La jr :: Dos Casas

Toen in Spanje het gegeven siësta in vraag gesteld werd, stond het land op zijn achterste poten. De gestelde lichamen die de dienst uitmaken, hoopten op die manier aansluiting te vinden bij Europa, maar dat was buiten de waard gerekend. Het Spaanse volk houdt van zijn luie momenten, Europese richtlijnen of niet.

Het woord siësta lijkt ook wel op de voorhoofden van het trio achter La jr gebrand te zijn. De groep werd in 1997 opgericht en brengt nu pas zijn vierde studioalbum uit. Na JR (1997) en 127 JR (1999) was het niet minder dan zes jaar wachten op La JR (echt nadenken over hun titels deden ze in tussentijd ook al niet), dat nog geen jaar later opgevolgd werd door de 10" e.p. El Campo. Het lijkt wel alsof de groep een langere periode van inactiviteit nodig heeft om er terug in te kunnen vliegen.

Toch zijn het geen gemakzucht of luiheid die de groep verbieden om meer materiaal op te nemen, maar wel puur praktische redenen. Zo leven de groepsleden verspreid en speelt frontman Frank Rudow ook bij Viva Las Vegas en Manta Ray. Net zoals bij zijn beide andere groepen lijkt Rudow niet echt geïnteresseerd in het veroveren van het buitenland: alle teksten zijn in het Spaans en ook in de liner-notes wordt niet echt moeite gedaan om Spaans-onkundigen iets diets te maken. En opnieuw is dat zonde, want La jr is verrassend verfrissend.

In het verleden werd de groep in obscure vakjes als "dadaist pop" en "pantheïst rock" gestopt, al durfde een enkeling hen ook wel eens te omschrijven met het al even nietszeggende "anti-jazz-folk" of "autistic pop". In die wirwar van termen wordt vooral duidelijk hoe moeilijk La jr zich liet en laat omschrijven, want ook Dos Casas geeft niet thuis wanneer het op bepalingen aankomt. Er zit zeker en vast een element van "fluisterpop" in, maar evenzeer valt een jazzy ondertoon niet te miskennen.

Ondanks de gemoedelijke sfeer is Dos Casas geen eenvoudig album geworden. Het creepy "Calor" bijvoorbeeld heeft net zoals "Mi A Mi" een mooie pianomelodie, maar beide nummers krijgen door een fluisterende zang een ongemakkelijke sfeer, alsof een verkrachter lieve woordjes fluistert in het oor van zijn slachtoffer. Ook in "La Decoración" wordt er gefluisterd, maar hier speelt vooral de percussie het spel mee en geeft die aan het nummer een vrolijkheid die enorm misplaatst maar tezelfdertijd ook fascinerend klinkt. In de epiloog "La Decoración 2" is het gefluister zelfs zo prominent dat het angstzweet de luisteraar net niet uitbreekt.

Dat het ook anders kan bewijzen "Perro", waarin een engelachtige vrouwenstem het hoge woord voert en de muziek zich daar stilzwijgend bij neerlegt, en het vreemde "Cu", waarin het wel lijkt alsof een jankende kat op de achtergrond zachtjes mee miauwt. Op "Arrebato" gaan de mannen- en vrouwenstem met elkaar in dialoog, maar hier is geen liefde mee gemoeid. Beide partners praten naast elkaar, hoewel ze duidelijk naar hetzelfde nietszeggende beeld staren. Passie is het niet, maar woede evenmin.

"Pistoleres" speelt een beetje met jazz en kiest voor één keer zelfs voor een heldere zang. Vreemd genoeg is het net daardoor één van de mindere nummers. La jr is dan ook op zijn best wanneer het binnen de zelf uitgetekende minimale lijnen blijft en het vreemde gefluister boven de aansluipende melodielijnen laat zweven. Want Dos Casas heeft geen behoefte aan groots vertoon, ook zonder luide kreten of gierende gitaren is een onderhuidse dreiging aanwezig wanneer die gewenst is.

Dos Casas zal niet meteen de harten verwarmen, daarvoor is het album te grillig en vooral te onpeilbaar. Ondanks de nauwelijks hoorbare invullingen en zachte stemmen klinkt La jr vooral vreemd en onwerelds. Maar het tempo van de groep in gedachten houdend, heeft u wel even de tijd om het album te laten bezinken. Beluister het anders nog eens tijdens één van uw siësta’s.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 12 =