
Hanne Hukkelberg musiceert niet, ze kookt. Vocalen marineren in
jazzy klanken, experimentele arrangementen pruttelen en teksten
lijken fris en smeuïg, maar ze bijten vaak als een Indisch
aperitiefhapje. Op haar debuut profileerde ze zich reeds als een
Nigella Lawson, maar dan met aurale vitaminen in plaats van
calorieën. Intieme huisvlijt zorgde voor een deugddoende warmte en
servies werd als in ‘Belle en het Beest’ tot leven gewekt met
meanderende vocale melodieën. Little Things was een
toprelease op het in bijzonderheid grossierende Leaf-label en
‘Rykestrasse 68’ kreeg in Scandinavië een lawine van lof over zich
heen. Terecht, want hoewel Hukkelberg zich als een spinnende kat
dichter tegen het been van de jazz aanschurkt, blijven de
glinsterende popmelodieën en originele arrangementen voor een
magische subtiliteit zorgen die betovert en ontroert.
Op Little
Things boetseerde Hukkelberg nog zangpartijen en speelse
geluiden met de kinderlijke onschuld van een kleuter die nog niet
buiten de cocon van ouderliefde was getreden, maar op ‘Rykestrasse
68’ wordt de sfeer bij momenten iets grimmiger. De zeepbel van
lieflijkheid wordt soms doorprikt en de grauwe realiteit sijpelt
als stinkend schuim naar binnen. De sfeer schippert tussen Jim
Henson en Tim Burton en Hukkelberg kruipt door creepy Under Byen-spelonken
om in haar vertrouwde Rykestrasse 68 de buitenlucht weer in te
ademen. Opener ‘Berlin’ laat koolstofmonoxide uit de luidsprekers
ontsnappen en Hukkelberg overtuigt je met zacht gefluister dat de
verstikkingsverschijnselen slechts inbeelding zijn. ‘A Cheater’s
Armoury’ zorgt gelukkig voor een toevoer van popzuurstof met een
onweerstaanbaar refrein en rake teksten over de trukendoos van de
gemiddelde Don Juan. Met songs als ‘Do Not As I Do’ en ‘True Love’
bewees deze nachtegaal al dat ze met haar vocale toverstokje
magische sprookjespop kan scheppen en haar verhaal over een
suïcidale zeerover in ‘The Pirate’ zet deze kwaliteiten nog meer in
de verf. De eerst drie songs van ‘Rykestrasse 68’ vormen meteen een
hattrick die kan tellen.
‘Do not as I do or you’ll feel blue’, zong Hukkelberg al
lieflijk op haar debuut en ook nu splitst ze ons narratieve bommen
in de maag met de frisheid van een sorbet. Dat het hoogtepunt van
de plaat een cover is, vormt geen teken van zwakte, want wat de
Noorse met ‘Break My Body’ van Pixies aanvangt, grenst aan het
magistrale. ‘Break my body, hold my bones’ , kreunt
Hukkelberg als een manisch-depressieve sirene die spijt heeft van
haar misdaden. Toch laten we bij zoveel sensualiteit de voorhamer
uit de handen glippen om zo de vicieuze cirkel van verleiding te
vervolledigen.
De zang mag op deze plaat iets meer naar rokerige jazz neigen, het
ongewone instrumentarium van Little Things is
bewaard gebleven. Fietswielen, messen, borden en flessen,
eiersnijders en houten schoenen: ze zijn allemaal van de partij om
de songs van Hukkelberg die huiselijke warmte te bezorgen die de
muziek zo aantrekkelijk maakt. ‘North Wind’ is misschien nog het
mooiste voorbeeld: een typmachine zorgt voor percussieve anekdotes
terwijl Hukkelberg op een zacht, maar dreigend tapijt van strijkers
boven Berlijn zweeft.
‘Rykestrasse 68’ is geen verrassende opvolger voor Hukkelbergs
debuut, maar de toverkracht van de Noorse nimf heeft niks aan
overtuiging ingeboet. De sfeer bedwelmt als een hallucinogene
kruidenthee, de songs zijn sterk en de stem van Hukkelberg muteert
met het grootste gemak van frivool en vrolijk naar onrustig en
dreigend. Hanne Hukkelberg nestelt zich moeiteloos aan de top van
Scandinavische muzikale exportproducten en het lijkt er niet naar
dat ze haar plaatsje nog zal afstaan.



