Kling Klang :: The Esthetik Of Destruction

Rawk! Stop gelijk welke bleke tiener een elektrische gitaar in de handen en binnen een tel transformeert het sulletje van de klas in een rockgod die luidkeels “I am the king of fuck” roept en er nog mee wegkomt ook. Geef datzelfde jongetje een keyboard en zijn sociale isolement zal alleen nog groter worden.

Groepen als Kraftwerk mogen dan wel geniale songs geschreven hebben met elektronica, geen enkel instrument weet zo het rockideaal te benaderen als de gitaar. Zelfs in de hoogdagen van de electro doken er nog geregeld gitaren op om het geheel een rauwer en rockender kantje te geven. In 2002 / 2006 bewees het IJslandse Apparat Organ Quartet met hun "Machine Rock and Roll" eindelijk dat vier keyboardspelers en één drummer even smerig kunnen klinken als gelijk welk rockcombo met gitaren en lange haren.

Dat het Britse Kling Klang ook een electrocombo is, zal gezien de naam niet echt verbazen, maar net als bij Apparat Organ Quartet wordt hier, met behulp van een drummer én keyboards aangesloten op gitaarversterkers, aangetoond dat een groep met keyboards — in sommige nummers zit wel een gitaar — zo mogelijk nog vuiler kan klinken dan eender welke rockgroep. Toch is Kling Klang geen doorslagje of kopie van de IJslanders. The Esthetik Of Destruction verzamelt immers verschillende nummers die tussen 1999 en 2005 uitgebracht dan wel geschreven werden.

Openingstrack en single “Heavydale” (uit 2002) benadert de klank van Apparat Organ Quartet nog het meeste en weet een slepende stonersound uit de keyboards en gitaar te krijgen. Het is de eerste song van de groep waarin rockelementen te horen zijn, iets wat in de liveregistratie “H’vydale” nog duidelijker tot uiting komt. Ook in “Radium”, dat op dezelfde e.p. verscheen, worden rock en electro met elkaar verzoend door gaandeweg steeds meer rock in de song te incorporeren.

“Flying Hotel”, een twintigtal seconden durende clash tussen Kraftwerk en zompige bassen, wordt in “Radio Hotel” uitgebouwd tot een volwaardige song. “Red Cuffs” kan echter net zomin als “Superposition 1” en “Superstition 2” beschouwd worden als volwaardige nummers, veeleer zijn het geluidsexperimenten die net als “Tesla’s Future War” aantonen dat de groep niet vies is van soundscapes en zeker en vast niet alleen “rocksongs” wenst te maken. Ook in het oudere “Scanner” wordt gekozen voor een steriel en afwezig geluid dat in de eerste plaats een vreemde sfeer oproept.

“Untitled@33RPM”, het oudste nummer (1 december 1999) op het album, klinkt dan weer als een iets minder logge ambientvariant van Sunn O))) die de dronende gitaren vervangen heeft door keyboards. Andere oudjes als “Rocker” en “Vander” ademen een dreiging uit die sterk refereert naar John Carpenters werk en dus naar horrorfilms uit de jaren zeventig. “Apex” krijgt nog een zweverige toets mee, maar de gortdroge drums uit “Nexus” zorgen ervoor dat de voeten stevig op de grond blijven, in weerwil van het tegenwerk dat de keyboards bieden.

Door de nummers niet volgens datum en evenmin volgens “stijl” te rangschikken, weet Kling Klang van The Esthetik Of Destruction meer te maken dan een compilatie of terugblik. Veeleer klinkt het album als een geheel en ondanks een veelheid aan “stijlen” zelfs verrassend organisch. Toch haalt de groep nergens het niveau van Apparat Organ Quartet, daarvoor blijft The Esthetik Of Destruction immers te vaak hangen in degelijke songs die een betere uitwerking verdienden. Mogen ze er op hun eerstvolgende album werk van maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 11 =