Goldrush :: The Heart is the Place

De Britse groep Goldrush kende zoals dat heet een droomstart: twee
zeer enthousiast onthaalde langspelers en ep’s, een contract bij
een major én een trouwe fanbase aan weerszijden van de grote plas.
Het moet de natte droom zijn van zowat negenennegentig komma
negenennegentig procent van de jongeren die ooit eerst een gitaar
ter hand nemen en vastbesloten zijn daarmee de wereld te veroveren.
Maar wat als het plots minder vlot begint te lopen? Als je wordt
gedumpt door die major en je bassist plots opstapt? Wanneer je te
kampen krijgt met een knoert van een writer’s block, op
het moment dat je wordt verondersteld aan je volgende meesterwerk
te beginnen? Even de adem inhouden en het hoofd koel houden blijkt
geen slechte strategie te zijn.

Goldrush is het geesteskind van de broers Robin en Joe Bennett.
Onder de naam Whispering Bob brengen ze op hun eigen Truck
Records-label de single ‘Same Picture’ en de mini-cd ‘Another Fine
Mess’ uit. Dat levert hen een contract op bij Virgin, waar in 2002
langspeeldebuut ‘Don’t Bring Me Down’ verschijnt. Datzelfde jaar
echter worden ze gedumpt door het label en stapt ook bassist Jeff
Clayton op, maar dat is nog geen reden om bij de pakken te blijven
zitten: opnieuw bij Truck brengt de groep een leuke ep en een knap
full album (‘Ozone’) uit .

Begin 2006 krijgen ze zelfs de kans om samen te werken met Dave
Fridmann, lid van Mercury Rev maar ook
producer van heel wat Flaming Lips-platen.
Het is zowaar een droom die in vervulling gaat, want de jongens van
Goldrush zijn zware fans. De droom wordt al snel een nachtmerrie:
het songschrijven vlot niet, en wanneer het opnamebudget er
volledig is doorgejaagd, staan er alleen maar slappe en
inspiratieloze lappen muziek op band. Heel even lijkt het einde van
Goldrush nabij, maar nadat de groep de voorprogramma’s heeft
verzorgd voor Calexico, Brian Jonestown Massacre, Broken Social Scene
en Flaming Lips én samen met vrienden en familie haar eigen Truck
Festival organiseerde, zijn de batterijen gelukkig weer
opgeladen.

Samen met producer James Rutledge gaat Goldrush weer aan de slag in
de eigen studio in Steventon, Oxfordshire. Het resultaat ligt al
een tijdje in de winkel, we slaan bijgevolg mea culpa en bekennen
dat dit inderdaad niet meteen de hotste release van het ogenblik
is. Maar in het geval van ‘The Heart is the Place’ had dit wel voor
gevolg dat we de plaat steeds beter en beter zijn gaan vinden, en
dat ons uiteindelijke oordeel een pak positiever is dan wanneer we
deze bespreking pakweg anderhalve maand geleden hadden afgerond.
Aanvankelijk vonden we dit vooral een rommelige plaat, waarop
slechts af en toe – wanneer de nevelen waren opgetrokken – een
flard van een deugdelijke song opdook. Gelukkig gaven we de plaat
de tijd om ‘door te groeien’, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet,
en doken we toch nog een boel parels op.

Muzikaal sluit Goldrush niet alleen perfect aan bij de Britse
gitaarpop van Doves, Elbow en The Verve, maar even
vaak wordt de vergelijking gemaakt met Amerikaanse groepen als The
Flaming Lips, Mercury Rev en Grandaddy. Opener
‘Aperture’, een langgerekte, instrumentale intro met nogal wat
blazers, mondt uit in de niet onaardige single ‘The Story of the
City’, maar het is pas met het naar Manic Street Preachers
neigende ‘Every One of You’ dat de plaat echt op kruissnelheid
komt. Hierna volgt een pak knappe nummers, en het gekke eraan is
dat ook zij vaak heel erg doen denken aan andere bands die wij al
geruime tijd tot onze favorieten rekenen. Zo klinkt ‘Can’t Give Up
the Ghost’ een beetje als Mercury Rev met de jonge Julian Cope achter de
microfoon, kon ‘Goodbye Cruel World’ gerust op de eerste van
Midlake
gestaan hebben, appelleren ‘We Will Not Be Machines’ en ‘Yours and
Mine’ aan The Flaming Lips en lijkt ook de titeltrack op (erg
montere) Mercury Rev.

Een meesterwerk is ‘The Heart is the Place’ (nog) niet geworden,
want daarvoor speelde de groep misschien een tikkie te veel
leentjebuur en zijn enkele tracks nog te veel schets en te weinig
song. Daar staat dan wel tegenover dat Goldrush enkele bloedmooie
nummers heeft geschreven die niet alles maar wel heel veel goed
maken. Als de groep op de ingeslagen weg verdergaat komt ooit de
dag dat zij – eindelijk – loon naar werken krijgt…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =