Where the Wild Things Are




Heel even stond regisseur Spike Jonze op ons
lijstje “beloftevolle filmmakers van de jaren 2000 die het toch
niet helemaal hebben kunnen waarmaken”. In 1999 verbaasde deze
bezieler van de onzalige ‘Jackass’-reeks vriend en vijand met
‘Being John Malkovich’, een verbluffend vernieuwende,
surrealistische tragikomedie. Drie jaar nadien deed hij dezelfde
stunt nog eens over met het nóg betere ‘Adaptation’, opnieuw
gebaseerd op een script van Charlie Kaufman. En toen werd het stil.
Beangstigend stil. Jonze regisseerde een handvol muziekvideo’s en
bleef zijn puberale kant uitleven met ‘Jackass’, maar het duurde
zeven jaar voordat de wonderlijke double whammy waarmee
hij zijn langspeelfilmcarrière was begonnen, een opvolger kreeg. De
verwachtingen waren dan ook hooggespannen, met als extra wild
card
het feit dat Jonze het voor de eerste keer zonder Kaufman
zou moeten stellen. Maar geen nood: hoewel ‘Where the Wild Things
Are’ nooit de hoge toppen scheert van ‘Malkovich’ of ‘Adaptation’,
is het een creatieve, gedurfde film, die ons doet hopen dat de
regisseur weer geen zeven jaar wacht tot de volgende.

Het verhaal draait rond Max (Max Records), een jongetje van een
jaar of tien dat ondanks zijn jeugdige leeftijd al fors aan het
werken is aan zijn eerste depressie. Hij heeft geen vriendjes, zijn
zus negeert hem, haar vrienden pesten hem en zijn moeder (Catherine
Keener) heeft het te druk met haar job en haar nieuwe vriend (Mark
Ruffalo pleegt een cameootje). Alsof dat allemaal nog niet genoeg
is, krijgt hij van zijn leraar op school te horen dat de zon ooit
zal ontploffen en het hele zonnestelsel met zich mee zal nemen –
olé olé. Max trekt zich dan ook steeds meer terug in zijn
fantasiewereld, en reageert zijn frustraties met de werkelijkheid
regelmatig af via een fikse woedeuitbarsting (kan die kleine
gillen, zeg). Na een slaande ruzie met zijn moeder vlucht Max het
huis uit, om uiteindelijk terecht te komen op een bosrijk eiland,
bewoond door gigantische monsters. Aanvankelijk denkt hij in een
droomwereld terecht te zijn gekomen, waar iedereen hem ziet als een
koning en de problemen van de realiteit hem niet kunnen vinden.
Vrolijke chaos heerst. Maar al snel wordt het duidelijk dat
verdriet en frustraties zich niet zomaar laten afschudden.

In navolging van het boek wordt ‘Where the Wild Things Are’
gepromoot als een kinderfilm, maar laat je vooral niet misleiden:
Spike Jonze heeft zijn bronmateriaal voorzien van een weemoedige,
ietwat treurige interpretatie, waar jongere kinderen allicht op
zullen afknappen. In de monsters vindt Max immers een
weerspiegeling van zijn eigen karakter, en van zijn relatie met
zijn moeder. Monster Carol (stem van James Gandolfini) is een
gevoelige ziel die zijn onzekerheden van zich afwerkt door dingen
kapot te slaan (net als Max zelf). Daarmee haalt hij zich de woede
van zijn vriendin KW (Lauren Ambrose) op de hals; een surrogaat
voor de moeder van Max. Op die manier krijgt de jongen voor het
eerst een kans om zijn eigen gedrag van buitenaf te bekijken en na
te denken over de gevolgen daarvan op anderen. En ook de rest van
de monsters zijn niet bepaald een vrolijke bende: allemaal hebben
ze te lijden aan angsten, ze kibbelen onder elkaar en verlangen van
Max vooral dat hij hun eenzaamheid weg zal nemen. “Geen zorgen,”
zegt Max aan het begin van de film nog. “Ik heb een schild tegen
eenzaamheid.” Maar natuurlijk werkt het zo niet.

Films over kinderen die wegvluchten in een fantasiewereld zijn
natuurlijk niet nieuw – het beste voorbeeld daarvan is misschien
nog steeds ‘The Neverending Story’ – maar Jonze geeft aan dat
gegeven een originele, zij het bittere draai. De fantasiewereld
biedt in dit geval immers geen redding: Max moet nog altijd onder
ogen komen dat hij zijn moeder pijn heeft gedaan en dat treurigheid
en eenzaamheid altijd deel zullen uitmaken van het leven. En eens
hij dat kan accepteren, is hij klaar om terug naar huis te gaan.
Het idee dat je emotionele pijn niet kunt ontlopen, maar onder ogen
moet komen, is niet bepaald stof voor een happy
familiefilmpje. ‘Where the Wild Things Are’ is eerlijker dan dat,
maar daardoor ook moeilijker toegankelijk voor kinderen.

Jonze kiest voor een ouderwetse visuele aanpak: de monsters zijn
ditmaal geen CGI-creaturen, maar afwisselend poppen en acteurs in
pakken (hoewel de computer hier en daar wel wat extra poetswerk zal
hebben geleverd). Dat zorgt ervoor dat de wezens niet zo
gestroomlijnd zijn als in het gemiddelde Hollywoodspektakel, maar
dat ze wel tastbaar aanwezig zijn: ze hebben een présence en een
voelbare impact op hun omgeving, die vaak ontbreekt bij
CGI-personages. Bovendien filmt Jonze bewust ruw, met veel
handgehouden camerawerk en opvallend vaak shots die tegen de zon in
zijn gefilmd. Ook stilistisch doet de regisseur dus maar weinig
toegevingen aan wat we associëren met de typische kinderfilm.

Bovendien wordt er uitstekend geacteerd. Door zijn eenzaamheid
en het isolement dat hij voelt, gaat Max zich gedragen als een
ettertje, en Max Records weet die twee lagen van het personage mooi
tot leven te wekken. De filmmakers hebben genoeg lef om Max niet
sympathieker te maken dan hij is, maar we begrijpen altijd zijn
motivaties, en dat heeft veel te maken met de nuances die Records,
zo twaalf als hij is, in zijn spel weet te leggen.

Thematisch en vormelijk zit dat dus allemaal wel snor. Het enige
grote probleem dat Jonze heeft, is dat hij bezig is met een boek
dat maar weinig materiaal biedt voor een echte plot. Eens Max bij
de monsters terecht komt, valt de drive van het verhaal
dan ook gedeeltelijk weg. Hij bouwt samen met hen een fort en we
krijgen een gigantisch moddergevecht te zien, maar het blijft ook
wel bij dat soort fragmentarische gebeurtenissen. Onder de
oppervlakte, op een emotioneel niveau, gebeurt er heel wat, maar
het verhaal zelf toont vanaf dat moment maar weinig vooruitgang.
Het gevolg is dat ‘Where the Wild Things Are’, zelfs voor een
volwassene, traag gaat aanvoelen.

Een grand cru zou ik dit dus niet durven noemen en wie
van plan is om met kinderen te gaan, kan zich best eerst afvragen
of ze wel rijp genoeg zijn om hier iets aan te hebben. Maar ‘Where
the Wild Things Are’ is wel een knap gemaakte, inhoudelijk rijke
prent, die het aandurft om een bittere smaak te geven aan een genre
dat doorgaans toch maar zo leutig mogelijk wil zijn om niemand af
te schrikken. Respect.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 15 =