Leng Tch’e :: Marasmus

Het is al een tijd geleden dat Channel Zero als eerste (en enige) Belgische band een heldenstatus in de binnen- en buitenlandse metalwereld aangemeten kreeg, en even de overstap richting mainstream maakte. Met Leng Tch’e zal het zo’n vaart niet lopen, al heeft dat niks met de kwaliteit van Marasmus te maken.

Leng Tch’e speelt immers het soort ultratechnisch vleesmolenlawaai dat zich situeert tussen grindcore, death metal en een amalgaam aan genres dat eraan verwant is. Het is extreme, gewelddadige muziek die in maagdelijke oren zal klinken alsof de hellepoorten zonet opengegooid werden, al zullen getrainde luisteraars ongetwijfeld horen dat er genoeg visie, professionaliteit en eigen stijl (ook in de wereld van het muzikale extremisme een hekel punt) aan de dag wordt gelegd om over de volledige lijn te overtuigen. Wie zijn kans wil wagen slaat wel best een familieverpakking maagtabletten in. Lichte kost, it ain’t.

The Process Of Elimination (2005), hun vorige plaat en eerste voor Relapse, de premier league van de extreme metal, werd al beschouwd als een verloochening aan de klassieke grindcore, een keurslijf dat de band daarvoor ook al niet bijzonder goed paste. Maar met z’n ultrakorte erupties (drie vierde van de songs haalde de negentig seconden niet), maagomkerend gegorgel en de kenmerkende blastbeats was het nog steeds uitgelezen kost voor zowel fans van de klassieke sound (oude Napalm Death, Extreme Noise Terror) als de meer metal-georiënteerde lichting (Brutal Truth, Blood Duster, de hedendaagse Napalm Death).

Op Marasmus worden de grindcore-puristen opnieuw getreiterd tot ze op hun tandvlees zitten: er wordt nog steeds furieus getimmerd (luister maar eens naar de voortjakkerende “Nonsense Status” en “Tainted Righteousness”), maar er wordt steevast gerotzooid met de formule door tempowisselingen, gitaar- en zangstijlen te gebruiken die afwijken van de platgetreden paden. Trager kappende riffs zijn immers net zo bruut (“Social Disgust”), death metal-uitstapjes zijn intussen gewone kost (Leng Tch’e doet regelmatig denken aan Aborted, waar Sven De Caluwé de drumvellen inruilt voor het betere brulwerk), en zo nu en dan worden er zelfs aan hardrock en doom verwante passages vrijgegeven (“Confluence Of Consumers”, “Obsession Defined”).

Leng Tch’e is op een punt gekomen waarbij hij meer en meer zijn eigen stek weet te veroveren in een wereld waar bands vaak veel te moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. In navolging van een hele resem subgenres hebben ze het zelf ‘razorgrind’ genoemd, maar het opzoeken van een eigen hoekje was niet nodig geweest: aangezien zanger, gitaristen en ritmesectie op een avontuurlijke manier omspringen met de conventies, hebben ze dat al op een natuurlijke manier afgedwongen. Meer dan ooit staat Leng Tch’e dan ook voor complex spel, een indrukwekkende sound (courtesy of producer Fredrik Nordström), maar nu dus ook voor ingenieuze songstructuren. Dat de vijf daarbij een “atypische” song als “1-800-Apathy” naar voren schuiven als visitekaartje strekt hen enkel tot eer.

Zelfs voor degenen die in de metal geschoold zijn kunnen de zeventien beproevingen van Marasmus wat veel van het goede zijn. Het is immers een plaat geworden die van de luisteraar verwacht, zelfs eist, dat hij bereid is om mee te gaan tot het uiterste. Is hij daartoe niet bereid, dan wordt het verzuipen in een carnavaleske barrage van gegorgel en gehamer. Voor wie wel mee gaat, wacht er een intrigerende lap kabaal die moeiteloos de strijd kan aanbinden met de buitenlandse concurrentie. Leng Tch’e is goed op weg om een van onze betere exportproducten te worden. Tijd om die patriot in uzelf wakker te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 11 =