The Last King of Scotland




Forest
Whitaker, James McAvoy, Kerry Washington, Gillian Anderson
e.a.

Afrika gaat erop vooruit. Enfin, in de bioscoop dan
toch. Tot een paar jaar geleden kreeg je het continent nauwelijks
in films te zien, tenzij dan in spotgoedkope
schlock-horrorfilms waarin primitieve stammen elkaar op
vindingrijke wijze mochten afmaken, alvorens elkaars vingerkoortjes
af te sabbelen (zie sicko classic ‘Cannibal Holocaust’ en
walg). Tegenwoordig hebben filmmakers het cliché van de speren en
de rieten rokjes alvast laten vallen, en keren ze zich naar Afrika
om, met een toepassend ethisch bezorgde smoel, de plaatselijke
problemen even aan te kaarten. Economische malaise, ziektes,
uitbuiting door het westen, oorlog, you name it, they’ve got
it.
Miserie à la carte, en de filmindustrie lust er wel pap
van. Het zou heel makkelijk zijn om daar cynisch over te doen, als
het maar niet zo’n goeie cinema opleverde, zoals bijvoorbeeld
‘The Constant
Gardener’
, of nu deze ‘Last King of Scotland’.

James McAvoy speelt Nicholas Garrigan, een Schot die afstudeert
als dokter en uit frustratie met zijn ouders en doodeenvoudige,
jeugdige hitsigheid op goed geluk besluit om naar Uganda te
trekken. Het is 1971, en wanneer Nicholas in Afrika aankomt, heeft
Idi Amin net via een coup de macht in Uganda overgenomen. Amin is
een generaal die uit een arm gezin komt en zich via de Britse
legermacht heeft weten op te werken, totdat hij nu, met behulp van
zijn soldaten, zichzelf tot president kan uitroepen. Door
omstandigheden komt Nicholas rechtstreeks met hem in contact en en
Amin besluit dan maar om de onbezonnen Schot meteen tot zijn
lijfarts te bombarderen.

Forest Whitaker speelt Amin als een charismatische figuur, deels
moppentapper, deels bloeddorstige maniak. Aanvankelijk lijkt de
nieuwe president een enthousiaste idealist die het beste met zijn
volk voorheeft, maar naarmate de jaren verstrijken wordt steeds
duidelijker hoe paranoïde en wreed hij wel is. Amin laat zijn
vermeende politieke vijanden genadeloos afslachten zonder zelfs de
moeite te nemen ze te begraven, hij laat alle Aziaten het land
uitzetten en er zijn zelfs hardnekkige geruchten dat hij graag al
eens op mensenvlees knabbelde. Onder zijn bewind zouden er
uiteindelijk 300.000 mensen sterven. Nicholas beseft dat hij in
nauwe schoentjes zit, maar heeft hij nog wel tijd om te
vluchten?

‘The Last King of Scotland’ gaat over een belangrijke en
kleurrijke historische figuur, maar is allesbehalve een
biopic. Regisseur Kevin Macdonald kiest resoluut voor een
persoonlijke aanpak en gebruikt het personage van Nicholas als het
enige vertelstandpunt. Dat houdt dus in dat we enkel zien wat hij
ziet, en dat ons perspectief op Idi Amin beperkt blijft tot hetgeen
we door zijn ogen kunnen waarnemen.

Op informatief, historisch vlak werkt dat natuurlijk zeer
limiterend. Een algemene context, een ruimer kader wordt nooit aan
de gebeurtenissen gegeven, omdat Nicholas daar gewoon geen zicht op
heeft. Op een bepaald moment vraagt een Brits agent aan Nicholas:
“Heb je dan écht geen idee wat er in dit land aan de gang is?” En
het antwoord, zowel voor hem als voor ons, is nee. We hebben Amin
gezien tijdens zijn onverklaarbare woedeuitbarstingen, we weten dat
er een fikse steek bij hem loszit, maar de meer algemene gevolgen
daarvan voor Uganda blijven eerder wazig. De massamoorden die hij
beging en vooral de extravagante verhalen over zijn kannibalisme,
worden nergens getoond. Gewoon door zijn film te structureren als
het verhaal van Nicholas in plaats van dat van Idi Amin, verplicht
Macdonald zichzelf om een bredere geschiedkundige visie op te
geven.

