Blind





98 min./ Nederland- België/ 2007

Naast IQ, inkomen, leeftijd, achtergrond en godsdienst, scoort
ook ‘schoonheid’ bij veel Vlamingen nog steeds hoog in het lijstje
van zaken die bij de partners moeten overeenstemmen om een relatie
enige kans op slagen te geven. Deze enquêtepraat heb ik zelf
verzonnen, maar ik heb een voorgevoel dat je dit binnenkort wel in
de Flair zult kunnen lezen, uiteraard gestaafd met harde cijfers en
schokkende getuigenissen. Want als jij en je liefste niet in
dezelfde X-factor-categorie zitten, krijg je al snel de
plakker ‘beauty and nerd’ op je neus gekleefd en kan je er
maar beter meteen een groot kruis over maken. De klokkenluider van
de Notre Dame is nog altijd niet over zijn Esmeralda en hoe lang
gaan Kate Moss en zombie Pete Doherty elkaar nog wijsmaken dat ze
een hemels paar zijn? Een paar bladzijden in de Flair verder (na de
tips voor een beter orgasme: eet méér chocolade!) staat dan dat
andere cliché daar staalhard tegenover te blinken: hou je van
jezelf zoals je bent, want liefde is blind! Wat zal het zijn?
Kijken wij nu gewoon door de ogen, recht in het hartje? Of zijn
looks echt alles? Regisseuse Tamar van den Dop neemt in
haar eerste langspeelfilm ‘Blind’ deze levensvraag nogal letterlijk
onder de loep. Ze neemt de proef op de som met een blind
hoofdpersonage en peutert de hele film lang aan het vraagstuk of
ook zijn liefde écht blind is…

Ruben (Vlaamse Joren Seldeslachts, uitgegroeid van ‘Blinker’ tot
‘Blind’) is een blinde jongen die samen met zijn kreupele moeder
(Katelijne Verbeke) in een groot herenhuis met honderden kamers
woont, in een land dat altijd met een feeërieke laag poedersneeuw
bedekt is. Blind of niet, Ruben is een harteloos, irritant kind,
dat alle voorleesfeeën wegjaagt die zijn moeder voor hem uitkiest,
omdat hij niet wil dat ze naar hem kijken. Maar Marie (Halina
Reijn, met haar gezicht plat in de bloemsuiker gevallen) is anders
– ze heeft een prachtige stem en Ruben wordt in haar buurt een
zoet, mak schaapje. Hij fantaseert over haar als een prachtige
rooie Zita met curves in all the right places,
maar de waarheid is anders. Marie is namelijk geen spring in’t
veld, maar ziet eruit alsof alle leven uit haar is weggetrokken en
heeft littekens op haar gezicht. Ze speelt het spelletje echter mee
en laat Ruben voorzichtig in de waan dat ze een betoverende
hotshot is. Als blijkt dat Ruben misschien terug zal
kunnen zien, neemt haar twijfel en onzekerheid om haar uiterlijk de
bovenhand en vlucht ze bij hem vandaan.

Klinkt dit als een sprookje? Het is er zo goed als één, want van
den Dop haalde het grootste deel van haar inspiratie uit ‘De
IJskoningin’ van Hans Christian Andersen, over een jongen die
scherven in zijn ogen en hart krijgt en daardoor vanbinnen koud en
kil wordt. Daar wordt dan nog een vleugje “Belle en de albino” aan
toegevoegd om de mix van wat ze bij Suske en Wiske “het rijk der
sagen en legenden” zouden noemen, af te maken.

De setting van ‘Blind’ is bijzonder: het verhaal lijkt zich af
te spelen in zo’n glazen sneeuwbol: een landschap overgoten met
schilfertjes, een overkoepeld glazen bestaan, waarin de tijd heeft
stilgestaan en waar de personages tegen het glas zouden lopen als
ze zich te ver van het vertrouwde centrale huisje zouden wagen. Van
den Dop tovert een gedurfde, zeer eigen vormgeving op het doek,
voornamelijk gekleurd in Delfts blauw en Dash “witter-dan-wit”. Het
landschap ademt met veel zorg de eenzaamheid van Ruben en Marie
uit. Van den Dop heeft haar film opgevat als een zintuiglijke
ervaring en nu we dankzij ‘Perfume’ weten we dat je cinema ook kan
ruiken, betrekt ze dan ook alle mogelijke zintuigen erbij. Ze werkt
vanuit het principe dat als je één zintuig afsluit, je je andere
intenser ervaart (waarom kussen we anders met onze ogen toe, denk
je?). Ruben kijkt met zijn vingers en aan de hand van extreme
close-ups wordt getoond hoe zijn tastzin de functie van zijn ogen
overneemt, hoe zijn neus een parameter voor schoonheid wordt en hoe
tijdens het luisteren naar Marie’s stem zijn verbeelding begint te
werken. De muziek en geluidsvoering spelen in dit spel met
zintuigen ook een grote rol. Soms worden beelden in zuivere stilte
gehuld om ze straffer te laten overkomen en op andere momenten
versterken scherpe geluiden net de gevoelens en ervaringen van de
personages. Als Marie zichzelf in de spiegel bekijkt, klinkt er een
akelig geluid van barstende scherven. Junkie XL, die de soundtrack
componeerde, geeft zijn eigen speciale sound aan het geheel, maar
toont dat er diep in hem ook een klassiek geschoolde muzikant
zit.

Dit is een film over en blijkbaar ook voor blinden. Dat klinkt
ongeveer even contradictorisch als muziek voor doven of
radiopresentatoren met een spraakgebrek, maar toch heeft van den
Dop hen niet in de kou willen laten staan. Ze maakte bij de film
een audiodescriptie die blinden en slechtzienden in de cinema
kunnen beluisteren. Tamar van den Dop geeft een unieke kijk op de
wereld van een blinde en heeft in het algemeen een heel aparte kijk
op cinema. Haar beeldvoering is zeker interessant en er zit veel
potentie in deze dame, maar bij haar volgende keer moet ze naast
het invullen van de prentjes misschien toch iets meer energie
steken in het scenario. Ken je het, zo’n film die alles in huis
heeft om te vonken, maar maar niet in gang (laat staan in brand)
wil schieten? ‘Blind’ groeit niet uit tot een warm liefdesverhaal
of zelfs maar een film waar je nog eens dromerig aan terug zal
denken.

Waarschijnlijk is het verhaal bewust heel eenvoudig gehouden,
zonder al te grote gebeurtenissen of ingewikkelde wendingen: het is
meer opgevat als een totaalervaring, maar dat is niet genoeg om ons
lam te slaan. Met de korte inhoud van hierboven is zowat de kous af
en ook de dialogen zijn geen genietbare luisterfragmenten: ze
klinken stroef (het blijft een vloek van het Nederlands) en missen
passie en originaliteit. Net zoals heel het verhaal, dat teveel
blijft ronddobberen in die tegenstelling mooi-lelijk en dat de
verwachtingen rond wat er zal gebeuren als Ruben eenmaal weer kan
zien, niet kan inlossen. Jan Decleir en Katelijne Verbeke spelen
zonder al te veel inleving en het bijeengeduwde koppel
Seldeslachts-Reijn doet hard zijn best om ingetogen te doen, maar
of velen hun acteerwerk zullen bekijken, is nog maar de vraag: het
Kinepolisvolkje zal er geen ‘Firmin’ voor laten staan en de
alternatieve filmliefhebber zal misschien niet de moeite doen om
naar de Kinepolis af te zakken.

Visueel is de film zeer oké, maar door het stapvoets verkeer en
de schwung van pakweg een ‘schone slaapster’, gaat er een grote
leegte uit van de film, die je best aardig kan opvullen met een
spelletje “Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet”, maar die je niet met
een vervuld gevoel de zaal uit stuurt. Wat hebben we geleerd? Dat
niet alles wat je in de frigo stopt, er cool weer uit komt, soms
gewoon wat vastgevroren. Misschien had van den Dop toch eens met
haar sneeuwbol moeten schudden, dus: shake it next time,
Tamar!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven − zes =