Babils :: The Joint Between

Wie zich niet uit zijn of haar lood liet slaan door de vogeltrek
van Akron/Family of de
uit de zoo ontsnapte beesten van Animal Collective kan
met Babils verder afdalen in het woud van dierlijke intuïtie en
bestiale onvoorspelbaarheid. Op ‘The Joint Between’ lopen geen
horden zebra’s of kuddes gnoes je deur plat, de zompige
jazzgrooves, hiphopbeats en psychedelische zotternijen fungeren
eerder als het modderbad waarin de Afrikaanse ‘Big Five’ gretig
liggen te rollen. Dit Brusselse collectief klinkt als de soundtrack
bij de horrorfilm over olifanten die Hitchcock is vergeten te
maken. Van opzwepende fusionjams waarin je net niet vertrappeld
wordt tot dreigende soundscapes die de ivoren slagtand tergend
traag door je ingewanden duwen: ‘The Joint Between’ vereist
participatie van de luisteraar om zich te laten opjagen als grof
wild, maar wie enigszins thuis is in het oerwoud van jachtige jazz,
instrumentale hiphop en modderige funk zal zich deze avontuurlijke
trip niet beklagen.

Wie hield van de nerveuze jazzpassages op ‘Kid A’ van Radiohead,
zal aan ‘The Joint Between’ een vette kluif hebben. Net als de
Oxfordse genieën heeft Babils een boon voor de bevreemding van
wiskundige fouten (herinner u het openingsnummer van ‘Hail To The
Thief’) en ‘2=3’ roept dan ook erg expliciet de sfeer van ‘The
National Anthem’ op. Een vette bas manoeuvreert als een zwaantje
tussen de auto’s en laat daarbij een verkeersopstopping van
samples, gemartelde koperblazers en dreigende noise achter
zich.

De tandem van mentale mist, stress en nijd die iedereen naar het
handschoenkastje doet grijpen om elkaar de kop in te schieten,
vinden we ook terug in ‘Procrasti’, ‘Psychopapat’ en ‘Hommes
Eléphants’. In dat laatste nummer proberen Ornette Coleman,
DJ Shadow en
Amon Tobin
elkaar met huid en haar op te vreten en het resultaat is een
moerassige jam en muzikale joint waarbij het heerlijk verdwalen is
in het bos van de eigen gedachten.

Naast het hallucinogene eclecticisme van de aan freejazz verwante
jams wil Babils de luisteraar ook hypnotiseren met lang aanslepende
klanktapijten en daar vergaloppeert het combo zich. ‘Quelqu’un
Ecoute Dans La Pièce A Côté’ wil een hypnotiserend licht zijn dat
je langs een spiraaltrap meevoert naar de kelders van Babils’
muzikale universum, maar het nummer trekt zich als een gewond hert
tergend traag voort en verenigt het saaiste van The Mars Volta en de
ep’s van Battles. Ook ‘Dent De
Sagesse’ is even slaapverwekkend als de werkzaamheden van een
anesthesist, maar in ‘Coca Hygiénique’ herpakt Babils zich gelukkig
met een soundscape waarin jazzecho’s en bezwerende klanken ons bij
de les houden in de jungle van de band.

Voor velen zal ‘The Joint Between’ volledig uitzitten een even
zware opdracht zijn als met een leger olifanten over de Alpen
trekken, maar de Hannibals die de trip aandurven, zullen het zich
zeker niet beklagen. Babils duwt de luisteraar bij momenten dan wel
freejazz-onzin en pretentieus geneuzel door de strot, maar op hun
beste momenten is hun psychedelische draaikolk van eclectische
fusionwaanzin roesopwekkender dan een dagje coffeeshopping over de
grens met onze noorderburen. Voor de durvers!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 14 =