The Good German

Ik heb zelden zo’n unaniem lovende reacties gehoord op een film
als toen enkele jaren geleden ‘Far From Heaven’ uitkwam, een prent
van Todd Haynes die was geconcipieerd als een lange ode aan de
melodrama’s van de jaren vijftig. In diepe kleuren gebaad en
volledig gedraaid volgens de technische standaards van de fifties,
maakte Haynes van ‘Far From Heaven’ een magniefieke retro-trip waar
zowat iedereen die ‘m zag diep van onder de indruk raakte. Iets
gelijkaardigs doet Steven Soderbergh nu met ‘The Good German’, al
gaat hij dan nog wat verder terug in de tijd, naar de jaren
veertig. In de traditie van ‘The Third Man’, ‘Casablanca’ en ‘Out
of the Past’ geeft hij ons een nogal grimmige film noir
die zich afspeelt in een in sfeerrijk zwart-wit tot leven gebracht
Berlijn anno 1945.

George Clooney speelt Jake Geismer, een journalist in dienst van
het Amerikaanse leger, die vlak na de Duitse overgave naar Berlijn
wordt gestuurd om verslag uit te brengen van de Potsdamconferentie
(waarin Amerika, Groot-Brittannië en Rusland over het lot van hun
verslagen vijanden beslisten). Daar ontmoet Geismer een oude vlam
opnieuw: Lena Brandt (Cate Blanchett), werkte voor Geismer als
ritselaar voor de oorlog, maar is nu verplicht zich te prostitueren
om rond te komen. Haar man Emil wordt gezocht door de Amerikanen,
hoewel het niet helemaal duidelijk is waarom. Lena klampt zich vast
aan de schofterige soldaat Tully (Tobey Maguire), in de hoop dat
hij haar naar Amerika zal kunnen brengen. Wanneer Tully vermoord
wordt teruggevonden, raakt Geismer verstrikt in een uitgebreide
intrige die op de één of andere manier te maken lijkt te hebben met
Lena’s echtgenoot en zijn bezigheden tijdens de oorlog.

Meer details geven over de plot zou moeilijk zijn, omdat die
enerzijds, zoals in de meeste authentieke film noirs,
zodanig gecompliceerd is dat er minstens twee kijkbeurten en vijf
pagina’s voor nodig zouden zijn om ‘m helemaal uit te leggen (breng
een notaboekje mee), en omdat het verhaal anderzijds, zoals in
vrijwel àlle authentieke film noirs, totaal irrelevant is.
We krijgen een doolhof aan al dan niet verborgen relaties en
bedriegerijen, maar waar het Soderbergh écht om te doen is, is het
vormelijke experiment van ‘The Good German’.

De regisseur wil hier de illusie creëren dat we écht naar een
film uit de jaren veertig aan het kijken zijn, en haalt daarvoor
alles uit de kast. Hij filmt in zwart-wit, gebruikt archiefbeelden,
laat scènes via lange fade outs en wipes in
elkaar overgaan, de muziek is erg nadrukkelijk aanwezig en hij
gebruikt ook geen cameratechnieken die toen nog niet voorhanden
waren – geen steadicams, nauwelijks één of twee handgehouden shots.
Bovendien heeft hij de hele film in mono opgenomen en gebruikt hij
geen breedbeeldformaat: we gaan terug naar 1.66, een
beeldverhouding die bijna gelijk staat met het scherm van een
ouderwetse, “vierkante” tv. Ook de acteurs hebben opdracht gekregen
om meer gestileerde vertolkingen te geven – als je naar films uit
die periode kijkt, merk je op dat emoties net iets teveel worden
aangedikt en dat de personages vaak luider praten dan gewone mensen
zouden doen; een ietwat theatrale acteerstijl, die contrasteert met
het naturalisme dat vanaf de jaren zestig volop doorbrak. Voor ‘The
Good German’ keren we terug naar die declamatorische stijl, en zo
hoort het ook binnen de opzet van de film.

