Marjan Debaene :: Wolfish Times

Zijn muziekrecensenten per definitie ook muziekkenners? Als
ondergetekende heel eerlijk is, kan hij niet anders dan deze vraag
negatief beantwoorden. Elk jaar weer, wanneer we er de
‘eindejaarslijstjes’ op naslaan, moeten we immers vaststellen dat
de hiaten in onze zogeheten kennis groter worden en dat de ons
onbekende namen in aantal toenemen. Akkoord, een beperkt
bevattingsvermogen, tot daar aan toe. Erger is het dat we in
diezelfde lijstjes ook heel wat platen tegenkomen die we – lang
leve onze oogkleppen! – over het hoofd hebben gezien, omdat we ons
per se wilden beperken tot één specifiek genre.

Een naam die niet terug te vinden was op ons lijstje, was die
van Marjan Debaene. Met ‘Wolfish Times’ bracht zij in het najaar
haar derde langspeler uit, de eerste in zeven jaar, waarop ze laat
horen dat het begrip singer-songwriterplaat niet per definitie
synoniem staat voor eentonig, intiem en/of bloedserieus. ‘Wolfish
Times’ is erg gevarieerd; er staan niet alleen rustige nummers op,
maar ook knappe popsongs en bij momenten wordt er zelfs stevig
gerockt.

Sinds het midden van de jaren ’90 heeft Marjan Debaene een
curriculum bij elkaar gespeeld (en geschreven) om u tegen te
zeggen. ‘Growing Pains’, haar eerste langspeler, verscheen in 1996
(ze was dan amper zeventien); drie jaar later lag opvolger
‘Humanoid’ in de winkels. Op die cd werkte ze samen met David
Poltrock, Dirk Loots en Pieter Van Buyten, maar haar vaste muzikale
partner in crime en compagnon de route is op dat ogenblik al Alex
Brackx. Met hem – als duo of met groep – toerde ze intussen langs
Vlaamse (en Nederlandse) culturele centra, speelde ze een paar keer
op het festival van Dranouter en stond ze zelfs in het
voorprogramma van onder meer Townes Van Zandt, Ani DiFranco, Luka
Bloom en Al Stewart.

Wie goed rekent merkt dat er tussen ‘Humanoid’ en ‘Wolfish
Times’ een kloof gaapt van zeven jaar. Dat betekent niet dat
Debaene al die tijd heeft stilgezeten. In 2001 studeerde ze af als
kunsthistorica, werkte ze mee aan een aantal andere projecten en
nam ze in 2003 met Brackx, Eric Bosteels en Erik van Biesen van
Gorki het
mini-album ‘Up All Night’ op.

Het songmateriaal voor ‘Wolfish Times’ kwam tot stand in de periode
2001-2005. Voor de opnames had Debaene gerust een greep kunnen doen
uit de lange lijst gerenommeerde muzikanten waarmee ze in het
verleden al samenwerkte. Onder het motto less is more werd
echter gekozen voor een kleine, vaste kern met Brackx, Bosteels op
gitaren/toetsen en drums en Bert Embrechts (Raymond, De Laatste
Showband, …) op bas. Andere (knappe) bijdragen worden geleverd
door Nils Decaster (lapsteel, viool) en Robrecht Kessels (cello).
Deze werkwijze biedt alleen maar voordelen: de betrokkenheid (en de
beleving) is groter, de muzikanten vormen een solide groep en
ondanks de verscheidenheid aan stijlen en gemoedsstemmingen vormt
het album één hecht geheel.

Op Wolfish Times’ staan veertien songs, voor elk wat wils dus. Drie
liedjes – ‘Charlie Chaplin’, ‘Drive’ en ‘Demon’ – verschenen
intussen al als single en kregen behoorlijk wat airplay op Radio 1,
nog steeds het station bij uitstek dat aandacht heeft voor onze
ambachtelijke songsmeden. De singles behoren ontegensprekelijk tot
het sterkste werk op de plaat (‘Demon’ is pure klasse), maar ze
zijn zeker niet de enige hoogtepunten. Minstens even goed vinden
wij ‘How to Make Sense of It All’, ‘Makin’ Lists’, het wiegeliedje
‘Rockabye’ (bedrieglijk simpel, maar wordt elke keer beter), ‘The
Song of Letting Go’ en onze favorieten ‘Dentist Guitar’ en
‘Blueprints’.
Of het nu gaat om catchy popnummers, stevig(er)e rocksongs of
ingetogen luisterliedjes, Debaene en haar kompanen scoren op elk
terrein. In het verleden werd ze vaak vergeleken met andere
vrouwelijke songschrijvers als Suzanne Vega, Sheryl Crow of Shawn
Colvin, maar zelfs zonder dat referentiekader is het mogelijk met
volle teugen te genieten van en mee te leven met deze plaat. Meer
zelfs, met ‘Wolfish Times’ bewijst ze wel degelijk te beschikken
over een eigen stem en een eigen geluid.

Over de toestand van onze singer-songwriters hoeven we ons op dit
moment dus zeker geen zorgen te maken. Ze lopen over van het
talent, jammer genoeg krijgen ze niet altijd en overal de aandacht
die ze verdienen. Hoog tijd, met andere woorden, om daar wat aan te
doen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − een =