Five O’Clock Heroes :: Bend To The Breaks

Vernieuwend klinken ze niet, de vier snotapen van Five O’Clock Heroes. Maar dat is ook het enige wat je hen kunt verwijten. Okselfris of aanstekelijk is hun sound immers wel, en dat maakt het gebrek aan originaliteit ruimschoots goed.

Argeloze muziekliefhebbers zitten vaak niet te wachten op experimentele progrock met een hoek af, of obscure electronica-experimenten met een kirrende koe op zang. Nee, zo nu en dan volstaat een album dat al na één luistersessie vertrouwd in de oren klinkt. Zo vertrouwd, dat het na enkele dagen lijkt alsof de plaat in kwestie al eeuwen anoniem stof lag te vergaren in de stereotoren. Tijdloos dus, zonder dat het gebrek aan een eigen smoelwerk gaat storen.

Het debuut van Five O’Clock Heroes is een amalgaam van de grote namen uit een recent en minder recent verleden. Frontman Antony Ellis heeft zelf al aangegeven een grote fan te zijn van Elvis Costello, en dat hoor je. Het ongekunstelde, wat gemankeerde underdoggevoel wordt niet uit de weg gegaan. “I think my girls sleeps with someone else”, zingt Ellis op “Run To Her”. Een uitstekende track overigens, hoewel een bedankje aan zowel Costello als The Strokes wel op zijn plaats zou zijn.

Het is geen toeval dat de vibe van die laatste groep op deze plaat prominent aanwezig is. Ellis richtte zijn band op in het gezegende jaar 2003, in de slipstream van populaire groepen als Yeah Yeah Yeahs, The White Stripes, en — jawel — The Strokes. Het duurde echter nog drie jaar voor Five O’Clock Heroes voldoende materiaal bij elkaar had om een fatsoenlijk debuutalbum samen te stellen.

Elf tracks worden nu op de wereld losgelaten en maar twee nummers blijken ongelooflijk slecht te zijn; zowaar geen slecht gemiddelde. Op “Stay The Night” gaat Ellis met de billen bloot, want zijn vocale geblaat lijkt op een flauw doorslagje van Luke Pritchards (The Kooks) geforceerd klagerige puberuithalen. “Number Again” is dan weer het typische niemenddalletje waar weinig debuutalbums van bespaard blijven.

Wat dan nog rest rest zijn negen nummers die uitblinken in vakmanschap. Steevast wordt hetzelfde trucje toegepast, maar dat deert niet. “Time On My Hand” is vooral bekend als het bijzonder catchy StuBru-hitje. De wat springerige baslijn refereert vaagweg aan The Jam, zonder al te gedateerd te klinken. Wat duidelijker komt de invloed van The Police tot uiting in de blankemansreggea van “See You From Behind”.

De eerste track, “Head Games”, is zo’n nummer dat je vrolijk laat rondspringen. Het klinkt geïnspireerd op de aloude Britse traditie van de pubrock, gemengd met wat modernere invloeden. “Anybody Home” jengelt eveneens in ijltempo voorbij, en laat een vleugje Arctic Monkeys vermoeden.

Bend To The Breaks zal heus niet hoog scoren in de hitlijsten. Daarvoor ontbreekt de eigenzinnigheid die populairdere alternatieve bands boven de middelmaat uitstuwt. Maar — en dat moet de vier jonge snaken nagegeven worden — ze excelleren wel in die middelmaat, wat de plaat een zeker aura van tijdloosheid bezorgt. Dat lustig riffs en licks van wat populairdere bands gestolen worden, zal daar wel een en ander mee te maken hebben. Het gaat hier niet om een hoogvlieger, maar toch boeit de plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 11 =