Er zijn maar twee punten waarop Soderbergh afwijkt van zijn
zelfopgelegde stijlvorm: ten eerste beweegt de camera vaker en
wordt er sneller gemonteerd dan in films uit de jaren veertig het
geval zou zijn geweest. Kijk naar ‘Casablanca’ en merk op hoe lang
die shots duren: heel vaak wordt de camera daar gewoon neergezet en
mogen de acteurs twee, drie minuten lang hun ding doen. Hier is dat
niet het geval. En ten tweede mag de vorm dan wel helemaal
conformeren aan de forties, de inhoud is soms voelbaar
moderner, met taalgebruik, seks en geweld die destijds nooit door
de filmkeuring zouden zijn geraakt. Die eerste inbreuk op de regels
stoort nauwelijks, die tweede soms wel. Eén van de redenen waarom
‘Far From Heaven’ zo goed werkte, was omdat je de emoties van de
film moest gaan zoeken onder het keurige gedrag van de personages –
de schijn van het nette, gezinsvriendelijke melodrama van de
fifties werd nooit doorbroken. In ‘The Good German’ wordt
die retro-facade soms opvallend doorprikt eens de personages
fuck zeggen of doen.

Hoe het ook zij, stilistisch weet Soderbergh een ronduit
fantastische film af te leveren: de gestileerde, contrastrijke
belichting, de schitterende sets die op nét de juiste manier een
heel klein beetje gekunsteld lijken, de acteerprestaties die
precies de correcte statische toon weten te bereiken, de bewust
slechte back projection telkens wanneer de personages in
een auto zitten… Ik zou honderd details kunnen opsommen die de
sfeer van de film noir perfect evoceren.

Ook de structuur van het verhaal is clever gevonden: we krijgen
een driepersoonsstructuur, waarin Tobey Maguire het eerste deel op
zich neemt, George Clooney het tweede, en Cate Blanchett het derde.
Die drie delen zijn zo duidelijk van elkaar te onderscheiden dat er
net zo goed een titel in beeld had kunnen verschijnen met “Act 2”
of “Act 3”, maar ook dat is weer bewust gedaan. Telkens wanneer het
vertelperspectief verschuift, wordt dat aangekondigd met een korte
voice-over van de persoon die het verhaal overneemt. Da’s een
interessante techniek, omdat Soderbergh op die manier de kijker
méér informatie kan geven dan eender welk individueel personage –
wat Clooney meemaakt, vormt een aanvulling op wat Maguire al wist,
maar misschien dat Cate Blanchett ons achteraf komt vertellen dat
het allemaal niet waar was. Who knows?

Nochtans is die intrige een belangrijk zwak punt in ‘The Good
German’ – het wordt allemaal behoorlijk ingewikkeld, en de
combinatie van een complexe plot met al die stijlelementen die je
te verwerken krijgt, zorgen soms voor een gevoel van
overload. Vandaar ook dat dit een film is om twee of zelfs
drie keer te bekijken: eens je het verhaal volledig doorgrond hebt,
kun je allicht meer genieten van de filmische spelletjes die
Soderbergh speelt.

Er zullen natuurlijk wel weer genoeg mensen zijn die het
allemaal maar een gimmick vinden zonder meer, maar ik vind
dat soort van commentaren altijd een beetje een makkelijke kritiek.
Ja, het is een gimmick, en dàn? Wat is de bestaansreden
van 99 procent van de films die uitkomen – dat je weet wie het
gedaan heeft? Dat je kunt zien hoe de jonge Hannibal mensen opvreet
of hoe een Maya-krijger op de loop gaat voor maffe priesters? Dan
vind ik de vormelijke experimenten van Soderbergh op z’n minst een
even goeie reden om een film te maken. Zeker omdat je je als kijker
in de tussentijd niet hoeft te vervelen met z’n prachtige
stijlgrepen. Het is jammer dat hij soms uit z’n rol valt met z’n
overduidelijk post-1945 seks, gevloek en geweld, en oké, het
verhaal rammelt soms… Maar ‘The Good German’ is op z’n minst een
product van een levendige verbeelding, talent en oprechte liefde
voor de film.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =