Ex Drummer




Nog niet zo lang geleden zat ik nietsvermoedend in een café een
briljant plan te bedenken voor onmiddellijke wereldvrede (de
details kan ik nog niet verklappen, maar het heeft iets met
eierkloppers te maken), toen een wildvreemde, struis gebouwde man
mij hardhandig bij de schouder greep. Hij keek me recht in de ogen,
en zowel zijn immense bierkegel als etensresten van ettelijke dagen
geleden sloegen mij in het gezicht toen hij me lallend en agressief
vroeg: ‘Is er iets, kerel?’ Op een toon die beelden van
een spoedige overtocht van de rivier Styx tevoorschijn toverde.
Held die ik ben, schudde ik bedremmeld het hoofd en probeerde
mezelf zo klein mogelijk te maken. Je moet het lot niet tarten,
zeker niet in een Vlaamse kroeg.

Waarom vertel ik dit? Omdat krék dezelfde lefgozerige, what the
fuck are you looking at-
mentaliteit van de eerste tot de
laatste minuut domineert in ‘Ex Drummer’, het langspeeldebuut van
gevierd kortfilmer Koen Mortier en, volgens de affiche, “de beste
Brusselmans verfilming ooit”. We zijn het niet gewend dat een
Vlaamse film al controversieel is nog voor hij goed en wel in de
zalen is gekomen, maar tot grote vreugde van de verdeler en de
PR-afdeling is het ditmaal wél prijs. De filmcommissie vond het
script dermate vulgair dat ze weigerden om er geld in te stoppen en
de pers speelde het spelletje mee door in zowat elk artikel dat ze
over de prent schreven te refereren naar de seks en het geweld.
Ka-tsjing indeed, maar de hetze is ditmaal niet geheel
onterecht: Mortier zwelgt anderhalf uur lang ongegeneerd in de
diepste marginaliteit, de grootste vuiligheid en de meest
uitzichtloze wanhoop die hij (en Brusselmans) maar konden bedenken.
Beenharde rock ‘n roll cinema of goedkope exploitatie?
Zegt u het maar.

Het verhaal, voor zover daarvan sprake, draait rond Dries (Dries
Van Hegen als Herman Brusselmans-stand in), een schrijver
die op een dag bezoek krijgt van drie gehandicapten met genoeg
persoonlijkheidsproblemen om een talkshow met Goedele Liekens te
vullen. Zanger Koen lispelt en maakt er een gewoonte van om vrouwen
te bewerken met bakstenen of andere botte voorwerpen. Bassist Jan
heeft een stijve arm, een kale edoch nymfomane moeder en een vader
die de hele film lang in een dwangbuis op bed ligt. En gitarist
Ivan is doof en heeft thuis een junkie als vrouw en een
verwaarloosd dochtertje zitten. De drie vragen aan Dries of hij zin
heeft om als drummer te dienen in hun bandje ‘The Feminists’ en
deel te nemen aan een rockrally in Leffinge. Gefascineerd door de
drie hopeloze gevallen stemt Dries in.

Wat dan volgt is een afdaling in een surrealistische hel van
Vlaanderen, waarin wordt gezopen, geneukt, gekotst, gevloekt,
gevochten en uiteindelijk zelfs gemoord. We zien een peuter van een
jaar oud met haar eigen volgescheten pamper in haar handen zitten
omdat haar moeder te stoned is om er naar om te kijken. Dries
beleeft een triootje met zijn vrouw en een studente, wat meteen een
mooie gelegenheid is om een close-up penetratieshot te tonen (of
hiervoor body doubles werden gebruikt, is mij niet
bekend). Koen heeft de eigenaardige gewoonte om letterlijk op het
plafond te lopen en zijn muren druipen vaak van het bloed nadat hij
de één of andere vrouw heeft bijgetimmerd. Er loopt zelfs een
personage met de poëtische naam Dikke Lul rond, van wie we afdoende
bewijs krijgen dat hij z’n naam niet gestolen heeft. Yup,
Lieven Debrauwer krijgt gegarandeerd een hartaanval als hij dit
ziet.

Over de expliciete beelden wordt het vaakst geschreven, maar toch
geloof ik niet dat dat de reden van de controverse is. Oké ja, in
een filmcultuur waarin men van ons verlangt te geloven dat
‘Confituur’ relevante cinema is, kan ‘Ex Drummer’ natuurlijk hard
aankomen, maar als je dit vergelijkt met shock cinema als
‘Irréversible’ en ‘A Hole In My Heart’, dan moet je toch
concluderen dat we de laatste jaren al behoorlijk wat ergere dingen
te zien hebben gekregen. Nee, wat zo oncomfortabel is aan ‘Ex
Drummer’ is de diep cynische, absoluut uitzichtloze wereldvisie die
ervan uitgaat. Alle personages zijn volslagen immoreel, met de
mogelijke uitzondering van Dries, maar ook voor hem kun je maar
moeilijk sympathie voelen. Ze helpen zichzelf en elkaar naar de
verdoemmenis en er is geen enkele hoop op redding. Ze zitten in de
stront en daar blijven ze ook – voor zover ze al bewegen, zakken ze
er enkel dieper in weg. Sterker nog: ze zijn allemaal zodanig
verwerpelijk dat ze niet eens beter verdienen. En die gitzwarte
mentaliteit wordt ditmaal niet ergens in het Schotse junkiemilieu
geplaatst of in een ranzige uithoek van LA, maar in onze eigen
achtertuin. Zo willen wij, kleine Vlaminkjes, onzelf toch niet
zien? Waar veel mensen tegen protesteren wanneer ze zich tegen ‘Ex
Drummer’ uitspreken, is tegen de gedachte dat de film op de één of
andere manier ook over hén gaat.

Dat gezegd zijnde, is het mij niet helemaal duidelijk waar de prent
dan wél over gaat. We krijgen over the top marginaliteit
te zien, maar dan zonder context of doel. De personages roepen,
tieren en brullen constant (ik geloof niet dat er ook maar één
dialoog op normaal volume inzit), en geven zichzelf over aan
vetzakkerijen allerhande, maar wat is nu het punt daarvan? Dat het
leven kut is, zeker als je met een lul van 50 centimeter rondloopt?
Erg verhelderend is dat niet. Mortier doet ongelooflijk z’n best om
toch maar zoveel mogelijk mensen te choqueren – wanneer hij toont
hoe Dikke Lul zijn vijftig centimeters gebruikt om een jonge homo
te verkrachten, dan wéét hij waar hij mee bezig is en wat het
effect van die scène zal zijn. Schokkend, cynisch,
deprimerend? Nou – op een zeer berekende manier nog wel. Zinvol?
Nauwelijks. Bovendien stelt de film zichzelf open voor
beschuldigingen van hypocrisie – Mortier tóónt de marginaliteit
wel, maar door te overdrijven met z’n smeerlapperijen, geweld en
misogynie, kan hij er ook een ironische afstand van bewaren. Hij
hoeft zelf niet af te dalen naar het niveau van zijn personages,
waardoor hij zich schuldig maakt aan een soort van
uitlach-cinema.

Er zitten knappe shots in ‘Ex Drummer’, die aangeven dat Mortier
echt wel wat kan. De openingssequens en vooral een lang shot waarin
Dries het zaaltje van de rockrally binnenwandelt, tonen een
oprechte visuele flair. Maar die momentjes gaan verloren in de
algehele hysterie van de film, waarin bovenop al de rest ook nog
bizarre droomflarden opduiken en personages regelmatig tegen de
camera beginnen te praten (altijd een teken van scenarioproblemen,
dat laatste).

‘Ex Drummer’ toont een regisseur met gigantische cojones,
heel wat talent en een goeie muzieksmaak (de soundtrack is beter
dan de film). Maar inhoudelijk is het weinig meer dan een
vermoeiende puberale woedeuitbarsting, gericht tegen alles en
iedereen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + elf =