i do i do :: None

Debuutplaten, het is een ras apart. Onverwerkte invloeden worden vergeven alsof het niets is, een gebrek aan maturiteit is vaak een pluspunt en een handvol mindere songs worden graag met de mantel der liefde bedekt, zolang er maar een paar nummers opstaan die de groep onderscheidt van de vele rest. Zo geschiedt ook bij None van het Oost-Vlaamse i do i do.

i do i do (let op de schrijfwijze) is Stefaan Decroos (zang, gitaar), Jonas Tournicourt (bas, zang, gitaar), Stephan Spriet (drums), en sinds kort ook Jeff Goddard (bas), en werd opgericht in 2004 uit de restanten van toenmalig Humo’s Rock Rally-finalist Land. Een eerste demo werd in mei 2004 opgenomen, en sindsdien werd hun curriculum opgefleurd met onder andere zilver in het Gentse rockconcours De Beloften 2004 (na The Violent Husbands) en de publieksprijs van Westtalent 2005.

In 2006 vond i do i do de tijd rijp voor een volwaardig eerste studioalbum, en onder het motto “als je iets doet, doe je het best meteen goed” trok de band voor de opnames naar de US of A, om daar in de Camp Street Studios in Cambridge, Massachuchetts None op te nemen. Ze kregen daarvoor de hulp van gerenommeerde namen als Chris Brokaw (Evan Dando, Come,…) en Paul Kolderie (Dinosaur Jr, Pixies,…).

Op zijn webstek omschrijft de groep zijn muziek als “een huwelijk van weerbarstige ritmes en luide mineurakkoorden, van heldere melodieën, en diepe basgeluiden.” Verder lezen we ook nog “een indie rockband met een bluesy feel, loud ‘n’ melancholic”. En veel hoeft daar eigenlijk niet aan worden toegevoegd. Op zijn eerste plaat klinkt i do i do behoorlijk nineties en hierdoor dringen vergelijkingen met de indierock zoals we ze kennen van bijvoorbeeld Dinosaur Jr, Nada Surf, of dichter bij huis Metal Molly, zich op. De jaren ’90 zijn nog maar net de hoek om of ze worden door de heren van i do i do alweer furieus tot leven geroepen. Het is eens iets anders dan alle door Joy Division en consorten geïnspireerde Groepen Van Nu.

None is een mengelmoes van diverse stijlen. Strakke gitaarriffs worden voortdurend afgelost door wild meanderende solo’s en bluesy ritmevertragingen. De betere nummers bevinden zich vooral in de eerste helft van de plaat. “Delta Blues” is even zompig als de titel doet vermoeden, het furieus rockende “The Devil” doet denken aan iets van Sonic Youth, en “Goods And Gear” ontpopt zich, gedragen door bonkende drums en rollende gitaren, tot een catchy valse trage.

Maar wat daarna volgt is met uitzondering van het knallende “If Wishes Were Horses”, nogal veel variatie op hetzelfde thema, waardoor de tweede helft van de plaat wat kleurloos en langdradig wordt. De gitaren gieren even hard en slaan nog steeds gretig allerlei zijwegen in, maar de eentonigheid bonkt steeds harder op de deur. De teksten vallen wat licht uit (“I wil send a flower to the queen/ sometimes I feel dirty/ mostly in between/the stars above/yellow with bitter green/shining on the road” Qué?) , en het lijkt alsof het versmelten van de uiteenlopende stijlen het gebrek aan goeie songs moet camoufleren.

Er staan met andere woorden genoeg nummers op deze plaat voor een ijzersterke e.p., maar door de — weliswaar moedige — keuze voor een langspeelplaat bouwen wij liever enige voorzichtigheid in wat betreft euforische toekomstvoorspellingen. Desalniettemin is None een veelbelovend debuut van een groep om in de gaten te houden.

i do i do speelt op woensdag 18/7 op Boomtown 2007 in Gent, in het kader van “De keuze van Vos”, en op vrijdag 20/7 in de Kinky Star, eveneens in Gent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 16 =