The Konki Duet :: Mountain Mouton

Een trio dat zich presenteert als een duo, bestaande uit een Russische Tamara, een Franse Zoë en een Japanse Kumi. Een plaattitel bestaande uit een Frans en een Engels woord die samen een vreemd beeld vormen. Een bont en lichtgeschift gezelschap, kortom…dat best een fijn plaatje uit heeft. Aha.

Het was een worstelpartij met maag en oren om Mountain Mouton een eerste keer volledig uit te zitten. Het ding bleek aanvankelijk een verrassend harde noot om te kraken en gezien wij er nog maar net een feestdis bij de bomma op hadden zitten, waren we daar niet al te happig op. Klanken vormden geen vastomlijnd geheel en kliefden in ijle slierten door de boxen. Stemmetjes verdwenen achter het behang en er was bepaald geen short attention span voor nodig om al eens te vergeten dat er überhaupt een plaatje speelde. Maar de plaat werd getemd, het schaap werd vakkundig de leiband omgedaan, en we kunnen nu de drie kleine meisjes die onder de wol schuilgaan, met enige tevredenheid, aanhoren. Met synthesizer, viool en hun kinderlijke stemmen gaan ze dertien nummers lang op zoek naar de naïeve kinderzieltjes die ook de CocoRosie-zussen steevast opzoeken, maar hier gebeurt dat wel trilingue en poppier.

"Vanilla Girl" is een van de eerste songs die haar ware gelaat laat zien, en ze out zich na enkele beluisteringen tot een weliswaar breekbare, maar toch volbloed popprinses. Stotterend zoekt ze haar weg, maar zelfs het dwarse viooltje kan niet ontkennen dat de Vanilla Girl eigenlijk een doodgewoon meisje wil zijn. "Daylight Song" is lange tijd een wat traag Stereolab-nummer, vals klinkende synthesizers incluis, maar helemaal aan het eind besluit het alsnog liever in het klasje van de getormenteerde singer-songwriters te zitten.

"Une Chanson Pour Neil Young" verweeft twee songs tot één wat nietszeggend niemendalletje en zet ons af bij "How Could I Not Like You?", dat we meteen ook de eerste song op de plaat mogen noemen die echt makkelijk in het oor ligt. Een zweverig fluisterkoor, drijvend op een bed van achtereenvolgens gitaar, hand claps, piano en weer gitaar wordt helemaal tot een goed einde gebracht. Bovendien is het een opluchting dat het trio (of duo) zich niet altijd moet uitputten in bijdehante spielereien om zijn nummers interessant te maken. De meest klassieke songs zijn hier de beste.

Met "Inflammable" wordt het tweede deel van de plaat ingeluid. Een stampend drumritme zet de toon voor een naderend popfestival, maar uiteindelijk besluiten de dames het toch maar weer over de hun zo vertrouwde zweverige stemmetjes en viooltjes-boeg te gooien. Het resultaat blijft echter zeer te pruimen en als er één single op dit album staat, laat het dan "Inflammable" zijn. "Birds" is bijna volledig instrumentaal en blijkt steeds opnieuw een welkom rustpunt te zijn in een overdaad aan weirde composities. Ook met "Echo Machine" gunnen les nanas ons nog een rustige etappe op de berg en worden we door een veelheid aan ouderwets piepende deuren tot in een klein achterkamertje gevoerd waar het heerlijk in slaap vallen is. En helemaal mooi wordt de tweede helft van de plaat met het lieflijke, zijn titel geenszins ontkrachtende "Punk’s Dead". "Discorde", dat tot taak heeft ons finaal uit te wuiven, probeert zich nog één keer op te richten als een stevig nummer, maar met voelbaar wegebbende kracht meandert het nummer, en zo ook de plaat rustig naar zijn eind.

Rest ons nog de QOTSA-cover van "No One Knows" te vermelden, die niets bijbrengt aan het origineel (en het zelfs besmeurt actually), maar het is hun op basis van de tweede helft van de plaat met graagte vergeven. The Konki Duet heeft met Mountain Mouton een vreemdsoortig moeilijk, doch vederlicht staaltje van elektronische huisvlijt afgeleverd, waar u bij nachte, gezeten in uw schommelstoel of gelegen in uw beddeken eens ten volle in kan duiken, als een mol in zijn hol of een zeemeermin in een kofferbak. Quoi?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 11 =