Malajube :: Trompe-L’Oeil

“So is eating frogs, cruelty to geese and urinating on the
streets”
: Edmund Blackadder is niet de enige die gevat uit de
hoek komt en snode plannen smeedt tegen alles wat Frans is wanneer
hij een verwijfd “bonjour” of “super quoi” in het
gezicht gesmeerd krijgt. Malajube is afkomstig uit het Franstalige
gedeelte van Montreal en hoewel ze trouw blijven aan hun
moedertaal, krijgen we geen zanglijnen als een stinkende brie
voorgeschoteld of songs met de finesses van een Blanc de Blancs uit
den Aldi. In plaats daarvan serveren deze Canadezen ons een paté
van speels eclecticisme en gesaboteerde songstructuren met
Montignac-allures. De sound van Malajube klinkt namelijk fris en
goed voor de lijn, maar jammer genoeg vaak ook stuurloos en
onsamenhangend. Na een aantal beluisteringen van ‘Trompe-L’Oeil’
voelde ons hoofd niet aan alsof er een Fransman in gewoond heeft,
maar een Franstalige Canadees is soms ook geen pretje.

Na de eerste songs wordt de titel van deze plaat duidelijk. Opener
‘Jus de Canneberges’ komt nog aangevlogen als een popvlinder uit de
tuin van Eels
of Sparklehorse, maar na
een paar nummers wordt het gezichtsbedrog duidelijk wanneer het
beestje kenmerken vertoont die in de dromen van Flaming Lips-frontman
Wayne Coyne waarschijnlijk veelvuldig voorkomen. ‘Montréal – 40°C’
is namelijk een geflipte popplaneet waar de vrolijke bende van
The Go! Team
het opneemt tegen een leger roze robotten die worden aangevuurd
door Semifinalists. Het
snedige ‘Fille à Plumes’ scheert wat later met een rotvaart van
screams, gitaarnoise en cimbaalgeknetter langs de aarde om dan op
te branden in de dampkring en vrij spel te geven aan ‘Casse-Cou’,
een schijnmanoeuvre van Shins-pop dat
profiteert van de daaropvolgende dekkingsfout om u dan een stevige
linkse te verkopen.

U heeft het al gemerkt: stilistische eenheid is evenzeer aanwezig
in de ars musica van deze band als inhoud in de campagnes
van extreem-rechtse partijen. Malajube sleurt u van het ene genre
in het andere en schept genoegen in de sterretjes die voor de ogen
van de luisteraar dansen. Net als bij Architecture In
Helsinki
slaat het kompas van de band door deze ambitieuze
wendingen en keerpunten soms op hol en verdwalen ze in hun eigen
oerwoud. ‘Ton Plat Favori’ is een ronduit irritante combinatie van
chanson en uptempo pop met de nasmaak van een bedorven pastis en
tijdens ‘La Russe’, een mislukt partijtje jeu de boules
tussen Franse hiphop, hoge stemmetjes en een Arcade Fire-orgel,
worden de schroeven helemaal losgedraaid en stort het opgebouwde
krediet als een kaartenhuis in elkaar. Malajube wil soms het
verkoelende lentebriesje van The Shins aan de ongenadige
prog-mistral van The Mars Volta
koppelen, maar eindigt in een stevige, ambetante zijwind die bij
menige fietstocht roet in het eten zou strooien.

Die tegenvallende momenten zijn een spijtige zaak, want ze halen
het niveau naar beneden van wat anders een gevarieerd, swingend en
aanstekelijk plaatje zou zijn geweest. ‘Pâte Filo’ en ‘Le Crabe’
zijn bijvoorbeeld geoliede kettingreacties van Flaming
Lips-melodieën, The Shins-gejoel en Arctic Monkeys-hooks,
maar een perpetuum mobile van ongebreidelde fun creëren, blijkt
voorlopig nog te veel gevraagd. Daarvoor wordt het enthousiasme van
de luisteraar nog te vaak doorbroken door ergernis en vraagtekens
wanneer de mayonaise niet pakt.

“Be there or be a croque-monsieur”: zo probeert Malajube
volk naar hun optredens te lokken. Net zoals hun slogans wil de
muziek wel eens het noorden kwijt raken en idiotie met speelsheid
verwarren, maar laat dat geen domper zijn op de feestvreugde.
‘Trompe-L’Oeil’ herbergt enkele fijne popmomenten die staan te
popelen om ontdekt te worden door fans van gedurfde, gevarieerde
songs en eclectische stijlsymbioses.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − zeven =