Jackass Number Two :: the Movie




‘Jackass’ zal voor mij altijd dat programma op MTV
blijven waarin een stel duiven voer uit de bilspleet van één van de
crewleden at. Sommige dingen maken nu eenmaal een blijvende indruk.
Voor het geval je maandenlang in een grot in Afghanistan hebt
gezeten: in dit programma worden de meest bizarre stunts, waar
liefst lichaamsvloeistoffen aan te pas komen, afgewisseld met
Candid Camera-achtige momenten. Aangezien de eerste film die
hiervan gemaakt werd de kassa’s behoorlijk deed rinkelen, werd
besloten tot een tweede deel. Lucky us.

Een plot heeft de film niet, en hoewel er onder de
titel van de filmposter met grote rode letters ‘uncut’ staat, is de
prent, ironisch genoeg, waarschijnlijk de meest verhakkelde collage
aan gortigheden waar een monteur ooit aan heeft mogen zitten
pielen. Na elke stunt komt er een cut, en daarna nog een stunt. En
nog een. En nog een. Wat gebeurt er dan zoal? Een man krijgt een
dildo in zijn achterste geschoten. Lachûûûh (om het publiek
duidelijk te maken wanneer het moet lachen, zie je de crew
bereidwillig het keihard beginnen uitgieren). Een bloedzuiger wordt
in iemands oog gezet; alweer een reden om te lachen, gieren en
brullen. En zo gaat dat meer dan anderhalf uur lang.

Aangezien een hoop stunts (vrijwel) naakt worden uitgevoerd, kunnen
we als kijkers zien dat de Jackass-crew voornamelijk bestaat uit
gespierde mannen met meer tattoos dan de Red Hot Chili Peppers. De
niet-gespierde leden vallen vooral op door hun afwijkend postuur:
één is extreem dik, een ander erg klein. Johnny Knoxville maakt
hier als aanvoerder van het Jackass-team zijn rentree in de film,
na het Oscarwaardige meesterwerk ‘Dukes of Hazzard’. Hij valt
vooral op door het feit dat hij voornamelijk de stunts lijkt te
doen die de rest niet aandurft, en door zijn hysterische gelach om
de pijn van anderen. Collegiaal zijn de heren sowieso niet; als lid
moet je constant bedacht zijn op andere leden die de stunt nog wat
heftiger willen maken door bijvoorbeeld de garagedeur dicht te
laten vallen als je in een winkelwagentje aan komt stormen of door
je een trap op een gevoelige plek verkopen.

Opvallend genoeg, hoewel we de heren regelmatig vrijwel naakt zien,
is de benadering bij nader inzien behoorlijk preuts; er vallen
bijna geen geslachtsdelen te zien. (Één van de uitzonderingen
daarop is de beste scène uit de film; het kleinste Jackass-mannetje
loopt naakt over een conferentietafel en verdwijnt weer. Hopelijk
staat er ook zoiets op het programma bij de volgende
enola-redactievergadering. Liefst een vrouw.) Of dat komt door de
strenge filmkeuring in Amerika, of omdat de mannen toch
kleinburgerlijker zijn dan ze zich voordoen, blijft de vraag. Zeker
omdat bij een andere scène er (gelukkig) ook niet doorgebeten
wordt; hierin worden twee mannen uitgerust als bebaarde Arabische
terroristen die een taxi moeten kapen, maar -spoiler- de
taxichauffeur blijkt ook een acteur en jaagt hén angst aan door met
een echt pistool te dreigen. Was de chauffeur niet duidelijk een
acteur geweest, dan was deze recensie, voor zover mogelijk, nóg
negatiever uitgevallen. Sinds 11 september zijn dit soort grappen
nét iets minder leuk dan daarvoor.

Bij het bekijken van ‘Gone with the Wind’
vorige week, viel de constante muziek me op; zoiets zou nu toch
niet meer kunnen? Wat een naïef idee. ‘Jackass 2’ bewijst meteen
mijn ongelijk; bijna elk moment van de film speelt er
achtergrondmuziek. (Kennelijk hadden de programmamakers er
onvoldoende vertrouwen in dat alleen het kijken naar de stunts het
publiek genoeg zou vermaken). Maar goed, met al dat is de
achtergrondmuziek één van de weinige lichtpuntjes: de film opent
met Morricone’s ‘Extacy of the Gold’, en ook ‘Also sprach
Zarathustra’ en ‘A little less conversation’ (in de Elvis-versie)
komen voorbij.

Is het kijken naar zo’n film spannend? Nauwelijks, eerlijk gezegd.
Af en toe denk je wel ‘O, mijn God!’ en vraag je je met schuldig
plezier af hoe dit af gaat lopen, maar na ongeveer een uur zat ik
elke vijf minuten op mijn horloge te kijken hoelang dit nog ging
duren. De stunts duren op zichzelf erg kort (van een paar seconden
tot hoogstens een minuut of acht) en ontberen variatie. Meestal
worden dingen afgeschoten, valt er iets of wordt dieper ingegaan op
bepaalde lichaamsfuncties. De meeste daarvan hebben te maken met
het achterste; de film is dan ook zeer aan te raden voor mensen met
een anale fixatie.

Is ‘Jackass 2’ grensverleggend? Tja. Het valt moeilijk te ontkennen
dat hier iets bijzonders te zien valt; de stunts zijn nog heftiger
dan in de eerste film. Dat mijn videotheek de DVD heeft voorzien
van een sticker die de film aanprijst als “een topfilm in zijn
genre” klopt waarschijnlijk wel. Blijft daar de vraag wat dat genre
helemaal voorstelt. Met een eufemisme kun je het waarschijnlijk
“fysieke humor” noemen.

Één van de leden roept aan het einde uit: “O mijn God, alsjeblieft
geen Jackass 3!” Mijn idee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + 2 =