Wat we in de plaats daarvan krijgen, is de persoonlijke ervaring
van Nicholas wanneer hij de waanzinnige mood swings en de
verlammende paranoia van de dictator moet verdragen. En eigenlijk
werkt dat ook wel. Het geweld is zeldzaam, maar wanneer het dan
toch plaatsvindt, gebeurt het met een personage dat we kénnen en
voor wie we iets kunnen voelen. Macdonald wil niet het verhaal
vertellen van een massa van 300.000 doden, een getal zo groot dat
het toch onmogelijk is om je er iets bij voor te stellen. Hij
vertelt het verhaal van enkele individuele mensen, en wanneer dààr
iets mee gebeurt omdat Amin zich weer eens wat inbeeldt, dan voél
je daar ook iets bij. De regisseur maakt van zijn plot een soort
van zeer kleine miniatuur van wat er in Uganda in het algemeen
gebeurde. Een echt vervangmiddel voor meer historische context is
dat niet, maar het is wel een redelijke redenering.

Het feit dat het verhaal bewust vrij kleinschalig wordt
gehouden, helpt ook om alles spannend te maken. Los van
geschiedkundige waarde, is ‘The Last King of Scotland’ namelijk
vooral ook een thriller-drama dat behoorlijk wat suspense bevat.
Mcdonald weet hoe hij spanning moet opbouwen (kijk maar naar zijn
documentaire ‘Touching the Void’), en
dat doet hij hier op een zeer effectieve manier. De twee uur
vliégen voorbij, ook al is een bepaalde plotwending in de tweede
helft eigenlijk niet bijster geloofwaardig. (Nicholas die begint te
rampetampen met, of all people, Amins vrouw? Sorry, ik
slik het niet.) Het is een teken van de kwaliteit van de film zelf
dat je je toch vrij makkelijk over die bizarre wendingen heen kunt
zetten.

Forest Whitaker is op het moment van schrijven dé grote favoriet
voor een oscar, en dat zou niet eens onterecht zijn. Hij bouwt zijn
personage zeer zorgvuldig op, om te vermijden dat hij een
karikatuur zou worden. Idi Amin begint als een continu lachende,
goed bedoelende kerel die echter rondloopt met het karakter van een
kind. Zo gauw er hem iets dwarszit, begint hij net als een kleine
koter te mokken en wild om zich heen te schoppen. Alleen kan dat om
je heen schoppen behoorlijk pijn doen als er een heel leger achter
je staat. Amins paranoia neemt steeds toe en daarmee ook de
intensiteit van Whitakers vertolking. De acteur is erg sterk in het
suggereren van een uit elkaar vallende geest, die steeds verder
verloren loopt in z’n eigen waanbeelden.

James McAvoy wordt vaak vergeten in besprekingen, omdat hij nu
eenmaal in de schaduw van Whitaker vertoeft, maar zijn rol is net
zo goed erg knap aangepakt. Nicholas is het personage dat de kijker
mee op sleeptouw moet nemen, hij is de straight man van
het duo, maar hij doet dat uitstekend. Hij begint de film als een
zuipende, neukende student die voor de rest van niemand wakker
ligt, maar McAvoy bouwt zeer zorgvuldig en subtiel aan de
veranderingen in zijn karakter die tegen het einde van de film
nodig zijn. Naast de showstelerij van Whitaker valt hij misschien
niet op, maar McAvoy is iemand om in het oog te houden.

‘The Last King of Scotland’ is stevig geregisseerde, opwindende
cinema met bijzonder sterke acteurs. Wat het niét is, is een
geschiedenislesje. Maar goed, wie zal daar nog van wakker liggen
tegen de tijd dat de vleeshaken worden bovengehaald voor de
finale?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =