Kling Klang :: The Esthetik of Destruction

Debuteren op latere leeftijd: we hadden het er onlangs nog over, in
onze bespreking van The Needles, de
Schotse band die ervoor koos een jaar of tien te ‘rijpen’ alvorens
met plaatwerk naar buiten te komen. Een band die zich evenmin echt
heeft gehaast om met een eerste, volwaardige langspeler voor de dag
te komen is Kling Klang. In tegenstelling tot wat de naam laat
vermoeden opereert dit collectief niét vanuit één of andere
schuilkelder in Düsseldorf of Berlijn, maar vanuit de Engelse
havenstad Liverpool. In de bio wordt de muziek van de band
omschreven als ‘experimentele kraut-punk’ of ‘spacepunk’,
benamingen die ons meteen deden watertanden (en nog geen klein
beetje). Nu weten we ook wel dat begeleidende briefjes bij
promo-exemplaren vaak met een serieuze schep zout moeten genomen
worden, maar deze keer zitten de publiciteitsjongens achter Kling
Klang niet ver bezijden de waarheid. Experimentele kraut-punk
it is, en voor ons part mag daar zelfs ‘lekkere’, ‘zalige’
of ‘bij momenten fantastische’ vóór gezet worden.

Kling Klang werd in 1999 opgericht door Amy Cocoran, Pete Smyth en
Joe McLaughlin. Uit het geëxperimenteer met goedkope keyboards,
gitaar en drumcomputers puurde de groep aanvankelijk een aantal
rauwe en bevreemdende songs, die klonken als verre afstammelingen
van Cabaret Voltaire en de beruchte ‘Metal Machine Music’-plaat van
Lou Reed. Nadat in 2001 de rangen werden versterkt met een vierde
toetsenman (Dave Smyth) en een drummer (Ali MacDonald), nam de
groep de 7″ ‘Nexus/Apus’ op, waarmee meteen een kleine doorbraak
werd geforceerd. Eigenzinnige radiomakers en muzikale seismografen
als John Peel merkten de groep op, en het vijftal werd ook gevraagd
om het de voorprogramma’s te doen voor bands als Stereolab, Clinic,
Trans Am en
Mogwai. De
Schotse postrockers gingen zelfs een stapje verder en tekenden
Kling Klang op hun eigen Rock Action-label.
In 2002 ging de groep even multimediaal, en werkten ze samen met de
Duitse performancekunstenaar Mister B aan ‘Esthetik of
Destruction’, een zinderend klank- en lichtspel waarbij aan de hand
van 14 tv-toestellen het geluid van de groep werd omgezet in
beelden. ‘The Superposition’, de ep die een jaar later verscheen,
leverde hen zelfs een vijfsterrenrecensie op van Jack Osbourne (of
all people), die in Kling Klang zowaar een elektronische versie
hoorde van Black Sabbath.

Omdat de groep van bij het begin – zowel qua bezetting als wat
betreft sound – voortdurend evolueerde, werd er nooit echt tijd
gemaakt om het groeiproces even stil te leggen voor de opnames van
een full cd. ‘The Esthetik of Destruction’, het officiële
langspeeldebuut van Kling Klang, is dan ook geen echte studioplaat,
maar een verzameling van alle nummers die de groep ooit opnam. Niet
alleen de singles en de ep’s zijn er bij, maar ook de songs die
verschenen op compilaties plus een viertal, nooit eerder
uitgebrachte nummers. In plaats van al dat materiaal in
chronologische volgorde op plaat te zetten, koos Kling Klang voor
een gevarieerd maar consistent geheel, in een evenwichtige
tracklist gegoten waarin oud en nieuw werk elkaar aflossen, en
waarbij de nadruk in de eerste plaats op de muziek ligt en niet op
de evolutie van die de groepssound onderging.

De vergelijking met Apparat Organ Quartet ligt voor de hand. Net
als Kling Klang bestaat het IJslandse kwintet rond Jóhann Jóhannson uit
vier toetsenmannen en een drummer met een punkverleden, en bedienen
ze zich van apparatuur die van een gewisse dood werd gered op één
of andere stortplaats. Het grote verschil zit hem in de gitaar, die
hier wel in bepaalde songs aanwezig is, en in het feit dat de
IJslanders doorgaans iets melodieuzer klinken. Vooral sinds de
groep opereert als vijftal werden een aantal nummers gecomponeerd
die enigszins verwant zijn aan A.O.Q., opener ‘Heavydale’ op
kop.

Ook wat de andere tracks betreft zijn er heel wat raakpunten met
meer gitaargeoriënteerde genres. Van schetsmatige, atmosferische
soundscapes evolueerde Kling Klang mettertijd naar meer afgewerkte
songs; het ruwe geluid uit de begindagen, dat perfect had gepast op
de soundtrack van obscure B-films, maakte daarbij meer en meer
plaats voor epische rock, stoner, kraut, spacerock en synthpunk.
Wie hier voor het eerst zijn tanden inzet, zal misschien denken dat
er ‘een smaakje’ aan is. Doorbijten is echter de boodschap, want
dit is meer dan zomaar een lekker tussendoortje!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vier =