I Do I Do :: None

Indien er enige logica zit in het recycleren van muziektrends uit
het verleden, dan mogen we ons weldra – na een tijdlang om de oren
te zijn geslagen met niet alleen het boeiendste en avontuurlijkste
maar ook het platste en meest synthetische uit de jaren ’80 –
verwachten aan heuse nineties revival. Een groep die alvast de
logica en de chronologie respecteert is het Gentse I Do I Do, dat
vorige maand debuteerde met het uitstekende ‘None’. I Do I Do werd
begin 2004 opgericht door Stefaan Decroos en Jonas Tournicourt, een
duo dat twee jaar daarvoor nog in de finale van Humo’s Rock Rally
stonde met Land, hun vorige band. Wanneer even later Stephan Spriet
zich bij het tweetal voegt, is de eerste bezetting van I Do I Do
een feit. Op dat moment is de taakverdeling eenvoudig: Decroos
neemt zang, gitaar en het gros van het schrijfwerk voor zijn
rekening, Tournicourt – bij Land nog gitarist – bast en Spriet
drumt. Het trio pent een pak songs bij elkaar en die krijgen de
kans te rijpen op de podia van jeugdhuizen, clubs, festivals en
wedstrijden.

Het is ook als trio dat I Do I Do in de zomer van 2006 naar Boston
trekt om ‘None’ in te blikken. Voor die opnames gaat zowaar een
droom in vervulling, want als producer weet de groep niemand minder
te strikken dan Chris Brokaw. Brokaw was in de jaren negentig
drummer bij Codeine en (samen met o.a. Thalia Zedek) zanger en
gitarist van het redelijk legendarische Come, en zat ook al achter
de knoppen bij Steve Wynn, Evan Dando en Karate.
Op ‘None’ neemt hij naast zijn taak als producer ook enkele
gitaar-, toetsen- en percussiepartijen voor zijn rekening. Niet
minder belangrijk is echter de bijdrage van technicus en klankenman
Paul Q Kolderie, die in het verleden ook al mee verantwoordelijk
was voor de sound van grote namen uit de indie scene als Radiohead,
Buffalo Tom, Throwing Muses, Warren Zevon en Pixies.

Het inhuren van deze gepokte en gemazelde vakmannen was evenwel
geen overbodige luxe. Ook al waren we tijdens onze eerste
kennismaking met deze cd niet altijd meteen mee, wat wél meteen
opviel aan ‘None’ was de eigenzinnige sound. In heel wat songs zijn
het niet zozeer de vocalen van Decroos, maar eerder de
gitaarpartijen die een prominente plaats krijgen in de eindmix.
Aanvankelijk is dat wel wat wennen, maar door ‘None’ steeds opnieuw
te spelen bleken het net dié gitaren te zijn waardoor we dit
gaandeweg een behoorlijk verslavend plaatje zijn gaan vinden.
Belangrijk daarbij is dat Decroos niet kiest voor het vingervlugge
snarenwerk of de songs volstouwt met spectaculaire solo’s, wel
integendeel: de meeste nummers zijn subtiel en zorgvuldig
opgebouwd, vaak rond meerdere gitaarpartijen die op een vernuftige
manier vervlochten zijn met elkaar. Maar natuurlijk is I Do I Do in
de eerste plaats een band. We mogen dan ook de inbreng en het
belang van Jonas Tournicourt en Stephan Spriet niet over het hoofd
zien. Zij zijn immers méér dan zomaar een ritmesectie, en beperken
zich zeker niet tot het onderstutten van de nummers. Hun melodieuze
baslijnen en grillige drumpatronen zijn van even groot belang voor
de structuur van de composities van de groep als de gitaar van
Decroos.

De sound van de groep wordt wel eens omschreven als jaren ’90
grunge, maar daarmee is zeker niet alles gezegd. Er zijn
raakvlakken, maar er is meer. De gitaren op ‘None’ worden inderdaad
niet altijd even strak aangelijnd en ongetwijfeld hebben enkele
trommelvellen de opnames niet overleefd, achter de gitaarmuur gaat
echter vooral veel subtiliteit schuil waardoor de verwantschap met
bands als Come, Buffalo Tom, Dream Syndicate en in zekere zin zelfs
Television veel groter is. Onze hoogtepunten op deze uitstekende
plaat zijn ‘Delta Blues’, de titeltrack, ‘Let’s Play Northpole’
(gezongen door Tournicourt), ‘The Righteous Part of Town’, ‘If
Wishes Were Horses’ en ‘D-Glass’, die net zoals de meeste songs van
de plaat echte ‘groeiers’ zijn. Er gingen een aantal luisterbeurten
over eer ze ons echt bij ons nekvel hadden, het grote voordeel is
echter wel dat we hen niet zo gauw zullen beu gehoord zijn.

Tegelijkertijd houden we ook de concertkalender in het oog, want
intussen is ex-Karate-bassist Jeff Goddard de rangen komen
versterken zodat Jonas Tournicourt weer gitarist is. Dat moet – net
als op deze plaat – vonken geven!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =