Destroyer" zijn zelfs nauwelijks nog gitaren te horen en krijgt de laptop alle vrijheid. "Another Version Of The Truth" is nog het obligate piano-ambient-nummer, maar "In This Twilight" is weer ronduit bevreemdend en lijkt samen met het epische slotnummer "Zero Sum" schatplichtig aan de 65DaysOfStatics van deze wereld.

We hadden ons er al lang bij neergelegd dat de hoogdagen van Nine Inch Nails ver achter ons lagen, maar Year Zero is een grootse return to form die na vijftien jaar eindelijk Reznors genie bevestigt. Hulde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 16 =