Mr Bean’s Holiday




Zat er echt iemand te wachten op een tweede
filmavontuur rond het veel te populaire typetje van Rowan ‘ja, ik
plooi voor een walgelijk vette paycheck‘ Atkinson?
Blijkbaar wel, als je zag hoeveel randdebielen hem achterna liepen
toen hij een paar weken geleden z’n Bean-nummertje in Brussel
opvoerde. Zelfs nationale trots Manneken Pis kreeg de
twijfelachtige eer om zijn ding te doen naast de
obsessief-compulsieve smoelentrekker. Tien jaar na de toepasselijk
getitelde ‘Bean: The Ultimate Disaster Movie’ is er nu ‘Mr. Bean’s
Holiday’, een flauw excuus van een film om Mr. Bean terug wat
commercieel cachet te geven. Want hoe rampzalig fout uitgespeeld de
eerste film ook was, hij liet wel degelijk de kassa’s rinkelen. Het
goede nieuws is dat ‘Mr. Bean’s Holiday’ een stuk verteerbaarder is
dan zijn voorganger. Er valt zelfs héél af en toe een geslaagd
oldskool slapstick-moment uit de mottenballenkast, stel u
voor. Het slechte nieuws is dan weer dat iedereen ouder dan twaalf
bitter weinig boodschap zal hebben aan de spastische strapatsen van
de mompelende kwiet.

Waar er bij de eerste Bean-film nog een krampachtige poging werd
gedaan om een verhaaltje rond de het typetje te breien, houden de
schrijvers het deze keer veel eenvoudiger. Mr. Bean wint met een
lokale loterij een reis naar de Franse Rivièra en mag dus al
fratsend door Frankrijk trekken met als eindhalte het filmfestival
van Cannes. That’s it. Steek hem in dat kig
kostuumpje, geef hem een camcorder mee en hang de vlag uit want
Bean gaat la douce France veroveren. Hij loopt verloren in
Parijs, raakt verstrikt in een broodjesautomaat, gaat een gevecht
aan met een zeevruchtenschotel en trekt de hele reis door de gekste
bekken. Olijker kan je het niet bedenken. Onderweg komt hij een
Russisch ventje (Max Baldry) tegen dat zijn vader is kwijtgespeeld
en mag hij ook z’n charmes bovenhalen om een lokale deerne (Emma de
Caunes) in te palmen. Enkel een Amerikaanse arty
farty
-regisseur (een amusante Willem Dafoe zet Vincent Gallo
te kakken) moet niets weten van die vreemde toerist die z’n
filmopnames (Bean verkleed als nazi!) komt verstoren. Enfin, die
sukkel van een Bean maakt wat mee, terwijl hij eigenlijk alleen
maar met z’n gat in de zon aan de Croisette wil liggen.

Rowan Atkinson heeft tien jaar de tijd gehad om zich te bezinnen
over de onvergeeflijke hoofdzonden die hij had begaan met zijn
eerste Bean-film. ‘The Ultimate Disaster Movie’ was eigenlijk niks
meer dan een goedkope poging om het fenomeen Bean populair te maken
in Amerika. Hij trok naar Californië, kreeg een krakkemikkige plot
over een museum en een schilderij rond de nog steeds actief
kwispelende oren geslingerd en moest awkward dialogen
aangaan met zijn Amerikaanse omstanders. En hij leerde een aantal
American approved levenslesjes. Zelfs de hardcore Beaners
moesten toegeven dat hun favoriete tv-typetje ferm struikelde bij
z’n overstap naar het veel te grote doek. Bean was Bean niet
meer.

In vergelijking met die eerste poging is ‘Mr. Bean’s Holiday’
(een knipoog naar de favoriete film van Eddy Wally, ‘Les Vacances
de Monsieur Hulot’) een lichte meevaller. Beans teksten worden
voornamelijk beperkt tot een oui, non en
gracias (clever van de makers om hem in een land te
droppen waar hij zelfs met z’n gebrekkig Engels niks kan aanvangen)
en in plaats van een lullig plotje te bedenken wordt er geopteerd
voor een ‘draad’: Bean op vakantie in Frankrijk. Dat is belachelijk
simpel, maar het werkt effectief beter. Of je fan bent van dit
soort comedy of niet, ‘Mr. Bean’s Holiday’ rolt gezapig en
vlotjes van de ene sketch naar de andere, hoe voorspelbaar of flauw
die dan ook mogen zijn. Er is richting, een consistente toon en een
afgebakende setting (regisseur Bendelack maakt aardig gebruik van
idyllische Franse plaatjes om een gezellig sfeertje te evoceren).
Ook de keuze om meer naar de stijl van een silent comedy
te gaan werpt z’n vruchten af. Het visuele aspect krijgt veel meer
aandacht dan in de eerste film en levert een paar geslaagde
momenten op. Zo is de mise-en-scène bij de liftende Bean-sequens
knap gedaan en zitten er tussen de vele dode momenten ook een paar
leuke visual gags verstopt (die wielrenners! Beans
afdaling naar het strand!). Het kader en de angle is dus
meer dan behoorlijk uitgewerkt. Nu moeten ze het alleen nog
opvullen met grappen. En die mogen dan wel minder irritant zijn dan
bij de eerste film, een explosie van geniale vondsten is het nu ook
weer niet geworden.

Het manke aan ‘Mr. Bean’s Holiday’ is niet dat de moppen slecht
zijn, maar dat ze zelden goed genoeg zijn om in full force
op de lachspieren te werken. Atkinson is een luiaard. Hij speelt
dat typetje met z’n ogen toe, bewijst dat hij zowel met een
elastisch als met een uitgestreken gezicht een joke kan
brengen, maar daar blijft het dan ook bij. Daarmee overleef je een
sketch van tien minuten (hoewel de situatiehumor in de sketches
niet onbelangrijk was), maar voor een langspeelfilm moet je echt
wel leuke en geïnspireerde situaties hebben om dat negentig minuten
lang plezant te houden. En dan krijg je een scène van tien minuten
waarin Bean met vadsige oesters speelt. Makkelijk scoren noemen ze
dat. Op die manier passeren er een paar goeie moppen (Bean als
Italiaanse mama die een aria ten gehore brengt, de
musical-uitsmijter), veel flauwe (een variatie op de das in de
broodjesautomaat hebben we al gehad in ‘Johnny English’.
Milieubewust recycleren zeker?) en een paar regelrechte missers
(die hectische finale in Cannes is een rommeltje van jewelste).
Meestal blijft de glimlach hangen, maar verder zullen de mondhoeken
nooit moeten krullen. Eén van de weinige fouten die ze wél hebben
overgenomen uit de eerste film is het feit dat de cinema-Bean veel
braver is dan de tv-Bean. Familievriendelijker (Mr. Bean ontfermt
zich op Chaplineske wijze over een jongetje), maar ook minder
pittig en dus saaier.

Maar laten we niet vergeten dat ‘Mr. Bean’s Holiday’ eigenlijk
niks meer wil zijn dan een pretentieloze familiekomedie. De koters
zullen gieren, de ouders zullen zeggen dat de tv-Beanies
zoveel leuker waren en opa kan wat vertellen over de goeie ouwe
tijd van Jacques Tati. Voor een typetje dat eigenlijk al meer dan
tien jaar geleden uitgeput was, valt deze onschuldige sequel nog
best mee. Allez hup, vier punten omdat het Pasen is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + 8 =