Pet :: Player One Ready

U zal ons niet vaak de woorden "subliem", "meesterwerk" en "buitenaardse grooves" in een zin horen gebruiken, maar voor Player One Ready, het ronduit fantastische debuut van Pet, maken wij graag een uitzondering. De plaat verenigt moeiteloos synthesizer- en laptopnoise met rock, haast alsof het een bloedgeil koppel op hun eerste huwelijksnacht betreft. Deze plaat zou, bij wijze van spreken, een lamme terug aan het dansen krijgen.

Nochtans was de in Berlijn wonende Duitser Andre Abshagen met Pet niet aan zijn proefstuk toe. Eerder maakte hij al furore met Dauerfisch. Onder de naam Pet wilde hij een ode brengen aan de funk en disco van de jaren zeventig, zonder evenwel te vervallen in een nostalgietrip zonder meer. Aldus zag Player One Ready het levenslicht.

En mensen, wat een plaat! Opener "No Yes No" klinkt als de song waar Beck sinds "Devil’s Haircut" tevergeefs naar zoekt. Een killer van een drum, een waterval aan elektronische geluidjes, een lekker centrale bas en een gitaar die voor de verandering nog eens funkt als de beesten. Vingerknippend skippen wij naar "Hovercraft". "We’re gonna hear electric music", zingt Abshagen, waarna een gitaar als schuurpapier minutenlang soleert. Klasse!

In "Superpet" jaagt Abshagen alles door een filter – een soort wahwah voor synthesizers. De song begint met pure elektronica, om gaandeweg open te barsten in gitaarnoise waar we niet van terughebben. Het lijkt een beetje op de coldwave van Vive La Fête, maar dan beter. Met "Intro Theme" stappen we in een teletijdmachine die ons rechtstreeks naar de jaren zeventig transporteert. De song lijkt zo weggeplukt uit een of andere hippe tv-serie of film, genre "Shaft". Dit is, met een intraveneuze bas en een lekker analoge Moog-synthesizer, superieure disco zonder weerga.

In "Time To Leave" goochelt onze Duitse vriend iets te veel met stemeffecten, een euvel waar ook "Snooze" onder lijdt. Vooral die laatste song is een beetje te gemakkelijke huis-, tuin- en keukenelektronica. "Sleepless" vormt de eerste song die voluit de kaart van rock trekt. Een heerlijke staccato gitaar — ze herinnert zelfs aan "Dirty Boots" van Sonic Youth — vormt de ruggengraat voor een honingzoet refrein. Mooi!

"Picnic By The Sea" herinnert aan "Badly Drawn Boy", maar heeft vooral dezelfde hang naar loepzuivere harmonieën als het beste van The Beach Boys. Wij gaan zelfs verder: als je deze song door Paul Mc Cartney laat zingen, denk je zo aan een verloren gewaande track van The Beatles. Hekkensluiter "Monza" vormt de kers op de taart: een mooi verstandshuwelijk tussen bliepende synthesizergeluidjes en een bas die met vier snaren in de jaren zeventig is blijven steken.

De meeste recensies die we lazen hebben het over de nieuwe Daft Punk, maar dat is iets te makkelijk. Pet staat immers met één been stevig in rock verankerd. Als we dan toch met namen moeten gooien, denken wij eerder aan Superfurry Animals. De muziek van Player One Ready is zo schizofreen als de pest: je kan de plaat zowel op een rockfestival in een liveopstelling beluisteren als dat je er uit de bol op kan gaan in de betere disco. Albert Moog, een van de vaders van de synthesizer, is vorige week overleden. Wij hebben zo’n blauw vermoeden dat hij op dit ogenblik enthousiast vingerknippend in zijn graf ligt…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 11 =