Isobel Campbell & Mark Lanegan

Wie teleurstelt, neemt revanche. Zo hoort dat. Onze nationale
voetbalschaamte en de openbare omroep (na ‘Kinderen Van Dewindt’
het verfoeilijk slechte ‘Emma’) lappen die logica op schaamteloze
wijze aan hun laars, maar van goeie artiesten verwachten we het
tegendeel. We dachten dan ook geen ezels te zijn door naar de
Vooruit af te zakken voor het concert van Isobel Campbell en Mark
Lanegan. In de AB
vielen de muzikale conversaties tussen Campbell en Eugene Kelly
aardig tegen wegens een gebrek aan bezieling en een povere
geluidsmix, maar nu zou wraak genomen worden. Dat leek logisch.
Toch hebben we ons hoofd weer aan dezelfde steen gestoten, want
opnieuw werd de pracht van Ballad Of The Broken
Seas
inspiratieloos afgehaspeld en veranderde de aandoenlijke
breekbaarheid van de plaat in tweederangs porselein waar uw oma
graag haar zondagse koffie uit nuttigt.

Als opwarmer serveerde William Elliott Whitmore
het soort country-altruïsme dat een lach op je gezicht tovert.
Whisky werd met het publiek gedeeld (‘sharing, that’s what it’s
for’
), het Belgische bier werd bejubeld (‘you’re lucky as
hell, our best beer is nothing compared to your worst beer’
)
en de man uit de streek van de Mississippi bracht vooral
overtuigende country met veel overgave. Alle genreconventies waren
aanwezig en het ‘O Brother, Where Art Thou’-sfeertje boeide van
begin tot einde. Whitmore zong zijn teksten over spiritualiteit,
dood en het omgaan met tegenslagen met veel bezieling, stampte de
boodschap van zijn songs met de voet door de grond en bespeelde
zijn gitaar en banjo als zijn grootste steun en toeverlaten.
‘Johnny Law’, een opgewonden strijdlied tegen de flikken, breide
een uptempo coda vol drang aan zijn set en dat kon het publiek
duidelijk smaken.

Het grootste struikelblok van het optreden in de AB was de stem van
Isobel Campbell, die fragiliteit inruilde voor de
nauwelijks hoorbare laatste adem van een aangereden damhert. In de
Vooruit kwamen haar zangpartijen iets beter uit de verf, maar de
harmonieuze vocale verstrengeling met de stem van Lanegan op plaat
werd nu toch weer een ongelijke strijd. ‘(Do you Wanna) Come Walk
With Me?’ en ‘Deus Ibi Est’ waren degelijk, maar opener ‘Revolver’
en ‘The False Husband’ verzopen weer in een gebrek aan
overtuigingskracht. Bovendien was Campbell weer de aanstellerigheid
zelve met nauwelijks hoorbare dankwoordjes, onnozele bindteksten en
de vraag om ‘Honey Child What Can I Do?’ opnieuw te laten beginnen
omdat ze de kluts kwijt was. Lanegan zei zoals vanouds geen woord,
sloeg alles gade en dacht er het zijne van: ‘O, was ik maar bij
Josh Homme thuis gebleven’, of iets dergelijks.

Toch kende het concert ook enkele uitschieters. Lanegan zette een
goede versie neer van ‘The Circus Is Leaving Town’, de cover van
‘Sand’ van Einstürzende
Neubauten
was prachtig en tijdens ‘Ramblin’ Man, de eerste bis,
leek het concert echt los te komen. Spijtig genoeg was het too
little, too late
.

Het is een vreemde constatering dat een prachtplaat live kan
getransformeerd worden tot een erg matige vertoning. Isobel
Campbell en Mark Lanegan maakten er geen draak van een show van,
maar van dit duo hadden we toch een minder saaie bedoening
verwacht. Daar droeg ook de lengte van de set toe bij, waarvan
minstens een klein halfuur mocht afgesnoept worden. Ballad Of The Broken
Seas
mocht dan wel de mooiste vocale kruisbestuiving van 2006
zijn, de optredens bleken toch een dikke tegenvaller.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vijf =