Sophe Lux :: Waking The Mystics

Sophe Lux werd in 2002 opgericht als een project rond Gwynneth
Haynes. Haynes debuteerde op haar zesde in enkele commercials en
maakte al snel de overstap naar toneel en film, waarbij ze vaak op
de loonlijst van haar broer Todd Haynes belandde (die later onder
meer ‘Velvet Goldmine’ en Far From Heaven zou
regisseren). Toch verruilde ze uiteindelijk de camera voor de
microfoon en dit niet zonder succes. Het album ‘Plastic Apple’ kon
in het Amerikaanse thuisland op heel wat bijval rekenen, maar
nadien werd het geruime tijd stil rond Sophe Lux. Achter de
schermen groeide de one woman show geleidelijk aan uit tot
een volwaardige vijfkoppige band en vanaf 2004 werd de carrière
dankzij ettelijke gesmaakte concerten weer aangewakkerd.
Desalniettemin bleef het aftellen naar de tweede release duren.
Deze plaat was nochtans in het najaar van 2005 ergens te velde in
Portland al opgenomen onder de deskundige begeleiding van Adam
Selzer, die met The Decemberists en
M. Ward al
enkele mooie referenties op zijn cv staan heeft. Van een zekere
anticipatie is dus alvast sprake en deze werd alleen nog maar
aangewakkerd door de omschrijving van het materiaal als een
combinatie van Kate Bush (de persoonlijke heldin van Haynes), Lord
Byron en Queen. Een zogenaamd humoristische en bij momenten
carnavaleske ontdekkingstocht doorheen de denkwereld van Nietzsche,
de visioenen van Blake en de beslommeringen van de alchemisten
wordt beloofd: refuseren is moeilijk maar sta ons toe
tegelijkertijd al even een argwanende wenkbrauwfrons te
forceren.

Hoe onmogelijk deze missie ook lijkt, ‘Marie Antoinette Robot 2073
(A Rock Opera)’ bewijst dat het toch lukt om al deze invloeden te
combineren. Het langste en tegelijkertijd meest theatrale nummer
van de plaat is opgedeeld in verschillende luiken waarbij de
persoonlijkheidscrisis van Marie Antoinette wordt beschreven
alvorens ze de toekomst wordt ingeschoten. De stilistische
bastaarddochter van Lord Byron en Freddie Mercury bestaat dus toch.
De track zelf is een eclectische aaneenschakeling van ritmes en
staat bol van de woordspelletjes. Deze gimmick overstemt de
muzikale waarde echter niet, maar is net de charme van Sophe Lux.
In de meeste nummers schuilt steeds een verrassing om de hoek. Aan
de stem van Haynes kan het even wennen zijn en sommigen zullen ze
aanvankelijk geforceerd burlesk vinden klinken, maar na een korte
acclimatisering is het moeilijk om niet mee te gaan in de wereld
van Sophe Lux.

Opbouw en constructie zijn eveneens enkele sterktes van de groep.
‘Target Market’ kent een mooie inleiding en loopt zo over naar
prettige pop die dankzij de vele variaties op het thema blijft
boeien. ‘String Theory’ gaat van melancholische pop over in
vrolijke folk. ‘Lonely Girl’, mogelijk het beste nummer van de
plaat, wordt dan weer ingeleid door een marching band en
bloeit zo zorgvuldig open (let maar eens op de geweldig geplaatste
gitaaraccenten). De track is eveneens een toonbeeld van de
humoristische toets die de lyrics bieden: de eenzame meisjes die
hier worden opgevoerd, zijn onder meer een vervolgde heks en de
hoer van Babylon. ‘God Doesn’t Take American Express’, een
aanklacht tegen de op consumptie gerichte maatschappij, werkt dan
in de refreinen weer toe naar uitbundige gospel.

‘Waking The Mystics’ verkent eveneens vrijwel alle genres van het
muzikale landschap. Van weemoedige blues in ‘Time Of Light’, langs
het meer rockgerichte geluid van ‘Little Soldier Of Time’ tot de
musicalsound op ‘Electra 33’. ‘Stella’ is duidelijk een eerbetoon
aan Kate Bush, aangezien Haynes hier even de legendarische vocale
gymnastiek van haar idool nabootst. Ook voor het einde wordt nog
een stijlexperiment achtergehouden: de rustige, warme gospel van
‘Fill Me Up With Grace’ besluit zo de plaat met klasse.

Sophe Lux, de naam laat hier ongetwijfeld nog geen kerkklokken
luiden, maar toch kan dit tweede album van het collectief met het
volste vertrouwen in huis gehaald worden. Voor de avontuurlijke
muziekliefhebber is dit meteen een safari doorheen alle genres en
tijdskaders. De valkuil style over substance wordt
bovendien dertien nummers lang op magistrale wijze ontweken. Om af
te ronden ook nog even een eervolle vermelding voor de hoes, die
meteen ook de prijs van snoezigste konijn op een albumcover in de
wacht sleept.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 3 =