Nue Propriété




105 min. / België -Frankrijk /
2006

Scheiden is al lang geen schande meer. Maar goed ook, want soms
is een scheiding gewoon de enige oplossing. De ooit zo gekoesterde
liefde is vervlogen, een midlifecrisis loopt zwaar uit de hand,
mensen komen uit de kast, beseffen dat ze niet bij elkaar passen of
worden zo nerveus van elkaar dat de minste beweging de verkeerde
kan zijn… op zo’n moment komt een echtscheiding als een
opluchting, een afsluiting van een nare periode. Maar met een
verdeling van tafel en bed is het niet altijd opgelost. Vaak
beginnen de problemen dan nog maar: de ruzies, het getouwtrek over
de kinderen, de onzekerheid, de financiële put, de waslijst aan
miserie in pakskes is eindeloos. Voor een kind is het
hartverscheurend en verwarrend om je ouders, die je altijd samen
hebben opgevoed en die je allebei graag ziet, plots met getrokken
messen tegenover elkaar te zien staan. Zelfs vijftien jaar na datum
kan een scheiding nog wonden nalaten. Joachim Lafosse, een nieuwe
Belgische belofte, maakte er een lichtjes autobiografisch werk
over. In ‘Nue Propriété’ legt hij op een eenvoudige, maar klare
manier de broeierige situatie van een gebroken gezin bloot.

Mama Pascale (Isabelle Huppert) staat voor de spiegel haar
nieuwste babydoll te showen en vraagt de mening van haar twee
zonen, Thierry (Jérémie Renier) en François (Yannick Renier). Ze
plagen haar een beetje en de twee broers beginnen met elkaar wat te
ravotten. Het is gezellig in hun Waalse landhuisje. Behalve wanneer
de ex-man van Pascale (en vader van de tweeling) over de vloer
komt. Dan verandert Pascale in een razende feeks en vloeien er
alleen vloeken uit haar mond. Pascale wil hem niet meer zien en ze
hebben steeds ruzie over geld. Wanneer hij dreigt zijn alimentatie
niet langer te betalen, antwoordt Pascale dat hij dat geld kan
steken waar de zon niet schijnt. Een kleine misrekening, want ze
heeft die centen meer dan nodig als ze haar droom wil waarmaken en
met haar buurman Jan (Kris Cuppens, jawel, een Vlaming) een bed and
breakfast wil openen. Ze stelt aan haar zonen voor om het huis te
verkopen. De sfeer in het gedecimeerde gezinnetje slaat volledig
om. De broers voelen zich in de steek gelaten door hun moeder en
werken hun frustraties steeds meer op elkaar uit.

Kinderen blijven dezer dagen steeds langer bij hun ouders wonen
en hebben steeds minder zin om het eens op zichzelf te proberen.
Pascale worstelt duidelijk met een omgekeerd lege-nestsyndroom, een
soort van volle-nestsyndroom dus. Ze wil dat haar kinderen het nest
uitvliegen, ze wil voor zichzelf beginnen leven. Haar jongens zijn
best wel oud genoeg om op eigen benen te staan, maar ze modderen
liever wat aan: Thierry studeert (maar mist meer lessen dan dat hij
er volgt) en de zachtere François schuurt af en toe eens iets af of
houdt de vijver rattenvrij, maar voert ook pas grand chose
uit. Met het geld van het huis zou ze wel een nieuw leven kunnen
beginnen, maar het probleem is dat ze het huis bezit, maar het niet
mag verkopen. De titel van de film, ‘Nue propriété’ of “naakte
eigendom” is een bijzonder “sexy” term met de bijzonder kurkdroge
juridische betekenis van het bezitten van iets, zonder er gebruik
van te mogen maken of de “vruchten” ervan te mogen genieten. De
lijn van deze letterlijke betekenis rond het huis wordt vooral
duidelijk wanneer ze wordt doorgetrokken naar de gezinstoestand.
Het gaat niet zozeer om het huis, als wel om de onderlinge
relaties. Pascale is hoofd van het gezin, maar heeft eigenlijk maar
weinig inspraak. Voor de jongens gaat het ook niet zozeer om de
verkoop van het huis, het zijn eerder de gevolgen die hen
afschrikken: hun moeder dreigt te verdwijnen en haar verwende
nestjes alleen achter te laten. De verhoudingen in het gezin komen
volledig scheef te zitten en de rollenpatronen keren zich om. Zij
gedroeg zich sowieso al meer als een vriendin tegenover haar
kinderen dan als een moeder, maar wanneer ze het huis wil verkopen,
gedraagt de tweeling zich als de strenge ouders die willen
beslissen over haar doen en laten. Pascale zit vast in een situatie
waarin ze geen uitweg vindt: ze zit geklemd tussen de
verantwoordelijkheid voor haar kinderen, waarvoor ze nu eenmaal
heeft gekozen, en het kiezen voor een eigen bestaan.

Een vergelijking met de gebroeders Dardenne is niet ongepast: de
film ademt dankzij de locatiekeuze en het gebrek aan muziek
dezelfde sobere sfeer uit. Joachim Lafosse, -de maker van ‘Ca rend
heureux’, een komedie over een Brusselse regisseur (zijn alter-ego)
die een low-budgetfilm in elkaar probeert te boksen-, heeft echter
teveel persoonlijkheid om zomaar een Dardenne-kloon te zijn. De
jonge cineast heeft een visie – al is het nog wat zoeken, het is er
één. Zijn scenario getuigt niet alleen van een sterk menselijk
inzicht, ook op cameravlak en qua beeldinvulling houdt hij er
duidelijk afgebakende ideeën op na. Hij kiest voor strakke
camerastandpunten in een afgegrensd kader alsof je door het raam
naar binnen kijkt en het allemaal in het geheim mee mag volgen
(maar je ziet ook weer niet alles, loopt er iemand buiten beeld,
dan is dat zo) en hij werkt vooral vanuit één locatie: de eetkamer.
We zien Huppert en haar boys tijdens de drie maaltijden van de dag
lekker smakelijk hun eten binnenschrokken. De tafel als dé plaats
waar iedereen tegenover elkaar zit en haast verplicht is om de
dingen uit te spreken en conflicten uit te vechten.

De troef van de film is zonder twijfel de cast. Laat dit een
andere acteursbende spelen en het had een grandioze ramp kunnen
worden. Isabelle Huppert (madame ‘la pianiste’) heeft iets
heel natuurlijks en mysterieus tegelijk, iets koel afstandelijks,
maar toch ook weer sensueels. Ze lijkt nooit echt te acteren, ze
‘is’ gewoon en op die manier blijft de rosse sproetenkop één van de
grootste actrices van Frankrijk. Jérémie Renier is nog niet zo’n
wereldster, maar hij is een even groot natuurtalent. Jéremie en
Yannick zijn trouwens in het echte leven twee halfbroers die samen
zijn opgegroeid, wat hun acteerprestaties alleen maar spontaner
maakt; ik moet u niet vertellen dat het koekenbak is
tussen die twee.

Een familieschets waar de psychologiestudentjes hun vingers van
zouden aflikken, maar ook voor de filmliefhebber verteert het best
lekker als een intelligent gezinsdrama met een prima cast. Geen
wereldcinema, maar op tijd en stond zo’n ‘Nue Propriété’ en we
voelen we ons weer 100% Belg.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 2 =